Na de ferry vanaf Holbox en een zeer aangename busreis naar Valladolid, splitsen de Nederlandse Ilhem en ik weer op. We hebben beiden een ander hostel geboekt, maar kunnen bij wijze van spreke naar elkaar zwaaien. Haar hostel heeft duidelijk de betere reviews en ik zou daar verblijven als het niet vol was. Santa Maria Guesthouse daarentegen is de helft van de prijs en dat zie je ook direct in alles terug. Maar ik vind het prima; Holbox was duur zat en ik ben toch maar 2 nachten in Valladolid. De kamer is simpel met 4 eenpersoonsbedden (geen stapelbedden!) en ik deel ‘m met 3 jongens. Altijd gezellig. De 2 Canadezen en de Luxemburger zijn inderdaad erg sociaal en ons gesprek schakelt al snel over naar het lompe niveau dat ik van thuis mis. We besluiten een hapje te gaan eten en vinden een leuk uitziende Tamaleria waar veel locals op het terrasje zitten. Dat is altijd een goed teken. Tamales heb ik ook nog niet gegeten, dus ik wil het graag proberen. De ober helpt mij al snel van deze wens af: ze hebben geen tamales meer. Oké, prima. Kijkend naar de menukaart kunnen we echter geen gerecht ontdekken dat niet met tamales wordt gecombineerd. ‘Wat heeft u wel?’ – ‘De soep van de dag’. Oké, de soep van de dag dan. En een water, por favor. Water is blijkbaar ook niet voorhanden, want even later zie ik de ober de straat oversteken naar het buurtsupertje om een fles voor me te kopen. 20 pesos, staat er op de rekening, terwijl ik heel goed weet dat de prijs in het winkeltje 10 is. Ach, hij ging hem toch voor me halen: service. Ik vind het hilarisch; echt een Mexperience.
De volgende dag neem ik alweer afscheid van de jongens, na een zeer luidruchtige snurknacht in een warme kamer. Eén van de Canadezen heeft ook de gewoonte even te stoppen met ademen in zijn slaap; dat je vanuit jouw bed toch even met de gedachte speelt te kijken of hij nog leeft, maar je daar snel genoeg het antwoord op krijgt in de vorm van een heftige ademteug en de voortzetting van zijn geronk. Ach ja, ieder zijn ding. Om 8.00 uur loop ik trots met mijn eigenste fiets (voor 1 dag) het hostel uit en ontmoet Ilhem met haar fiets op het plein tussen onze verblijfplaatsen in. We gaan vandaag een mooie ronde fietsen en een aantal cenotes en dorpjes bezoeken. Zin in! Ook is het toch zeker 5 maanden geleden dat ik op een fiets heb gezeten, dus ik voel me helemaal het baasje. De eerste cenote is prachtig en hebben we helemaal voor onszelf. Voor een kwartier. Twee grote toeristenbussen lossen een vracht van mensen die zich even later allemaal, gehuld in het verplichte, oranje zwemvest, in de schitterende poel laten zakken. Weg stilte en rust. We zijn heel blij dat we zo vroeg waren en dat we toch wat tijd voor onszelf hebben gehad, want dit is altijd wel erg jammer. Ook wel vermakelijk om te zien, maar vooral verontrustend hoe massaal de cenote wordt bezocht. Het oase-idee is er daardoor een beetje vanaf. We besluiten de volgende cenote op de lijst dan ook over te slaan en een andere te bezoeken; één die niet op de lijsten of in de Lonely Planet genoemd wordt. Deze is inderdaad veel rustiger en we vergapen ons een tijdje aan de schittering van de zon op het water, de wortels van de boom die erin hangen en de leguanen die zich gecamoufleerd over de omringende muren bewegen. Daarna fietsen we weer terug naar Valladolid en lopen nog wat rond in de stad. Het is een heel schattig, rustig stadje en mij werd eerder verteld dat dit het ‘echte’ Mexico zou zijn. Het enige toerisme dat hier is, zijn de dagjesmensen die eerst naar Chichén Itza (ruïne, Wereldwonder etc.) zijn gegaan en Valladolid op de terugweg aandoen. ’s Avonds is de rust echter ver te zoeken: vanuit het hostel hoor ik heel lang keiharde knallen en ook zijn er veel sirenes op de achtergrond te horen. Wow. Wat gebeurt er? Ik loop m’n kamer uit om de weg naar de schuilkelder te vragen en dan zie ik het: vuurwerk. O, ja! Oud en Nieuw is over een paar dagen. Je zou het zo maar vergeten.


Op vrijdag tik ik samen met Ilhem Chichén Itza van mijn lijstje als mijn tweede Wereldwonder, naast het Colosseum. We zijn er vroeg, maar niet vroeg genoeg: een overzichtelijke mensenmassa dromt al naar binnen. Maar daar is toch die mooie piramide. En de felbegeerde foto ermee. Ik heb er zelfs wat mascara voor opgedaan; het feit dat ik een ruïne bezoek, hoeft natuurlijk niet te betekenen dat ík er ook zo uit moet zien. Overal zijn groepjes mensen met of zonder gids, maar omdat het terrein groot en uitgestrekt is, voelt het niet te druk. We struinen wat rond en lopen over een markt, want blijkbaar is een eeuwenoude ruïne dé plaats voor een markt met redelijk luidruchtige verkopers. Met een vers afgedongen paar oorbellen op zak, lopen we rond 12.00 uur weer richting de uitgang. BUSSEN EN BUSSEN vol met toeristen zijn zojuist gearriveerd en de rij voor de kassa is gigantisch. Kun je je voorstellen wat die mensen hieraan verdienen? Ik bedoel, het is een ruïne, hoeveel onderhoud heeft een piramide die je toch al niet mag beklimmen, nodig? Een steen meer of minder zal niemand opvallen.


En dan is het tijd voor de volgende halte: Mérida! Ik neem afscheid van mijn Nederlandse partner in crime in Valladolid en stap even later weer in een bus voor 3 uur. Kippenstukje! Met m’n hele hebben en houwen sjok ik vanaf het busstation naar mijn hostel, dat toch iets verder weg is dan ik had gehoopt. Daar aangekomen, ontmoet ik twee leuke Britse meiden en we hebben een gezellige avond. Ik vier Oud en Nieuw in Mérida dus iedereen die ik ontmoet, zal medeplichtig zijn aan de activiteiten op 31 december. Niemand hier heeft echter een idee wat we kunnen doen in de stad. Blijkbaar vieren de Mexicanen hier Oud en Nieuw met familie in besloten kring en is er eigenlijk niet echt een feest. De Britse meiden en ik besluiten dat het een soort kroegentocht zal moeten worden en dat er vast wel vuurwerk zal zijn op het grote plein midden in de stad. Prima. Daar kan ik mee leven. Het Nomadas hostel is overigens heel chill en heeft een zwembad. What?! 3x raden waar ik de volgende dag te vinden ben. Ik vind het allemaal wel prima met die stad en kan me er op de één of andere manier niet toe bewegen iets te ondernemen. Op de tweede dag kan ik gelukkig ook verhuizen naar het benedenbed in het super oneerlijk verdeelde stapelbed. Boven is hels: het matras is hard en smal en je hebt geen railing: doodeng vind ik het. Het benedenbed heeft echter het formaat van een twijfelaar en je ligt er prinsheerlijk. LUXE! Het enige risico dat je loopt is dat je bovenbuurvrouw haar waterfles of telefoonoplader op je hoofd laat kletteren, want geen railing. Dat risico neem ik graag en ik slaap gelijk honderd keer beter.
En dan breekt oudejaarsdag aan. De laatste dag van het jaar! En wat een jaar… Ik heb een superfijne tijd gehad op mijn werk bij RB, ik heb een vrijgezellenfeest helpen organiseren voor één van mijn liefste vriendinnen en ik heb eindelijk die thuisstudie af kunnen ronden. O, ja, en ik ben al 5 maanden op mijn droomreis. In een vlaag van verstandsverbijstering bezoek ik op de laatste dag van dit bewogen jaar een museum. Nee, ik vind het nog steeds lastig om dat leuk te vinden. Het is gewoon niks voor mij. Ook loop ik een rondje in de stad, probeer wat te shoppen, hoewel ik dondersgoed weet dat ik precies niks meer mee kan nemen in mijn backpack, en ik praat met wat locals in mijn beste Spaans. Dit gaat me echt wel goed af, maar ik heb niet het idee dat mijn Spaans erop vooruit gaat; ik herhaal simpelweg steeds dezelfde zinnetjes. Ja, ik kom uit Holanda. Ja, Johan Cruiff, ja. Nee, niet meer, nee. Ach ja, misschien doe ik nog eens een weekje taalcursus in Guatemala. Wie weet. Op de terugweg naar het hostel koop ik bier en om 16.00 uur beginnen we met een bescheiden clubje te proosten op de jaarwisseling. In Nederland is het namelijk al bijna zo ver! Wat een gek idee zeg, zo aan de andere kant van de wereld. De gelukswensingen stromen binnen en ik voel me ineens erg ver weg. Even voor middennacht lopen we met driekwart van het hostel zwalkend richting het plein, maar zodra we daar aankomen, beseffen we eigenlijk direct dat hier werkelijk niks gaat gebeuren. Klokslag 12 zijn wij, het groepje beschonken toeristen, inderdaad de enigen die luidkeels schreeuwen en opspringen. Het enige vuurwerk komt uit een vrij sneu pakket dat een van ons had gekocht en de knallen die daarna volgen zijn van een stok tegen een piñata van een andere jongen uit het hostel. En dat was het. En om 1.30 uur op 1 januari 2018 lig ik in mijn grote benedenbed. Best een beetje een tegenvaller, want als het nou een groot feest was geweest, had ik me minder aangetrokken van het feit dat ik niet thuis ben nu. Append met mijn vrienden, die alweer aan hun eerste kater van het jaar zijn begonnen, merk ik dat ik voor het eerst eigenlijk heimwee heb. 5 maanden weg zijn voelt voor het eerst als een lange tijd en ik mis iedereen ineens erger dan normaal. Ook is het vrij opmerkelijk dat ik in de afgelopen 20 jaar waarschijnlijk niet zo vroeg op bed heb gelegen met Oud en Nieuw. Zelfs vroeger toen we het met familie vierden, moesten mijn broertje en ik altijd een middagdutje doen zodat we wel tot 2.00 uur op konden blijven. 2.00 uur! Gekkigheid.

Het heimwee-gevoel houdt nog even aan en ik vind 1 januari een mooie dag om in bed door te brengen en iedereens WiFi te kapen zodat ik Gilmore Girls kan kijken. Ik besef dat ik alweer 5 weken in de provincie Yucatan ben en dat ik misschien ook wel een beetje genoeg heb van de steden, het strand en de cenotes. Dit klinkt heel stom, ik weet het, maar ik ben toe aan iets anders! Avontuur! En waar kun je dat beter vinden dan… de jungle!!! Dus op 2 januari stap ik weer in een bus, dit keer met een Brits meisje, op naar Palenque in de provincie Chiapas. Jungle! Watervallen! Ruïnes! Yesss, kom maar door!
Ik wens iedereen nog een heel gelukkig, gezond en veilig 2018 toe!
Heel veel liefs!

Happy..safe new year to you too Wendy. Miss you!! X Marian & Gina X
LikeLike
Leuke blog,hopelijk volgende plaats iets meer te beleven voor je.Nogmaals gelukkig nieuwjaar we missen je,en hopelijk tot snel xxxx
LikeLike