Onderweg naar de Grand Canyon moeten we eigenlijk nog een tussenstop vinden, maar alles is of duur of droge woestijn, dus uiteindelijk belanden we in Glen Canyon bij Lake Powell. Een meer kunnen we ons bijna niet voorstellen in deze hitte, maar oké, we gaan het bekijken. De camping zit al vol, dus staan we even later voor $14 weer op een mooie iOverlander plek met 5 andere campers. Hoewel we nu een auto hebben waarin we potentieel kunnen slapen, hebben we alles alweer zo ongeorganiseerd volgegooid met onze spullen en boodschappen, dat we toch maar onze haringen in de stenen ondergrond slaan. Wel worden we ondertussen getrakteerd op een schitterende lucht en een koeler windje, dus het belooft weer een fijne avond te worden. En een ZWEET-nacht. Bluhhh. Op naar het strandje bij Lake Powell! Dit strandje ligt echter naast de helling waar boten het meer op worden gelaten en is helemaal niet idyllisch, of zanderig wat dat betreft. Sterker nog, het is één grote modder/klei bende, maar we hebben onszelf een doel gesteld, dus we kleden ons uit tot ondergoed en lopen tot onze knieën het water in. Het is onverwachts ijskoud, dus ik houd het hierbij, maar Jona moet nodig in bad, dus die loopt dapper door. We trekken nogal bekijks, want twee dikke vissers op het bootje naast de steiger wijzen, lachen en maken zelfs een foto van ons. HALLO, DOE ANDERS EVEN NIET, OF ZO.



Na ons strandavontuur is het weer tijd om verderop te gaan, want vandaag is de dag… dat we naar Grand Canyon gaan! We zitten nog even 2 uur in de MacDonalds voor wat Wifi en administratie, want dat schiet er toch wel een beetje bij in op zo’n roadtrip, en rijden dan door naar ons laatste nationale park. Ik ben 9 jaar geleden aan de West Rim geweest, maar het was toen zo’n 42 graden en binnen 2 uur moesten we alweer instappen in de tourbus, dus ik kan wel weer een Grand Canyon update gebruiken. We vinden een schitterende en gratis iOverlander plek in het naastgelegen Kaibab Natural Forest en besluiten hier de komende 3 nachten door te brengen. Behalve in de backcountry van Bryce Canyon, hebben we nog niet zo rustig gekampeerd. Heerlijk! Wat slaapt de mens toch lekker als het gratis is.

De Grand Canyon is nog even indrukwekkend als 9 jaar geleden. Zo groot (joh) en kolossaal! Zo ver als je kunt kijken, zie je canyons en dieptes wegzakken in de aarde. De eerste dag wandelen we rustig over de south rim met alle uitzichten die je maar kunt wensen. Ook belanden we bij een ‘Ranger Talk’, waarbij een park ranger verhalen vertelt over het park. Vandaag heeft hij het over de condor en hoe je deze kunt herkennen. Jona komt er met pijn in zijn hart achter dat de condor die hij in Zion dacht te hebben gezien, eigenlijk een ‘turkey vulture’ was. Dat is nou jammer. De dag erna gaan we de canyon in bij de Bright Angel trailhead. We worden aan alle kanten gewaarschuwd voor de hitte en hoogte en dat we genoeg water mee moeten nemen en dat het echt heel zwaar zal worden. Ergens weten we al dat dit vooral bedoeld is voor de toeristen op hun teenslippers of in spijkerbroeken, maar toch houden we rekening met een zware tocht. Vooral deze waarschuwing vind ik mooi: ‘Going down is optional, coming up is mandatory’. Eens. Naar beneden voelt iedereen zich inderdaad als de fitste persoon op aarde, terwijl je alle hijgers en puffers omhoog ziet komen. Ik heb zelf mijn zinnen gezet op de Indian Garden, 7.2km de Canyon in. Jona gaat nog een stukje verder, want hij is Jona. Dus begin ik om 11.30 uur (mooie, hete tijd) aan mijn klim weer terug omhoog. Na alle waarschuwingen valt het me eigenlijk alles mee. Het is wel warm, maar niet onoverkoombaar en ik maak er een sport van mensen te lappen onderweg naar boven. Misschien zit er dan toch nog iets fits in me van Zuid-Amerika. Fijn!



Terwijl ik op Jona wacht, biets ik om een douche bij de camping op het park, want ik ben één grote zonnebrand met een laagje stof. Aan zo’n 5 minuten douche-token kan ik toch niet zo wennen. Het relaxte gevoel gaat er een beetje vanaf als de tijd zo doortikt, zeker als je ook nog je shirt en sokken probeert uit te spoelen, terwijl je je shampoo laat vallen en je aan de vrouw in het hokje naast je moet vragen of ze ‘m terug schuift onder het schot door. Maar ik ben weer schoon en dat is het belangrijkste.

Jona heeft ook nauwelijks last gehad van de zware klim omhoog en doet er maar 8 minuten langer over om omhoog te komen dan naar beneden te gaan. Moe maar voldaan rijden we terug naar ons plekje in het Kaibab bos.
De dag erna bivakkeren we weer even in de Macdonalds om wat dingen uit te zoeken, en vervolgen dan onze weg naar… Las Vegas! Het is nog wel een flinke tocht, dus we zoeken nog één iOverlander op bij de Hoover Dam in de buurt. Niet de meest idyllische plek met wat snelweglawaai, maar het volstaat. We besluiten wel in de auto te slapen, want de grond is én niet vlak én één grote steen.


Voordat we onze auto in moeten leveren, gaan we nog een keertje terug naar de outdoorwinkel aan de rand van Vegas. Ik bezit na het sneuvelen van mijn teenslippers alleen nog maar bergschoenen en ik heb sandalen besteld die hier worden geleverd. Helaas is er iets niet helemaal goed gegaan en zit in mijn pakketje alleen de linkerschoen. Duizend excuses en een prima compensatie later ben ik best tevreden met de service, maar nog wel steeds sandaalloos. Wat we wel hebben gekocht is een bear canister! Ons volgende avontuur is namelijk nabij: we gaan een deel van de Pacific Crest Trail hiken. Hierover later meer, maar het heeft wel als resultaat dat we nu een heuse bear canister in ons bezit hebben. Bij het inleveren van de auto is dit al een ding, want we hebben op dit moment absoluut geen plek in onze tas voor dit gevaarte en we hebben echt veeeel te veel eten over. Als een soort pakezels lopen we dus de Budget autorental locatie binnen. We willen natuurlijk graag een tegemoetkoming van onze gemaakte kosten voor het autodebacle en na het uitgelegd te hebben aan het aardige, maar niet per se behulpzame meisje achter de balie, mag ik met hun telefoon de servicelijn bellen. Echt zin in. Na 3 kwartier heb ik een mannetje gesproken die ons 100 dollar terug zal geven voor de dag dat we geen auto hadden. De 91 euro die ik aan belkosten had gemaakt, vallen niet onder hun verantwoordelijkheid. En nog een prettige dag, joe joe. Nou ja, in ieder geval wel 100 dollar terug! Daar kunnen we bijna een nacht van in Vegas slapen. Nu nog bij ons hotel zien te komen. Het is namelijk volgens Google Maps 4 minuten rijden, maar 3 kwartier lopen! Las Vegas is natuurlijk, zoals alle Amerikaanse steden, puur en alleen gericht op auto’s. Vet irritant. Er gaat wel een bus, zegt het meisje achter de balie. Ze kan alleen niet vertellen hoe vaak die precies gaat, en wifi hebben ze ook niet op het kantoor, dus een Uber boeken zit er tevens niet in. Manmanman. Met onze uitpuilende backpacks, bear canister en Walmart tasje vol met eten maken we ons net klaar om naar de bus te lopen, als een aardige Budget-meneer aanbiedt ons even te brengen. Jaaa, fijn! Onderweg legt hij ons uit dat hij 7 maanden geleden hierheen is verhuisd en dat hij volop geniet van alles dat Vegas te bieden heeft. Terwijl hij dat zegt, zien we zijn gezicht even wegdraaien naar een schaars geklede vrouw die op een straathoek staat te paraderen. Duidelijk, vriend!
We zijn aangekomen bij ons paleis! En letterlijk, want het Excalibur hotel heeft allemaal rood en blauwe torentjes en is echt een soort paleisje midden op de Strip. Superleuk! Enigszins opgelaten lopen we naar de fancy receptie met onze zooi. Volgens mij zijn ze hier echter wel wat gewend, want er wordt niet eens omgekeken naar onze beerton. Op de 18e verdieping worden we naar een kamer met twee Queensize bedden geleid. Waaaaa, zo chill! De bedden zijn echt goddelijk en zo groot! We vinden elkaar echt nog wel leuk, maar na al dat kamperen slapen we mooi elk in ons eigen bed deze twee nachten! Heeeerlijk! Vegas Baby!


Als je nog nooit in Vegas bent geweest, kijk je werkelijk je ogen uit. Als je wel al een keer in Vegas bent geweest, doe je dat ook. Want, man, wat blijft het toch fascinerend. Elk hotel heeft z’n eigen karakter, sfeertje en natuurlijk een casino! Dag en nacht zetten allerlei soorten mensen een maandinkomen in op de meest uiteenlopende spellen, zich niet bewust van de klok die gestaag doortikt. Op de casinovloer mag nog gerookt worden, wat ik even heel bizar vind, maar ook wel weer begrijpelijk. Zo houden ze de mensen binnen! Bij een ander hotel hebben ze het plafond de kleur van de buitenlucht gegeven, de illusie wekkend dat het altijd overdag is, en niet middenin de nacht. Je kunt alles doen in een hotel wat je wilt en je hoeft er niet weg te gaan om een prima vakantie te beleven: er is een zwembad (of 4), een spa, een sportschool, een klein winkelcentrum, een food court, een buffet, een VR experience, een casino dus, soms een achtbaan (ja, echt) en alle services die je je maar kunt bedenken. Maar het is juist zo leuk om ook buiten je hotel te komen, want de Strip op zich is echt zo fantastisch. Ik vond Times Square in New York schreeuwerig en Hollywood viezig, maar de Strip is gewoon één groot spektakel. Zonder specifiek iets te doen, vermaken we ons kostelijk met mensen kijken en wijzen naar alle winkels, hotels en andere bezienswaardigheden. Meisjes met grote verentooien kijken je verleidelijk aan met hun opgespoten lippen en tepelplakkertjes en vragen geld als je alleen al met ze praat (dus negeren we ze genadeloos). Vieze mannetjes klapperen met kaartjes voor de stripclubs downtown (die negeren we ook). Een in latex gehulde Patricia Paay-achtige vrouw begint me complimentjes te geven door haar microfoon en als ik ze zou accepteren, mag ik ook meteen mijn portemonnee trekken. Het is me toch wat! En dat is dus vooral wat je hier kunt doen: geld uitgeven. Nu is dit niet mijn hobby en Jona’s nachtmerrie, dus doen we Vegas zo budget mogelijk.


Wel scoor ik een bikini zodat ik ook in de zwembaden kan bij ons hotel. Mijn oude is een langzame dood gestorven en zo goed als uit elkaar gevallen in Panama, dus die mocht niet mee naar Amerika. Ik mag van Jona geen Croggs, dus koop ik bij Target uiteindelijk voor $10 slippers die ik ook kan gebruiken voor onze toekomstige kampeeravonturen: ze wegen niks en ik kan m’n sokken erin aan. Dan weet je ook gelijk hoe het staat met mijn huidige modebewustheid.
Terug in ons paleis is het zwembad net gesloten (zul je net zien). We hebben al lekker burgers gegeten bij In ‘n Out en ineens slaat de vermoeidheid toe. Als echte rock en roll Vegas-gangers, gaan we dan ook om 9 uur slapen. Heerlijk.
De volgende dag gaan we iets heeeel Amerikaans doen: op naar het all you can eat buffet! We hoeven er niet eens de deur voor uit, want het is gewoon in ons hotel. We doen echt ons best de gezonde dingen er tussenuit te pikken, maar met 4 keer halen (+ 2 borden met toetjes), rol je uiteindelijk 2 uur later alsnog als een dikke pad het restaurant uit. En ben je nog steeds veel dunner dan de gemiddelde persoon bij het zwembad. Wel echt fantastisch mensen kijken weer hier. Een groot deel is zich heerlijk aan het bezatten bij de bar, een ander deel paradeert in een te strak badpak met gaten op vreemde plekken. Weer een ander houdt z’n kinderen in de gaten, terwijl hij de perfecte duckface selfie probeert te maken. Genieten hier.

We zitten ‘s avonds nog steeds vol van het buffet, dus gaan zonder avondeten de Strip op. In de avond is het menselijk aanbod op straat helemaal een mooie mix: een groep meisjes met korte jurkjes, gekruld haar en een geplamuurd gezicht is onderweg naar de club, terwijl de mensen die 16 uur lang aan hendels van gokmachines hebben zitten sjorren, slaperig en chagrijnig in hun joggingbroek rondsjokken. En dan heb je ons nog: wij passen nergens bij in onze backpacker kleding. Zeker als we verdwaald zijn in het poepluxe Cosmopolitan hotel, vallen we uit de toon. Want verdwalen kun je erg goed in de hotels. Zelfs Jona’s navigatieskills kunnen niet op tegen de gewiekste manieren van de hotels om je binnen te houden en op de één of andere manier steeds weer terug te leiden naar de casinovloer.
We aanschouwen de prachtige fonteinshow van het Bellagio hotel die net zo mooi en indrukwekkend (en gratis) is als ik me herinner. Tegen de tijd dat we weer terug zijn gelopen naar Excalibur, is het al na middennacht. Heftig hoor! Maar we hebben morgen een lange dag voor de boeg, dus we gaan maar niet de club in (als ze ons daar al toe zouden laten op onze sneakers of $10 slippers).
We blijven zo lang mogelijk liggen in onze goddelijke bedden, tot het echt tijd is om uit te checken. Dan nemen we een Uber naar het busstation om de Greyhoundbus naar Barstow te pakken. Tot daar gaat alles voorspoedig, maar in Barstow krijgen we te horen dat er geen bus gaat naar Ridgecrest, en laten we daar nu juist heen willen. Daar was ik al een beetje bang voor, want nogmaals, in Amerika heb je een auto nodig om te bestaan. De lokale bus in Barstow brengt ons naar de rand van het woestijnplaatsje en laat ons achter in de gloeiendhete berm. De duim gaat omhoog; er zit niks anders op dan te liften. 3 kwartier later staan we echter nog steeds in de hitte. Er zijn weinig auto’s, en de auto’s die er zijn, willen ons niet meenemen. Gelukkig is daar toch ineens een grote stationwagen die voor ons stopt. Hoera! De bestuurder heet Michael (“Mojave Mike”) en kan ons een stuk verderop afzetten. Alle beetjes helpen. Mojave Mike praat graag over zichzelf en binnen een halfuur weten we wat hij per maand betaalt voor zijn huis, dat één van zijn collega’s dodelijk gebeten is door een slang, wat zijn politieke voorkeur is en dat hij niet gevaccineerd is. Reken maar dat wij die vragen niet hebben gesteld. Op het volgende kruispunt is het nog heter en moeten we weer zo’n 3 kwartier wachten voor de volgende auto stopt. Jeff is onderweg naar Oregon, dus wil ons wel in Ridgecrest afzetten. Ik zit op de achterbank naast zijn 19-jarige hond, die Angel heet en vlak voor Ridgecrest over haar deken kotst. Maar wel een aardige vent en we zijn toch gekomen waar we moeten zijn!
Een tandenloos mannetje checkt ons in in het hotel dat ik al eerder had opgezocht, en we maken onze tassen klaar voor onze eerste dag op de PCT! De Pacific Crest Trail is een wandelpad dat loopt van de grens bij Mexico tot de grens bij Canada: in totaal 4,265 km! Bizar natuurlijk, maar wij gaan hier een deel van doen! Onderweg kampeer je en als je eten op is, ga je naar een nabijgelegen dorpje om weer boodschappen te doen. En te douchen, als je geluk hebt. Omdat we dus ontzettend veel zooi nog bij ons hadden en we zeker niet met alles op onze rug willen (of kunnen) gaan hiken, besluiten we een deel op de post te doen naar… het noorden of zo? We weten tenslotte niet precies waar we terecht gaan komen voor onze tijd in de VS erop zit. Het is weer een bloedje hete dag in de woestijn en de kilometer die we moeten afleggen naar het postkantoor is op z’n zachtst gezegd confronterend.
Ineens horen we een opgetogen stem naar ons roepen. Langs de kant van de weg staat een auto en een vrouw die de kofferbak al open heeft. ‘Come on guys! Hop in!’ Angela, a.k.a. Mom Cut, is zojuist zelf van de PCT afgegaan wegens omstandigheden en heeft net haar huurauto opgehaald, als ze besluit ons een lift te geven. Superlief! Eerst brengt ze ons naar het postkantoor, waar we de grootste moeite hebben met ons pakketje versturen. ‘Waar mag het pakketje heen?’ – ‘Uhm, naar Portland?’ – ‘Heb je een adres?’ – ‘Oregon?’ Nee, we hebben geen adres, want we hebben absoluut geen idee. Na een tijdje discussiëren met diverse werknemers van het postkantoor, ren ik even naar Mom Cut (die nog steeds in de auto zit te wachten op ons, MEGA LIEF), om aan te geven dat we er nog niet helemaal uitkomen. En dan komt zij ineens met dé oplossing: ‘ik weet dat je me niet echt kent, maar ik kan jullie pakketjes wel meenemen en dan opsturen als jullie weten waar je gaat stoppen?’ Omdat ze dus zelf net van de trail komt, weet ze precies hoe het is en wil ze ons heel erg graag helpen. “Consider it ‘trail magic’!” zegt ze blij. Wauw!!! Dat is echt honderd keer handiger! Ik haal Jona bij de balie vandaan en we zijn OFFICIEEL onderweg! Mom Cut zet ons af bij de trail head van Walker Pass en we bedanken haar onophoudelijk. Daar gaan we!


Oorspronkelijk wilden we de woestijn helemaal overslaan, maar hoewel het niet zo lijkt, was Ridgecrest het meest logisch te bereiken vanaf Las Vegas, dus we beginnen bij Walker Pass. De laatste officiële dagen in de woestijn van de trail. HEET. ZWAAR. ZWEET. PLAK. BLAREN. Maar daarover meer in de volgende blog. De wifi is erg schaars, dus ik loop een beetje achter. Spoiler: we vermaken ons goed en het is zooo mooi hier! 🙂
