Om 11.30 uur op 2 januari nemen de Britse Rochelle en ik vol energie de bus naar Palenque vanaf Mérida. Ik kijk heel erg uit naar andere indrukken en ik kan niet wachten tot de 8,5 uur durende busrit voorbij is. Ook enigszins omdat op dit deel van het wegennet wel eens overvallen plaatsvinden. Blijkbaar is vooral de nachtbus daar met enige regelmaat doelwit van en daarom heb ik me voorgenomen altijd overdag te reizen. Zodra we er bijna zijn en het al donker begint te worden, moeten we toch ineens stoppen. Oh, nee hè. Het zal toch niet? We moeten allemaal uitstappen bij een raar, bijna verlaten ‘douane’-station, hoewel we de grens van de provincies al lang gepasseerd zijn. Ons wordt verteld onze handbagage in de bus te laten en onze backpacks/koffers het gebouw in te dragen. Daar moet alles door een scanner, ik moet op een knopje drukken en dan mag ik mijn backpack weer oppakken en terugbrengen naar de bus. Wauw. Dat was nuttig. Blijkbaar vinden er wel vaker van dit soort onzinnige checks plaats. We hoeven in ieder geval niet te betalen. En een uur later zijn we er! Jeeej! We slapen vannacht in een hotel, want alle hostels zitten vol. Met zijn tweeën is dat eigenlijk heel goed te doen en is het soms zelfs goedkoper. En Forrest Gump is op tv! In het Spaans, dat wel. Corre, Forrest, corre!

Palenque is een klein dorp niet ver van de jungle en hoewel het warm is, is het niet erg zonnig vandaag. Dat is nieuw! We gaan op zoek naar de waterval die Misol-Ha heet. Deze wordt ook bezocht door veel tourgroepen, maar wij gaan ‘m zelf proberen te vinden (= een stuk minder duur). De receptionist legt ons in half Spaans, half Engels uit waar de collectivo’s naar deze waterval zich bevinden en we lopen naar de aangewezen locatie. Daar aangekomen, blijkt het niet zo simpel als gedacht. Normaliter staat er op elke collectivo waar deze naartoe gaat of staat er in ieder geval wel een schreeuwerig mannetje naast die te pas en te onpas de bestemming in je oor brult. In dit geval toeteren louter collectivo’s naar ons die naar de ruïnes van Palenque willen brengen. No, gracias. Na een paar keer van het kastje naar de muur te zijn gestuurd door een aantal aardige, maar weinig behulpzame Mexicanen, stopt een taxi voor ons. De chauffeur heeft voor de verandering niet de intentie ons op te lichten en hij begrijpt direct dat we een collectivo zoeken, die doorgaans 5 keer zo goedkoop is als zijn transport-aanbod. Uiteindelijk mogen we gratis instappen bij hem en hij brengt ons naar de plek waar we werkelijk moeten zijn (uiteraard daar waar we waren begonnen). Vervolgens houdt hij een auto aan met een hoge laadbak waar achterin ook plek is om te zitten. Dit zijn geen collectivo’s, maar particulieren die goederen van A naar B brengen en als ze genoeg plek hebben, ook mensen meenemen voor dezelfde prijs als de collectivo’s. Rochelle en ik springen achterin en aangezien de laadbak geen achterkant heeft, moeten we goed vasthouden zodra de auto wegscheurt. Het is een prachtige tocht en een halfuur later worden we netjes bij de beloofde waterval afgezet. Misol-Ha is schitterend en we worden zeiknat als we achter het water langslopen. Natuurlijk ontmoet ik daar, tussen alle rotspartijen en het groen een vrouw met wie ik een paar weken geleden op de steiger in Bacalar heb gelegen. Toeval bestaat niet, zeggen ze. Nouuu…


Een even simpel ritje terug in zo’n zelfde truck en we zijn weer in Palenque waar we de rest van de middag rondslenteren en het dorp bekijken. Onderweg had ik veel negatieve berichten gehoord over Palenque; dat er zo weinig te doen is, dat het lelijk is, saai. Ik vind het echter een hartstikke gezellig dorpje. Leuke restaurantjes, een veelvoud aan souvenirwinkeltjes en een markt. Morgen maak ik wel even een uitstapje: ik heb een hike door de jungle geboekt en deze duurt de hele dag. Yes! Kom maar op! Rochelle en ik nemen die avond al afscheid want ik moet om 5.30 uur in de lobby zijn. Jammer genoeg komt de regen met bakken uit de lucht en om 6.15 uur hoop ik half en half dat ze me vergeten zijn en dat ik terug naar bed mag. Maar ik word dan uiteindelijk toch opgehaald zonder verklaring waarom het zo lang duurde (lang leve Mexico). Ik stap in een busje en zie direct dat ik de enige ben. Vreemd. Een kwartier later stoppen we bij een tankstation en ik begrijp dat ik moet overstappen naar een ander busje. Hier zitten wel mensen in, onder wie een gezellig Deens koppel, en we rijden 2 uur lang richting de grens van Guatemala. Halverwege de rit wordt het me duidelijk dat ik de enige ben in het busje die de jungle tour gaat doen. De rest bezoekt een ruïne en een waterval en er is ook een man die naar Guatemala gaat. Sorry, wat? Waar ga ik precies heen? Op de ‘plaats van bestemming’, waarvan ik niet weet of dat ook daadwerkelijk mijn plaats van bestemming is, moeten we allemaal uitstappen en wordt iedereen een bepaalde kant op gewezen. Ik had me er al bij neergelegd dat ik met de rest meega op de tour die ik niet had geboekt, maar ik mag dan toch als enige van de groep een andere kant oplopen. Daar ontmoet ik 4 anderen en ons wordt verteld dat we in de personenauto die daar staat te wachten, mogen stappen. Met de chauffeur erbij zijn we dus met 6 en dat houdt in dat een koppel noodgedwongen bij elkaar op schoot kruipt. Alles wat tot nu toe is gebeurd, duidt erop dat ik absoluut wel vergeten was vanochtend en dat iedereen dat uit alle macht probeert te verbergen en doet alsof dat niet zo is. Ach, ik ben gelukkig wel flexibel inmiddels. Het regent nog steeds overigens. Niet hard, maar je wordt wel nat. Bah. Ik bekijk mijn Nikes die een natte badkamervloer al niet droog doorkomen en besluit voor de hike toch mijn witte, plastic H&M sneakers aan te doen. Precies nul grip, maar hopelijk wel wat waterdichter. Naast mijn paraplu, die al sinds mijn 3e week op reis mijn trouwe buddy is (hoewel afgekloven door een hond in Nova Scotia en half uit elkaar gewaaid in Chicago), heb ik niks bij me dat echt waterafstotend is. Uiteindelijk hul ik mezelf in de regenhoes van mijn backpack en dat zit nog minder lekker dan dat het eruit ziet. De groep bij wie ik uiteindelijk terecht ben gekomen, is het ook unaniem eens over een vuilniszakkostuum voor de hike. Lekker unisex. Zodra iedereen zijn vuilniszak op de juiste plekken open heeft geknipt en we 10 minuten de jungle inploegen, stopt het met regenen.

De jungle is prachtig mooi, maar extreem modderig waardoor ik eigenlijk vooral naar beneden moet kijken om mijn niet-meer-zo-witte schoenen zonder profiel, op de juiste plaats neer te zetten. Ik ben uiteindelijk helemaal niet gevallen en ik ben H&M daarvoor erg dankbaar. Er loopt wel een jongen voor me die het nodig vindt om elk blaadje of takje waar hij langsloopt even aan te raken of te aaien, waardoor er steeds een plens water naar beneden komt. Hey, vriend, doe eens gewoon even niet. Op een klein, dik vogeltje na heb ik ook geen dieren gezien. Ik wilde me nog wel à la Freek Vonk door de bossen bewegen en gekke vlogs maken, maar HELAAS! Het is alsnog een mooie wandeling en daarna worden we uitgenodigd voor de lunch bij wat mensen thuis. Hoe weinig dieren er waren in de jungle, des te meer zij er rond hun huis hebben lopen. Honden, katten, kalkoenen, kippen, en ook alles in mini-formaat. Tijdens de lunch besef ik me ook pijnlijk dat het stuk kippenborst op mijn bord heel goed afkomstig kan zijn van een lid van de kippenfamilie waar ik zojuist nog vertederd naar heb zitten kijken. Ugh. Ik ben echt niet in de wieg gelegd voor dat soort realisaties. Als ik thuis ben, word ik vegetarisch. O, nee, wacht… frikadellen. Mmm…

Op mijn laatste dag in Palenque ga ik zelf op avontuur: ik pak eerst een collectivo naar de werkelijk schitterende Roberto Barrios watervallen (veel beter dan Agua Azul!) en vervolgens ga ik dan toch ook maar naar de befaamde ruïnes van Palenque. Omdat ik bij Chichen Itza er stiekem een beetje met m’n pet naar heb gegooid, besluit ik een tour te doen. Ik betaal 100 pesos voor een privétour, maar wel in het Spaans. Op dat soort momenten overschat ik toch echt mijn kennis van de Spaanse taal; met handen en voeten weten de gids en ik elkaar uiteindelijk toch redelijk te verstaan en heb ik zo in m’n eentje een zeer interessante en productieve dag gehad!


Palenque is prachtig: veel avontuur, veel natuur en precies wat ik nodig had. Maar nu is het weer tijd voor de volgende locatie: San Cristobal de las Casas. Deze stad in de bergen wordt door velen als favoriet aangewezen en ik heb dan ook veel zin om daar naartoe te gaan. De avond voor ik vertrek, ontmoet ik een Amerikaanse vrouw in mijn hostel: Angel. Angel is hartstikke aardig, maar ook een beetje een vreemde snuiter. We gaan echter beiden naar San Cristobal en besluiten samen de reis te maken. De volgende dag vallen me een aantal zaken op: Angel is een beetje een hippie, heeft een stem als Luna Lovegood en geeft niks om mode, het scheren van haar oksels of hygiëne. Ja, inderdaad. Douchen doet ze dus niet. Op de 6 uur durende reis van Palenque naar San Cristobal ben ik daardoor gedwongen me van haar af te wenden. De weg kent extreem veel haarspeldbochten en zodra ik ook maar een vleugje van haar loeft onder m’n neus krijg, komt het zuur naar boven. MANMANMAN. Gelukkig zit mijn hostel in San Cristobal vol en ik zie haar daarna niet meer. Sorry hoor, ik kan veel hebben, maar als mensen niet douchen, kan ik helaas niks voor ze betekenen. Bye.
San Cristobal blijkt inderdaad een superleuke stad en is zeker de kers op mijn Chiapas-taart. Het toerisme is redelijk minimaal en het leven is een stuk goedkoper. Voor EUR6,50 zit ik in een ontzettend leuk hostel dat elke dag heel veel organiseert. Ik voel me helemaal thuis, op de kou na. Oh, man. Wat is het koud! Overdag is het 15 graden met veel zon, maar ’s nachts koelt het af naar het vriespunt en daar is werkelijk niemand hier op voorbereid. Iedereen zit ’s avonds ingepakt in dikke truien rond het kampvuur en in bed zijn 3 dikke dekens eigenlijk niet genoeg om je op te warmen. Het hostel ziet eruit als een voormalig pakhuis en verwarming is niet iets dat bij dat concept hoort. Alsnog is het hier fantastisch en ik heb het ontzettend naar m’n zin met een heel nieuwe groep leuke mensen. Op maandag is er een activiteit waar je je voor op kunt geven: Temescal. Dit is een soort ritueel in een zweethut, geleid door een sjamaan waarbij je lichaam wordt gereinigd en ontdaan van vuil en slechte gedachten. Nou, dat klinkt als iets voor mij. Met een klein groepje nemen we zenuwachtig plaats in de stenen hut waarvan de bodem bedekt is met dennennaalden. Een voor een worden de vulkanische stenen binnengebracht en het eerste deel gaat van start wanneer de sjamaan er water op begint te gooien. Het is volledig donker en de temperaturen stijgen naar bizarre hoogtes. Zichzelf begeleidend op een drum, begint de sjamaan Mexicaanse of Mayan-liederen te zingen. In trance door de hitte brabbel ik mee met de tekst die ik niet ken en verbazingwekkend genoeg merk ik dat het zingen helpt. De delen van de Temescal die volgen triggeren allemaal een ander gevoel en emoties: tranen, gelach, kippenvel en hitte-uitbarstingen. En zweet. Heel. Veel. Zweet. Ik heb nog nooit zoveel vocht verloren en hoewel ik vermoed dat een deel ervan de tequila van gisteren is, denk ik werkelijk dat een groot deel ook te maken heeft met het afvoeren van de afvalstoffen die ik de afgelopen maanden heb verzameld. Wat een beleving! Zodra ik uit de stenen hut klim, voel ik me herboren en ik kom er verbaasd achter dat we 3 uur binnen hebben gezeten Het voelde echt maar als 1 uur. Wow. Gekkigheid. Heel bijzonder!
De dag erna bezoek ik ook nog een canyon, een uur verderop. Het is niet te geloven: net als je denkt dat je alle pracht en natuur in Mexico wel hebt ontdekt, doemt daar nog weer een gigantische canyon op waar ik op een boot doorheen vaar. Wat gaaf weer! Die avond bezoeken we met de leukste mensen van het hostel een populaire wijnbar in de stad, waar je bij elk drankje een tapas hapje krijgt. Op dat moment voel ik me zó goed en ik besef wat een goed leven ik heb. Ik ben echt verliefd geworden op dit land en ik weet nu al dat ik snel weer terug wil keren om meer te zien. 7 weken was blijkbaar niet genoeg, want ik heb nu pas 2 provincies gezien. Zoveel mensen, zoveel natuur, cultuur, eten, drinken en gekkigheid. Maar het is nu toch echt tijd voor het vierde land op mijn lijst: Guatemala, here I come!



Super mooie ervaringen weer en steeds weer leuk om te lezen. Hou je goed Wendy. Dikke knuf van Marian en Gina X
LikeLike
Hahaha,maar goed dat de wegen van jou en Angel zich al hadden gescheiden,anders had je toch zeker wel 8 uur bij de sjamaan door moeten brengen. Voorzichtig , veel plezier, geniet ervan en goede reis.Op naar het volgende avontuur. xxxxx
LikeLike