Thailand

Slapeloos, Sprookje, Sticky Rice & Snorkelen

*Disclaimer; ik ben al 6 weken weer thuis, maar wegens omstandigheden (werk, leven, oplader van m’n iPad kwijt) kom ik er nu pas aan toe het laatste deel van mijn Thailand-avontuur te beschrijven. Ik kan deze laatste, schitterende week niet zo maar in vergetelheid laten gaan, dus onder het mom van beter laat dan nooit: voilà!

Na het heerlijke Phi Phi, besluit ik door te gaan naar Ao Nang, een stukje buiten de wat grotere stad Krabi en gesitueerd aan het vaste land. Zoals gezegd, was ik het een beetje zat om als groep te reizen en het leek er even op dat dat ook tot het verleden zou gaan behoren. Ware het niet dat Ruud ook die kant op ging op dezelfde dag. Vooruit dan maar. Uiteindelijk natuurlijk ook wel weer gezellig. Wel nemen we afscheid van Sydney en Anne, die een andere boot nemen naar Krabi zelf. De ferry is heel comfortabel en brengt ons bijna tot de haven van Ao Nang, als die zou bestaan. In plaats daarvan worden we geacht over te stappen op een kleinere vissersboot, die gevaarlijk op een woeste zee heen en weer deint. Angstvallig houd ik mijn backpack tussen mijn benen en negeer het feit dat er net een onderdeel van het bootje afvalt en door de golven wordt opgeslokt. Laten we hopen dat dat niet belangrijk was. Op dat moment ben ik blij dat Ruud er is en we maken grapjes over de overladen, uit elkaar vallende boot en de haaien die onder de gammele romp hongerig hun rondes maken. Even later zetten we voet aan land en ik hoop nooit meer op zo’n bootje te hoeven zitten.

Het hostel waarin ik verblijf heet Slumber Party, vrij vertaald ‘logeerfeestje’. Voordat ik hier arriveerde had ik een email gekregen waarin ze me hartelijk verwelkomden en tegelijkertijd waarschuwden voor het feit dat je hier waarschijnlijk geen slaap zult krijgen; dat ze wel iets anders voor me zouden boeken als ik daar naar op zoek was. Dat belooft wat! Bij het aanzicht van het hostel besluit Ruud ook daar te blijven en ’s avonds voegen Sydney en Anne zich weer bij ons. En de groep is weer compleet! Manmanman. Het verschil is echter dat er nog veel meer mensen in dit hostel zijn en dat het ’s avonds, zoals verwacht, één grote gekkigheid is. Daardoor is het eigenlijk toch wel weer heel leuk om met hen dit mee te maken.

De volgende dag is Ruud jarig en de ouders van zijn beste vriend zijn toevallig op vakantie in Thailand. Zij hebben hem gezegd dat ze een verrassing hebben en dat hij wat vrienden mee mag nemen die dag. Op zijn uitnodiging reageer ik in eerste instantie schoorvoetend, omdat ik er eigenlijk even behoefte aan heb om alleen te zijn. Tegelijkertijd zegt een stemmetje in mijn hoofd dat ik zo’n kans op een gratis dagje avontuur altijd moet aangrijpen. En wat ben ik blij dat ik dat heb gedaan! Frans en Marieke zijn heerlijk nuchtere Westlanders en hebben voor Ruud’s verjaardag een privé bootje gehuurd voor de dag, die ons naar allemaal idyllische plekjes zal brengen. En je verzint het niet, maar zodra het bootje komt aanvaren, herkennen Ruud en ik ‘m meteen als het oude, afgeragde bootje dat ons die dag ervoor nauwelijks naar wal had gebracht. Oh mijn God. De eigenaar is inderdaad dezelfde man als van gisteren en hij lacht ons traag en wat suffig toe, terwijl hij ons helpt in het bootje te klimmen. De zee is vandaag heel kalm en spiegelglad, waardoor het bootje onmiddellijk minder krakkemikkig lijkt. Arie – zo noemt Frans iedereen die hij ontmoet en dus ook onze schipper – geeft aan dat hij geen gezin heeft omdat hij dat allemaal te veel moeite vindt. Zo komt hij inderdaad ook wel over ja. Desalniettemin brengt hij ons van de ene naar de andere schitterende plek. De zee is zo prachtig blauwgroen en de rotsen waar we langs varen zo ontzettend indrukwekkend, dat het wel een sprookje lijkt. We stoppen op verschillende plekken om te snorkelen of om te zwemmen. Er drijven grote roze kwallen in het water, waar wij in eerste instantie zeer sceptisch over zijn, totdat Arie er eentje uit het water vist en in zijn blote handen aan ons laat zien. Op de vraag of de kwal niet steekt, antwoordt hij met een wuivend gebaar. ‘Alleen een klein prikje.’ Aha. Met een flinke boog er omheen zwemmen dus. Later komen we aan bij een eiland zoals je deze in films ziet. Heerlijk water, een hagelwit strand en palmbomen die hoog boven al het andere gewas uittorenen. Het landje is zo’n 100 meter breed en je loopt zo aan de andere kant de zee weer in. Ik kan bijna niet bevatten hoe mooi dit is. Zonder privébootje kom je hier ook nooit terecht en wanneer we laat in de middag weer terug zijn in Ao Nang, bedank ik Frans en Marieke hartelijk voor hun gastvrijheid en de mooie dag.

De twee avonden erna zijn precies dezelfde gekkigheid als de eerste avond in het hostel en ik doe er alleen nog aan mee omdat ik weet dat ik hierna naar mijn laatste bestemming ga en daar nog wat rust ga pakken. Ik neem officieel afscheid van onze groep en neem ’s ochtends in alle vroegte een busje die me in twee uur naar de andere kant van het vasteland rijdt. Ik heb inmiddels een kuchje plus bijbehorende verkoudheid opgelopen en ik verwijt naast de ijskoude airconditioning overal toch wel vooral mezelf. Ik ben toe aan wat meer luxe en rust, een lekker bed en een goede douche. En dat hoop ik te vinden op Koh Tao, een eiland in de Golf van Thailand en een waar duikersparadijs. Ik kom pas in de avond aan, waardoor ik nog precies 3 volle dagen overhoud op Koh Tao, voordat ik weer richting Bangkok moet voor mijn vlucht. Helaas betekent dat dat ik net te krap in mijn tijd zit om mijn Open Water te halen. Oprecht zou ik dat graag willen, maar ik kan dit niet zo maar op een avond beslissen. Toch iets met time management, vrees ik. Alhoewel, Koh Tao blijkt nog veel meer te bieden dan alleen duiken. Ik ga naar het strand, hang rond bij het zwembad, neem een massage, kom ineens op een Argentijnse barbecue terecht waar ik de kans krijg mijn Spaans bij te spijkeren, eet iets dat Sticky Rice Mango heet (HOLY MOLY, WAT LEKKER) zie prachtige zonsondergangen, drink heel veel vers kokosnootsap en ontmoet weer een aantal superleuke mensen. Ik merk dat ik niet zo’n zin heb om echt te feesten, maar ik blijf nog altijd een sociaal wezen. Koh Tao biedt in dat geval voor mij de perfecte middenweg, want je kunt er zeker helemaal los gaan, maar je kunt het ook negeren en juist meegaan in het rustige ritme van de duikers die hier langere tijd verblijven.

Op mijn laatste volledige dag ga ik mee met een snorkeltour rond het gehele eiland. Stom genoeg ben ik wat verwend door mijn tijd in Belize, waar het barstte van het onderwaterleven dat in alle kleuren van de regenboog voor je opdoemde. Om nog maar te zwijgen over de onverwachte zeekoe van 3 meter. Rond Koh Tao is het wat minder druk bevolkt onder water. Wel is er prachtig koraal en hier en daar een school angstige visjes. En natuurlijk haaien. Ik houd helemaal niet van haaien (wie wel?), maar gesterkt door groepsdruk ga ik toch fanatiek op zoek naar onze gevinde vrienden. De zee aan deze kant van het eiland is ontzettend ruig en zonder flippers is het een hele opgave überhaupt te blijven zwemmen, laat staan actief de zeebodem af te speuren. Uiteindelijk verlaten we Shark Bay zonder een haai in zijn totaliteit te hebben gezien (alleen een staartvin!), maaaar, we hebben wel twee zeeschildpadden gezien! Dat zijn toch ook altijd bizarre dieren. Heel indrukwekkend.

En dan is het alweer tijd om de biezen te pakken en de gekte en schoonheid van Thailand achter me te laten. Aan de ene kant vind ik dat heel jammer, maar aan de andere kant is het ook wel weer mooi geweest na 2,5 week. Ik wist van tevoren dat ik niet alles zou kunnen zien en er zijn nog een miljoen dingen die ik zou hebben gedaan als ik meer tijd had gehad. Maar dat komt vast een andere keer wel. Mijn kuch is inmiddels geëvolueerd tot een alles behalve aantrekkelijke rochel en blafhoest, dus het is zeker geen overbodige luxe om weer terug naar het normale leven te gaan. Nu neem ik samen met de Nederlandse Ella de ferry naar Chumpon, waar vandaan we de bus naar Bangkok pakken. Ella heeft een aantal films op haar tablet gedownload en het lot wil dat Titanic daar één van is. Natuurlijk gaan we die kijken op de ferry. In tegenstelling tot het vaartuig in de film, komt onze boot wel aan op bestemming en in Chumpon stappen we over op de bus. ’s Avonds laat worden we in Bangkok vlakbij Koh San Road afgezet en de flashbacks naar twee weken geleden schieten door mijn hoofd. Ik wil eigenlijk nog een massage, eten en spullen kopen, maar ik ben zo moe dat ik de massage helaas moet overslaan. Bij de eerste aanraking, mits zacht en teder – zoals ik mijn massages het liefst heb – zou ik al in slaap vallen.

De volgende ochtend tref ik een zeer bekend persoon aan op het vliegveld in Bangkok: Helen! Zij is al 3 maanden in Azië aan het reizen en we wisten al van elkaar dat we heel toevallig precies dezelfde vlucht terug naar Amsterdam hadden geboekt. Nu blijkt het dat zij ook de trotse eigenaresse is van een identieke hoest dus tijdens het wachten voor de eerste vlucht, verzorgen wij om beurten het luidruchtige achtergrondgeluid bij de gate. Jammer genoeg was er gisteren een probleempje met mijn online inchecken, waardoor de Russische maatschappij mij doodleuk op een middelste stoel heeft geparkeerd voor de eerste en langste vlucht. Hoewel ik blij ben dat ik ondanks de problemen wel mee mag, ben ik hier natuurlijk niet van gecharmeerd. Vooral niet als blijkt dat de 74-jarige, Italiaanse Vincenzo die naast me zit, koste nog moeite bespaart mij zijn vakantiefoto’s te laten zien. Foto’s van hem met een palmboom, foto’s van hem met een aap, foto’s van hem met een vrouw, van wie ik vermoed dat ze zijn vriendin is, maar wie net zo goed een toevallige voorbijgangster kan zijn. Aangezien de beste man geen woord Engels, noch Frans spreekt en mijn pogingen via het Spaans de Italiaanse taal te bereiken niet verder komen dan ‘Pizza’ en ‘Grazie’, leek het mij in beginsel duidelijk dat alle interactie tijdens deze vlucht was uitgesloten. Daar dacht Vincenzo anders over en precies terwijl ik een traantje wegpink tijdens de Live Aid scène van Bohemian Rhapsody, krijg ik weer een foto onder mijn neus geduwd. Dit keer van onze Italiaanse vriend met een olifant. Mamma mia. Op de vlucht vanaf Moskou zit ik gelukkig naast Helen en de laatste 10 minuten worden we alvast aan het Nederlandse weer herinnerd, wanneer het vliegtuig vervaarlijk wiebelend de wind trotseert in aanloop naar de landing.

Maar ik ben er weer! De vakantie zit erop en het echte werk gaat weer beginnen (is dus al 6 weken geleden weer begonnen). Ik ben volledig zen en voel me echt even heerlijk tot rust gekomen. Al heb ik eigenlijk vooral niet gerust. Toch grappig hoe dat gaat!

Plaats een reactie