Verenigde Staten

Ronken, roadtrip & Rainey

Na de spoken, voodoo, begraafplaatsen en feestjes in New Orleans, vertrek ik met hopelijk mijn laatste Greyhound-bus (voor nu) via Houston naar Austin. Dit was nooit een bestemming die hoog op mijn lijst stond, simpelweg omdat ik dacht dat ik er toch geen tijd voor zou hebben, maar blijkbaar wel! En manmanman, wat ben ik blij dat ik mijn laatste week in de VS in Austin spendeer!

De busreis duurt 2,5 uur langer dan verwacht, de chauffeur is schreeuwerig en asociaal en ik kom enigszins gebroken aan bij mijn hostel in downtown. Ik word direct opgevrolijkt door de receptioniste die me een gratis biertje geeft; standaard bij het inchecken. Ik vind het nu al leuk hier. Het Firehouse hostel is vlak naast Sixth Street, ook wel ‘Dirty Sixth’ genoemd. Hier zijn alle kroegen en cafés en vooral in de weekenden is het extreem druk. In tegenstelling tot Bourbon street in New Orleans, stinkt het niet naar bier en zijn de kroegen duidelijk kwalitatief beter. Ik arriveer op zondagavond en ik vind het wel mooi geweest voor vandaag, dus na een rondje te hebben gedaan door de gemeenschappelijke ruimte/keuken ga ik naar bed. Een rustige nacht heb ik echter niet: iemand in mijn kamer snurkt. Niet hard en vrij stationair dus met mijn oordoppen in, val ik toch wel zonder moeite in slaap. Iemand anders denkt daar echter anders over en elke 10 minuten beukt diegene keihard op het houten schot tussen hen in. What the fuck. Wat verwacht je in een hostel met 8 mensen in je kamer? Wie beukt er nu op de muren als er iemand snurkt? Dat dacht de snurker en een andere kamergenoot ook. Om 3.30 uur schreeuwt ineens iemand door de kamer: STOP MET BEUKEN! IK KRIJG ELKE KEER BIJNA EEN HARTAANVAL. HAAL OORDOPPEN OF GA NAAR EEN FUCKING HOTEL! Ik schrik me heeeelemaal het leplazerus en m’n hart klopt in m’n keel. Ik lig bovenin het stapelbed en verstop me achter een schot, terwijl het geschreeuw over en weer klinkt. Uiteindelijk vertrekt een van de schreeuwers naar een andere kamer en ik kan weer ademhalen. Pff. Tja, ik ben pas net in Texas aangekomen; voor hetzelfde geld trekt er iemand een wapen. Weet ik veel. Maar goed, na het schreeuwfestijn kan ik weer rustig verder slapen.

Austin blijkt een superleuke stad te zijn. Ondanks het feit dat het middenin Texas ligt, waar alles groot en grof en vet is, is Austin overzichtelijk, beloopbaar en zijn er groentes verkrijgbaar bij je maaltijd. WHAT? Ik vind het echt een verademing en geniet daarnaast van de Tex-Mex (Texaans-Mexicaans eten), ook al ga ik volgende week naar Mexico… Verder is Austin een combinatie van hipster en cowboy, wat resulteert in veganistische kunstenaars die de two-step dansen. Ik vind het mooi. Austin heeft ook de slogan “Keep Austin Weird”. De stad heeft het imago “quirky” te zijn: een beetje gek, maar op een goede manier. Dit zie ik eigenlijk direct al terug in het hostel, waar je de bar alleen kunt bereiken door een boekenkast opzij te schuiven. Verder is er een graffiti-park waar je, als je je eigen spuitbus meeneemt, zelf je kunstwerk mag maken. Mijn groepje bestaat uit arme, onwetende reizigers en we staan dan ook enigszins beteuterd naar het graffiti-park te kijken waar iedereen zijn kunsten op los laat. Bij gebrek aan een spuitbus, zet ik uiteindelijk maar gewoon mijn naam met balpen ergens op een vergeten stukje muur. Daarnaast weet ik weer iemand met een auto te strikken en doen we een kleine roadtrip naar een natuurgebied. Na een hike van 2 km komen we uit bij een prachtig blauwgroen meer dat deels wordt overschaduwd door een grot. Zó mooi! Ik dacht dat Texas vooral bestond uit ranches en woestijn, maar het blijkt zoveel meer te bieden!

Wat één van m’n favoriete herinneringen is, is toch wel het bezoek aan The Broken Spoke. Dit is de laatste, echte Texaanse danszaal, waar de Texas two-step haar hoogtij dagen herleeft. Ik ga erheen met een fantastisch groepje mensen die overal voor in zijn en we doen zo goed en kwaad als het kan mee met de dans. Dat valt nog niet mee als je werkelijk geen idee hebt wat de basispassen zijn. Gelukkig is daar cowboy James, een oudere man die mij ten dans vraagt en alle hoeken van de zaal laat zien. Ik besef me heel goed dat ik als een soort trofee door hem gebruikt word, maar dat kan me niets schelen: ik weet nu tenminste hoe ik de two-step moet dansen! Het is echt een fantastische avond die uiteindelijk met groot contrast eindigt met billenschudmuziek in een Latin-bar op Sixth Street.

Austin is leuk, maar manmanman, de mensen die ik hier ontmoet zijn pas écht leuk! Ik ben in totaal 6 nachten in Austin en meestal is dat langer dan de doorsnee backpacker die in een hostel verblijft. Gemiddeld is het toch 3 of 4 nachten en dan moet je maar net genoeg overlap hebben met elkaar om een band op te bouwen. Vaak gebeurt het dan ook dat je een superleuke groep hebt die na een paar dagen weer opsplitst. Als jij dan degene bent die achterblijft, beland je ongeveer een dag in een soort niemandsland; je valt in een gat waarin je opeens niemand meer kent en hoewel er altijd weer nieuwe mensen zijn, kunnen ze toch nooit tippen aan die eerste, leuke groep. Of je hebt simpelweg geen energie meer om wéér mensen te leren kennen. Ik heb dit op heel veel plaatsen meegemaakt, maar niet in Austin. In Austin lijken twee ontzettend leuke groepen elkaar perfect te overlappen en elke ochtend word ik vroeg wakker om mezelf naar de keuken te verplaatsen en de nieuwe verhalen aan te horen van alle mensen die ik ken. Of gewoon weer wat brakke hoofden te zien en de schandalen te bespreken van de avond ervoor. Het is gewoon zó leuk! In New Orleans had ik op een gegeven moment niet meer zo’n zin om uit te gaan; ik vond het wel prima en liet me ook helemaal niet door groepsdruk overheersen. In Austin heb ik helemaal geen last van groepsdruk want ik WIL gewoon uitgaan. Elke avond is het weer gezellig! We gaan een aantal keer naar Sixth Street, maar wisselen de laatste avond naar Rainey Street. Rainey Street is een straat waar vooral locals graag een borreltje doen en bestaat feitelijk uit normale huizen die stuk voor stuk zijn omgebouwd tot kroeg/bar/café/club. Je komt meestal via de achtertuin naar binnen en bent dan dus gewoon op een soort huisfeest. Hartstikke leuk, gratis en gezellig!

Op zaterdag is het tijd om Austin te verruilen voor Houston. Houston zelf lijkt niemand bijzonder te vinden, maar ik moet erheen omdat ik hier vandaan naar MEXICO vlieg! Woohoooo! Mijn Canada-VS avontuur zit er nu echt bijna op en ik ben ook officieel op de helft van mijn reis. Een heel gek gevoel, maar ik ben wel heel erg klaar voor goedkopere oorden. En gewoon de zon achterna natuurlijk! Ik heb een bus geboekt naar Houston, maar word uiteindelijk verleid deze af te blazen en met iemand mee te rijden naar Houston. ‘Ja, maar je hebt al 4 personen in de auto. Past dat dan wel met de bagage?’ – ‘Jaaaaa joh Wen! Het wordt een beetje krap, maar dat is toch gezellig?!’ Ja, dat is ook zo. ‘Een beetje krap’ was wel het understatement van de eeuw, maar met benen in de nek en backpacks hoog opgestapeld op schoot, rijden we dan toch gezellig met z’n allen naar Houston. Daar eten we nog even een laatste (extreem) vette, Amerikaanse hap en krijg ik het heugelijke nieuws dat de bus waarvoor ik niet was op komen dagen, 5 uur vertraagd is en dat ik mijn geld terug kan vragen. Hahahaha, het moest gewoon zo zijn!

Na een toch wel jammerlijk afscheid, check ik in bij mijn laatste hostel in de VS. En dat is er wel weer één voor de boeken hoor. Het hostel lijkt een normaal huis te zijn en de vrouw die me incheckt is 82 jaar. Dat straalt het hostel ook wel uit. Overal hangen schilderijen met bloemetjes en katten erop en het zou me niks verbazen als zij zelf de warme deken die op mijn bed ligt, heeft geborduurd. Een groter verschil met het Firehouse hostel in Austin kan ik eigenlijk niet bedenken. Maar goed, laatste nacht, je moet toch gewoon slapen: helemaal prima! En dannnnn… op naar Mexico! Eens kijken of ik die oudertjes van me kan vinden daar! Vamos!

Plaats een reactie