Belize·Guatemala·Mexico

Guatemala, grens, grot & genot

Oh man, wat voel ik me ineens beroerd. Op de dag dat ik met de Duitse Lola vanuit San Cristobal terug naar Palenque vertrek, word ik zwetend, rillend, koortsig en misselijk wakker. Mag ik niet weg uit Mexico of probeert m’n lichaam me iets anders te vertellen? Iets verkeerds gegeten? Gedronken? Te weinig rust genomen? Te veel geld uitgegeven? Wie zal het zeggen. Ik voel me in ieder geval helemaal naar de getvers en het komt dan ook precies niet uit dat ik vandaag om 3.30 uur word opgehaald om op een TOUR te gaan. Een tour, ja. Omdat ik al 4 nachten in Palenque heb doorgebracht, maar via die stad naar Flores, Guatemala, moet reizen, word ik door Lola uitgenodigd mee te gaan op een tour langs Agua Azul, Misol-Ha (al gezien) en de ruïnes (ook al gezien), om vervolgens in Palenque te worden afgezet. Deze tour is bijna even duur als een normaal ritje naar Palenque, maar WEL ZO GEZELLIG! Dit was een paar dagen geleden een supergoed idee, maar vandaag vind ik het vreselijk. Weet je nog die bochtige route op weg naar San Cristobal, toen ik naast die riekende hippie heb mogen zitten? Diezelfde weg gaan we vandaag weer afleggen, in al zijn kronkelende glorie. Mijn maag draait zich gevaarlijk ver om in mijn buik en probeert het weinige voedsel dat ik nog in m’n systeem heb zitten, af te voeren. Aan welke kant het eruit komt, is het leuke raadspel dat ik de rest van de dag speel. De tour is zoals verwacht dus vreselijk en bij elke halte lig ik ellendig op een bankje te wachten tot iedereen weer terugkeert naar het busje. Bij de ruïnes houd ik het voor gezien en ik neem een collectivo naar de stad, op naar mijn hotel en privékamer. Als er iets erger is dan ziek zijn, dan is het wel ziek zijn zonder eigen wc tot je beschikking te hebben, dus deze privékamer is nu even alles wat ik wil. En even m’n ouders bellen om mijn misère te delen.

De volgende dag voel ik me alweer een stuk beter en dat is maar goed ook, want vandaag is de dag dat ik naar Guatemala toe mag! Om 9.00 uur word ik opgepikt door een auto die me naar de grens brengt. En wie zit daar in die auto? Omar! Omar, die ik inmiddels al 3 keer per ongeluk tegen het lijf ben gelopen, die 2 keer in hetzelfde hostel bleek te verblijven en 1 keer bedacht ook naar Roberto Barrios te gaan: het gigantisch grote watervallenparadijs waar niemand naartoe gaat. “Are you fucking kidding me?!” roept hij vanuit de auto en we begroeten elkaar als oude vrienden. Natuurlijk blijkt Omar ook in hetzelfde hostel een kamer te hebben geboekt in Flores en we bestempelen elkaar als stalker. Wie wie precies stalkt, weet niemand, maar het is toch fijn om een bekend gezicht te zien tussen alle mensen die je steeds ontmoet. We worden vergezeld door 2 Nederlandse meiden en steken met zijn vieren de grens over van Mexico naar Guatemala. Het verschil tussen beide landen zie je direct terug in de douanegebouwen: in Mexico is het een groot gebouw dat overal bovenuit torent, in Guatemala is het een klein hokje met 2 ventilatoren en met op de beeldbuis een heel oude film met een heel jonge Bill Murray op videoband. De telefoon heeft een snoer en het zal me niks verbazen als er nog diskettes rondhuizen bij de computer. De man die ons paspoort bekijkt, zegt geen boe of bah en geeft ons direct toegang tot zijn land. Ook onze bagage behoeft geen controle en 5 minuten later zitten we met zijn vieren in een opvallend luxe bus op weg naar Flores. We kunnen allemaal zonder problemen onderuit en mijn maag gromt tevreden.

Er is nog een reden waarom ik vandaag al naar Flores ga: KATY EN CASPAR ZIJN DAAR! Ze reizen samen 3 weken door Guatemala en het komt toevallig zo uit dat we elkaar in Flores kunnen treffen. Superleuk! Ik kijk er zo naar uit om een écht bekend gezicht te zien (sorry, Omar) en zodra ze samen mijn hostel binnenlopen, voelt het direct weer alsof we elkaar elke week zien. Eigenlijk zoals het altijd tussen Katy en mij gaat: je ziet elkaar soms maanden niet, maar er is niks veranderd <3. We praten heerlijk bij onder het genot van een biertje voor haar en Cas en een watertje voor mij. Alles rommelt en knort en borrelt nog dus ik houd me voorlopig even koest wat betreft eten en drinken. 2 dagen later onderneem ik pas weer iets: ik ga naar de -voorlopig- laatste Maya-ruïne op mijn lijst: Tikal. Ik ga mee op een supervroege tour waardoor we als een van de eersten in het park zijn en het is fantastisch! Vergeleken met Chichén Itza en Palenque, is dit absoluut mijn favoriet. De ruïnes zijn gigantisch en worden omringd door prachtige jungle. Een heel groot deel van alle bouwwerken wordt zelfs nog overdekt met bomen en groen en kun je maar net aan onderscheiden van een normale heuvel. Ook horen we overal de zogenaamde howler-apen. Wow. Het geluid dat zij produceren is zowel indrukwekkend als angstaanjagend. Je denkt minstens dat er een bende gorilla’s op je af komt stormen, terwijl de apen in kwestie niet zó groot zijn en zich vooral schuilhouden in de bomen. Wel heel cool. Ook vind de gids het nodig met een stokje in een hol te prikken, waardoor de achtpotige bewoner zichzelf even bovengronds meldt. Ggg, tarantula’s. Maar ik vind het dan stiekem toch zielig dat ‘ie wordt geprikt. Dan heb ik toch echt een keer te doen met een spin.

Katy en Caspar zijn nog niet vertrokken of er wandelt alweer een oude bekende het hostel binnen: de Nederlandse Freek heb ik zelfs al 2 maanden geleden voor het eerst ontmoet in New Orleans en daarna nogmaals in Austin. Ook zie ik later die dag de Franse Fanny, die een paar dagen mijn roommate was in Playa del Carmen. Ik blijf het bijzonder vinden hoe iedereen elkaar toch steeds weer weet te vinden. Ik heb het idee dat we met zijn allen dezelfde reis maken, alleen in een andere volgorde. Tegenwoordig is het afscheid ook niet eens meer verdrietig; we zien elkaar toch wel weer ergens!

Zal ik het doen of niet? Zal ik even snel Belize binnenwippen? Het is toch zo dichtbij. Nou, vooruit! Na 4 dagen in Guatemala te hebben doorgebracht, steek ik opnieuw een grens over. In Belize spreekt men Engels en na een halve dag is de ‘hola’ en ‘como estas’ uit mijn vocabulaire geveegd. De Belizian dollar is de helft waard van de Amerikaanse dollar, maar je mag met beiden betalen. Tours zijn dan ook erg duur en ik ben me er ineens heel bewust van dat ik al 6 maanden geen inkomsten heb. Toch wil ik in San Ignacio 1 ding heel graag doen: de ATM grotten. Nee, je kunt hier geen geld pinnen (ik maak de grap alvast voor je, pap), ATM is de afkorting voor Actun Tunichil Muknal. Vraag me niet wat het betekent, maar wauuuuuuw! Om bij de ingang van het grotsysteem te komen, moeten we eerste 2 km hiken door de jungle en daarbij 3 rivieren overzwemmen. In de grot dragen we een helm met een hoofdlamp en we klimmen over rotsen, waden door het water en de gids vertelt ons alles over de Mayas die daar hun offers aan de goden brachten. Er zijn nog steeds menselijke resten te vinden en zelfs 1 heel gekristalliseerd skelet. Zó bizar en bijzonder! Van het begin tot het einde vind ik het fantastisch en ik wil dit zeker een hoogtepunt noemen! Helaas mag niemand filmapparatuur meenemen in de grot, nadat een toerist 4 jaar geleden een van de menselijke schedels heeft gebroken toen zijn Go Pro erop viel. Oeps.

San Ignacio heeft verder niet heel veel te bieden en ik besluit dan toch maar naar Caye Caulker te gaan. Dit eiland is schitterend mooi en staat bekend om de snorkelmogelijkheden en de backpackersfeestjes. Dat laatste houdt me in eerste instantie een beetje tegen want ik heb op zich niet zo’n zin in extreme party. Ook denk ik dat het een beetje hetzelfde zal zijn als Holbox in Mexico, maar zodra ik van de ferry stap, zie ik direct de verschillen. Het eiland is rustig, er zijn veel backpackers, maar het voelt niet toeristisch. De slogan van het eiland is ook ‘Go Slow’ en je wordt erop aangesproken als je in een rap tempo door de zandstraten loopt. Ook vindt men het vreemd als je schoenen draagt; in de regel draag je louter slippers of ga je op blote voeten. Heel chill! Ik kom echter op dit tropische eiland aan in de gietende regen. Met mijn paraplu over m’n beide backpacks heen, loop ik zo snel als ik kan naar m’n hostel. Maps.me is tot nu toe een zeer fijne app geweest, maar op Caye Caulker laat ‘ie me even in de steek. Hierdoor sta ik 20 minuten later niet in m’n hostel, maar in de keuken van een vrouw, die duidelijk geen weet heeft van enige reservering die ik zou hebben. 10 minuten later heb ik dan eindelijk mijn hostel gevonden, maar omdat alles daar op droog weer is gebouwd, ligt iedereen een beetje op bed te hangen. De enige wifi in mijn kamer is te vinden in de hoek bij de watertank en in m’n bed heb ik dus ook vrij weinig anders te doen dan dutjes. De volgende dag is het gestopt met regenen en iedereen is voor 8 uur uit de veren. The sun is awake, so I am awake! Ik ontmoet al snel weer superleuke mensen en we hebben een toffe dag op het strand met een schitterende zonsondergang en als avondeten heerlijke kreeft! Dat is waar ze hier bekend om staan. Hmmm…

Zodra ik de dag erna beneden kom, krijg ik direct de vraag of ik nog meega. Meega? Met wat? Waar heb ik me ook alweer voor opgegeven? Een halfuur later zit ik op een boot voor een snorkeltour. Dit wilde ik sowieso al doen, maar er was steeds slecht weer voorspeld. Vandaag is het niet bijster mooi, maar we gaan toch en we zien superveel! Ik ben eigenlijk heel bang voor alle oceaanbewoners, dus ik heb veel angsten overwonnen: heel veel vissen en koraal, haaien (bah), een smerige aal (nog meer bah), een ray en zelfs een zeekoe! Op de boot had de kapitein al gezegd dat er een ‘manatee’ zou zijn. Ik had geen idee hoe dat zich vertaalt naar het Nederlands, dus ik schrik me helemaal rot zodra ik de 3 meter lange zeekoe in het water zie hangen. Shit! Wel heel vet!

Caye Caulker was uiteindelijk heel erg tof en ik ben al met al heel blij dat ik ben gegaan. Nu ben ik in het zuiden van Belize, Punta Gorda, om morgen weer door te steken naar Guatemala. Belize heeft me echt verrast! Ik hoorde veel verschillende verhalen, maar ik heb eigenlijk alleen maar leuke momenten gehad. Ook is het grappig om het verschil te zien met Mexico en Guatemala, alleen al als je kijkt naar de mensen die om je heen in de bus zitten. Er is een hele bevolking van donkere rastafari’s die heel Jamaicaans ‘Ja Man!’ roepen. Dan heb je nog de mensen die wat meer op de Guatemalese bevolking lijken: kleiner, lichter van kleur. En als klap op de vuurpijl is er een hele groep Mennonieten, een soort Amish mensen die allemaal zo bleek zijn als maar kan, een hoed dragen en een lange baard hebben. Heel interessante combinatie. Ik vind het prachtig. What a time to be alive!

2 gedachten over “Guatemala, grens, grot & genot

Plaats een reactie