De tulpen zijn af en de hamburger begint op een hamburger te lijken: tijd om de doolhof “Bernart” te verlaten. Ik kan niet wachten om hier over een jaar of twee terug te keren om te zien hoe alles is geworden en te verdwalen tussen al deze gave kunstwerken. Maar nu wacht er iemand op me in Digby, 2 uur richting het westen van Nova Scotia, gesitueerd aan de prachtige Fundy Bay. Annika heeft haar onderzoek afgerond en is klaar voor een avontuur met mij! Whoop!
Uiteraard zijn er precies nul mogelijkheden om met het openbaar vervoer naar Digby te komen en Annika komt vanuit een heel andere richting, dus mij ophalen is ook geen goede optie. Mijn vrienden bij de doolhof stellen voor om te liften. Als het ergens kan, is het wel in het allervriendelijkste Nova Scotia en het is tenslotte maar 2 uur op een rechte weg. En het is gratis. Dus op dinsdagmiddag word ik op een strategisch punt langs de highway met m’n duim omhoog en m’n stuk karton met daarop “Digby” en een smilie, gedropt. Ik voel me welgeteld 7 minuten een idioot, voordat iemand in een racewagen voor me stopt. De man zit onder de tattoos en heeft extreme blingbling op zijn zonnebril en kettingen. Hij kan me 10km verderop droppen voor hij een afslag moet nemen. Oké, dan ben ik in ieder geval weer even opgeschoten. Bovendien is de auto écht heel erg cool. De man heet Mike en hij blijkt heel erg aardig en super geïnteresseerd in mijn reis te zijn. Ik vertel dat ik later deze week naar de VS ga. “O, ik zou willen dat ik daarheen kon!” zegt hij. “Maar dat kun je toch?” “Nee, nee, dat kan ik niet, want ik heb een strafblad”. Aha. MANMANMAN. Heb ik weer. Op de kruising word ik met mijn hele hebben en houwen afgezet en nog geen 5 minuten later zit ik bij een andere man in de auto. Ik kan zijn naam niet uitspreken, maar hij gaat naar Digby, deelt zijn chips met me en spreekt vrijwel alleen maar Québécois Frans, dus ik zet de muziek harder en zing de rest van de reis mee met alle liedjes die ik ken.

In Digby verblijven Annika en ik in een hostel en de eerste avond kletsen we bij, want er is alweer zooooo veel gebeurd in de afgelopen… twee weken. Is het pas twee weken geleden dat we afscheid namen in Cape Breton? Pff. De dag erna doen we alles wat je in Digby kunt doen: we maken een hike naar een mooie rotspartij, zien een vuurtoren, vermoorden per ongeluk een overstekende slang met de auto en aanschouwen het bizarre getij; ’s avonds loopt het water zo ver terug dat de boten en schepen op de bodem van de baai liggen. Op zaterdag hebben we een grote dag gepland: we pakken in Yarmouth de ferry die in 7 uur naar Portland (USA) vaart en daarna nemen we de bus naar BOSTON! Ferry, veerboot, cruise? Ik zie het helemaal voor me: oude mensen, live entertainment, bingo… : daarbij hoort een gepaste outfit. In een kringloopwinkel vinden we een zonneklep en wat andere accessoires. Mijn favoriet is een button met daarop: I ❤ Canada’s energy. Ook vinden we allebei een t-shirt van de Boston Red Sox en daarmee is onze ferry-kledij compleet.
We moeten ’s ochtends heul vroeg opstaan. Zó vroeg dat ik helaas niet met het thuisfront kan Skypen en bier drinken tijdens het bloemencorso van de Veense Kermis. Mweh! Wat een gek idee dat ik daar nu niet bij ben… Maar goed, ik ben niet vies van een beetje solidariteit, dus om 6.30 uur rijden Annika en ik richting Yarmouth en geniet ik van een flinke fles bier. Je weet ook gewoon dat de dag goed begint als je er na een kwartier pas achterkomt dat je zonder licht rijdt. Verder ontdekken we bij de ferry terminal dat fruit en groenten niet meemogen op de boot. Zitten we dan, met 4 bananen, 2 zakken druiven en een zak worteltjes. Tot zover onze poging tot een enigzins gezond begin van ons VS-avontuur.

Op de boot is het afzien. Je zou denken dat zo’n groot gevaarte niet zo zou bewegen, maar als ik opsta, voel ik me net zo dronken als een doorsnee Veender op de kermiszaterdag. Het moest gewoon zo zijn, denk ik. We horen dat de oceaan extra ruig is vanwege orkaan José die gezellig op de loer ligt; de ferry van de afgelopen twee dagen was hierdoor blijkbaar ook al gecanceled. Hmm. Onwetendheid is een mooi iets. 6,5 uur later gaan Annika en ik in vol ornaat (Red Sox shirts en bingo-zonneklep) de grens over naar de VS. Ik denk er gelukkig op tijd aan mijn button (scherp, naaldachtige voorwerp) af te doen en de paspoortcontrole verloopt – in tegenstelling tot naar Canada – gesmeerd. 10 minuten later zitten we in een brouwerij in Portland aan een welverdiend biertje, voordat we de bus naar Boston nemen. In de twee uur durende busrit word ik door verschillende (dronken) vriendinnen in veel details, spraakberichten en filmpjes op de hoogte gehouden van het verloop van de kermis. Wat fantastisch zeg! Hardop lachen!
De hostels in Boston zijn EXTREEM duur en aangezien wij natuurlijk nog altijd arme reizigers zijn, kiezen we voor een Airbnb in de buitenwijk Dorchester. Het wordt direct duidelijk dat ik de enige blondine ben in een omtrek van 5km, wat resulteert in starende blikken en gratis ritjes in de bus naar het centrum. Prima. In de Airbnb plof ik neer op het bed op de verkeerde verdieping: blijkt het bed van de eigenaar te zijn. Ik vroeg me al af waarom het niet opgemaakt was. Lekker bezig weer!
Ik heb vooraf geen idee wat ik van Boston kan verwachten, maar ik vind het direct een superleuke stad. De straten zijn heel erg gezellig, er zijn veel straatartiesten en live muziek en je kunt ALLES eten wat je wilt (en dat doen we ook). Welkom in Amerika. Het is elke dag rond de 28 graden; blijkbaar ook een soort bijkomstigheid van de orkaan. We besluiten de Freedom Trail te lopen: een wandeltocht langs de meest iconische plekken en bezienswaardigheden in het centrum van Boston. Onderweg worden we afgeleid door van alles, waardoor we de in principe 45 minuten durende wandeltocht, over twee dagen moeten verdelen. Aangezien we in het bezit zijn van een Red Sox t-shirt, lijkt het ons verder niet meer dan logisch een wedstrijd bij te wonen. We hebben beiden precies geen verstand van de puntentelling van honkbal, maar het is een geweldige avond met veel hotdogs, bier en de echte Amerikaanse sfeer. 10 minuten na afloop van de wedstrijd komen we erachter dat de Red Sox helaas verloren hebben.


Op onze laatste, volle dag in Boston proberen we onze brakheid te verbergen door op te gaan in de elitaire menigte van slimmerikken op Harvard University. Dat lukt aardig, maar wellicht dat Annika’s chillbroek met olifanten erop ons verraadt. Desalniettemin is het best wel heel erg tof om Harvard te zien. We worden rondgeleid over de campus door een studente en ik probeer de gebouwen en omgeving te herkennen uit de films die zich hier hebben afgespeeld. Het is op dat moment dat de studente vertelt dat er sinds de jaren ’80 niks meer op Harvard wordt gefilmd en dat Legally Blonde gewoon op een set in LA is opgenomen. Oh. Ah well.

En dan is het weer tijd om afscheid te nemen van Annika, nu voor een veel langere tijd: zij gaat terug naar Canada en dan naar huis en ik ga naar… NEW YORK! Ik ben nu toch in de buurt. Wat ik overigens nog even wil vermelden; het is bijna freaky hoe muziekafspeellijsten mijn leven lijken te volgen. Toen we de parkeerplaats bij de kringloopwinkel in Digby opreden, kwam direct het liedje Thrift Shop van Macklemore in de shuffle naar voren. En nu, op het moment dat ik the Big Apple binnen rijd met de bus, zorgt mijn iPod ervoor dat Empire State of Mind van Jay-Z en Alicia Keys door mijn koptelefoon klinkt. HOE DAN?!

