TOWN DAY! HOERA! Met een grijns en tegelijkertijd een grimas ren ik op m’n zere voeten Kearsarge Pass af. Na 10 minuten besef ik dat het nog steeds een heel eind lopen is (12 km in totaal) naar de parkeerplaats waar we ook nog moeten liften, dus ik stel m’n verwachtingen om 10.00 uur in de stad te zijn, enigszins bij. Bij de trailhead staat trail angel Kurt ons echter al op te wachten en hij wil ons voor een tientje per persoon wel naar de stad rijden. Elke dag rijdt hij met zijn SUV op en neer om smoezelige tot ronduit gore hikers naar hun bestemming te brengen. Kurt vindt het niet erg dat we al een week niet hebben gedoucht en dat we onze vieze spullen in zijn auto gooien. Risico van het vak. Onderweg entertaint hij ons met informatie over de omgeving en hij waarschuwt ons voor de drukte in Bishop. Door Memorial Weekend en iets dat the Mule Festival heet (iets met ezels en cowboys of zo), is het een beter idee dat we naar Lone Pine gaan om daar onze ‘zero’ te houden. Wel een beetje een gek idee, want nu rijden we dus het stuk terug dat we de afgelopen week hebben gelopen. Maar we zijn in town! En schranzen deden ze. Na dagenlang junkfood, aardappelpurree en noedels, is het eerste waar ik zin in heb een salade. I know, wie had dat gedacht? Gelukkig heeft de pizzeria waar we eten een All You Can Eat saladebar voor bij onze large BBQ Chicken pizza. Twee vliegen in één klap! Mmm. Heerlijk! Na het eten weten we een plekje te bemachtigen in hotel Dow Villa, waar we onze trailvrienden ook weer treffen. Gezellig! Snacks kopen, douchen, de was doen, dutje doen, heel veel eten bij de Chinees: een typische dag in town. Genieten!

Hoewel je na een dag of anderhalf niet lopen weer barstensvol nieuwe energie zit en eigenlijk zo de trail weer op wilt rennen, zit er de hele tijd een klein stemmetje in m’n hoofd dat me waarschuwt voor de aankomende, besneeuwde bergpassen. Brrr, daar zie ik toch zo tegenop. Uiteindelijk is het een combinatie van mijn vermoeide en beblaarde voeten en m’n sneeuwangst die de doorslag geeft: ik ga dit niet doen. Tijd voor een korte vakantie van de trail, maar ook van onze reis. Thuis kan ik namelijk extreem goed niks doen en dat doe ik dan ook erg graag. Op reis ben je toch elke keer wel bezig en zelfs op de ‘chill dagen’ moet je nog weer van alles regelen. Dus deze meid gaat even écht relaxen. Natuurlijk verlang ik niet van Jona dat hij hetzelfde doet, dus na een zero in Lone Pine waarbij we in het sfeerloze, maar heerlijke motelzwembad liggen en vooral veel eten, stapt hij weer op de laadbak van een truck. Terug naar Kearsarge Pass, weer de 12 km omhoog lopen, terug naar de trail. Alleen al het feit dat ik Kearsarge niet weer terug op hoef, maakt me content met mijn beslissing. Nu heb ik wel ineens een volle week ‘vrij’ met alleen mezelf, en dat voelt vreemd. Omdat ik Lone Pine al wel heb gezien (het is letterlijk één straat), wil ik graag naar Bishop, maar vanwege Memorial Day rijden er nog geen bussen. In m’n eentje liften zie ik niet zo zitten, dus ik check voor nog maar een nachtje in in het enige hostel in Lone Pine en doe precies niks, behalve meer snacken en trash tv kijken. Iets later checken wat bekende hikers in en ik ga met ze uit eten. Toch leuk om zo iedereen tegen te komen – dan pas blijkt dat zij bijvoorbeeld maar een dag of twee achter je liepen.


De dag erna kan ik eindelijk in de bus naar Bishop stappen. De chauffeur is een ouder mannetje die uitlegt dat hij eigenlijk al met pensioen was toen ze hem vroegen deze bus te rijden. Het begon met 3 dagen in de week, 2 keer per dag, maar inmiddels rijdt hij elke weekdag zo’n 4 keer en hij vindt het prachtig. Mooie vent! Een uur later ben ik ingecheckt in The Hostel California, wat me zo’n 38 dollar per nacht kost, maar waar wel een leuke vibe hangt. Er is een tv-kamer met videobanden en een oude beeldbuis (love it) en heerlijke lounge banken. Buiten is er een soort hofje met nog meer lekkere banken en een hoop chillende hikers en klimmers. Op de binnenplaats staat een grote wietplant in een pot en er wordt dag en nacht keihard geblowd. Aangezien het legaal is in California doet ook letterlijk IEDEREEN dat, wat resulteert in een soms treurig hoopje mensen. De staff doet lekker mee en bij benadering zie ik ook dat dit geen jonge gasten meer zijn, maar gewoon mannen van in de veertig die te lang zijn blijven hangen in de gezelligheid. Maar hey, ik kan hier prima niks doen en dat was het doel van deze week. Dus ik lees een volledig boek (trots op mezelf), kijk 18 afleveringen van Grey’s Anatomy, maak nieuwe vrienden en kijk oude klassiekers op videoband: Sister Act, Mathilda, Jumanji (de originele), Dumbo en Pirates of the Carribean deel 1. Heerlijk. Ook omdat een groot deel van de jonge hikers nog nooit met een videoband te maken heeft gehad en zich verbaast over het feit dat je zo’n ding eerst moet terugspoelen voor je kunt beginnen. Maar eerlijk gezegd was ik dat ook vergeten… Ook sprokkel ik alvast nieuwe boodschappen voor het volgende deel van de hike bij elkaar door elke dag in de hiker box te kijken. In de hiker box kun je spullen, eten, kleding etc. achterlaten dat je zelf niet gebruikt of niet kwijt kunt in je tas en dat mogelijk voor een andere hiker interessant is. Denk aan scheermesjes, die in pakken van 10 komen en waarvan je er hooguit 1 gebruikt in town, oude handschoenen die nog prima in tact zijn, een halve zak chips of een ziploc met havermout. Another man’s trash… Is het sneu dat ik het gros van onze boodschappen uit deze hiker box heb gehaald? Misschien. Is het handig en goedkoop? 100%.


En dan krijg ik ineens een appje van Jona: hij is in Mammoth! En waar ben ik? Uhh… ik lig al 6 dagen op deze zelfde bank in Bishop, want de bus gaat niet in het weekend en ik had de inschatting gemaakt dat hij zondag of maandag aan zou komen, niet zaterdag. Gelukkig heeft hij een flinke dosis berglucht en -energie meegenomen uit de Sierras dus hij is in een goede bui en komt wel twee nachtjes naar Bishop toe (liftend). Gezellig!
De consensus is dat het goed was dat ik de bergpasses heb overgeslagen, want ze waren inderdaad best intens geweest. Een eitje natuurlijk voor Jona, die inmiddels de trail naam ‘Snow Man’ heeft bemachtigd. Mijn trail naam is Peachy geworden, gebaseerd op de oud Amerikaanse uitdrukking Peachy Keen, wat zoveel betekent als: alles gaat goed, alles gaat peachy keen! Ik heb de naam echter ironisch opgevat, want zeker niet alles gaat goed bij mij op de trail. En samen met mijn rozige perzikwangetjes en perzikkleurige donsjas, kan ik de naam alleen maar accepteren en omarmen. Met zo’n trailnaam kun je dus heel anoniem de trail lopen, want soms heb je geen idee hoe iemand echt heet, ook al zou je er maanden mee optrekken; voor veel mensen erg bevrijdend. Want het is toch ook gewoon veel leuker als iemand zich voorstelt als Yard Sale, Watersnob, Too Hot, Sunny Side, Little Squeezy, Happy Meal, Einstein, Sparkles, Bearspray, Siddartha of Garbage Lady? En ja, dit zijn allemaal mensen die we hebben ontmoet onderweg. Voeg daar dus maar Peachy en Snow Man aan toe!
Behalve lui zijn en eten vergaren, heb ik ook al de hele week mijn oog op een lichtgewicht tas in de outdoorwinkel tegenover het hostel, dus nu Jona er is, moet hij mij even helpen met de knoop doorhakken. Mijn huidige tas is 75 liter en ongeveer even groot als ikzelf. Toen ik deze kocht heb ik niet echt gekeken naar de maat of de lengte van mijn rug, simpelweg omdat ik niet wist dat dat een ding is. Inmiddels kan ik de heupbanden niet meer strakker aantrekken, waardoor mijn billen dus soms knel zitten onder het gewicht. Het is een prima reistas, maar om er honderden kilometers mee te wandelen? Beter van niet. Na Jona’s professionele tassenmening erop los te hebben gelaten, besluit ik de lichtgewicht tas te kopen. Omdat ik ondertussen bijna een week in het hostel heb gewoond, mag ik van de eigenaar mijn oude tas hier achterlaten en hem weer ophalen zodra we klaar zijn met de hike. Top!

Op maandag pakken we gezamenlijk de bus naar Mammoth, vanwaar we verdergaan met de trail. Ondanks al mijn vrije tijd moeten we toch stiekem nog weer een hoop regelen, dus we besluiten ook hier nog maar een nachtje te boeken. Mammoth is in de winter een drukbezocht skistadje en ziet er ook in de zomer gezellig uit. Er rijdt een gratis trolly rond bij wijze van openbaar vervoer, wat in de VS sowieso een unicum mag worden genoemd. We kunnen nog niet inchecken bij ons hotel en irritant genoeg kunnen we ook niet onze tas er achter laten. “Vanwege Covid”. Ja, m’n hoela. Dus met tas en al lopen we wat outdoorwinkels in de omgeving af. Jona’s bergschoenen zijn officieel afgeschreven nadat hij 6,5 dag sneeuw ermee heeft geschept en je inmiddels z’n tenen door de zool heen kunt zien komen. Hij heeft nog wel trail runners die hij nu als hike schoenen gaat gebruiken, maar het is wel fijn om ook kampschoenen te hebben. Dus daar zijn we naar op zoek. En ik wil een poncho. De 19-jaar oude Disney poncho heeft het officieel begeven (boehh) en hoewel we alleen maar zon hebben gehad de afgelopen weken, wil ik het er niet op wagen. De bergen zijn onvoorspelbaar en als je eenmaal koud en nat bent, blijf je koud en nat. Onze zoektocht wordt onderbroken wanneer we onze trailvrienden tegenkomen op straat en we even naar de nieuwe Top Gun in de bioscoop gaan. Niet productief, maar wel heel gezellig! Nu komt het wel weer goed uit dat ik m’n tas nog bij me heb, want in mijn bear canister zitten allemaal snacks, waaronder bijna een kilo m&m’s! Jammie!

Die avond gaan we ook bij ze langs in hun SUPERmooie airbnb en eten we spaghetti met saus en ballen en knoflookbrood. Zij blijven hier nog een extra nacht, maar aangezien ik inmiddels al 9 dagen op m’n kont zit, is het voor ons écht tijd om te gaan. Ik heb er weer zin in! M’n blaren zijn genezen, m’n benen doen geen pijn meer en m’n gezicht wordt alweer ronder van al het eten en niet bewegen. Tijd om te gaan dus!
Wat een heeeeeerlijk lichte tas heb ik! Ondanks de volle bear canister voel ik een degelijk verschil met mijn oude, logge tas. Meters maken! We lopen al snel in de prachtige natuur en hiken 20 km voor ik het mooi geweest vind. Net als we het kamp op hebben gezet en ons klaar maken om te koken, zie ik ‘m: EEN BEER! OMG! JONAAA! Jona was nog even iets anders aan het doen en bij het horen van mijn kreet, verwacht hij weer dat ik een hert zie, of een eekhoorn of iets anders dat mij altijd al hysterisch blij maakt. Maar dan ziet hij ‘m ook: bruinig, bijna blond, struinend door het gras aan de overkant van de rivier waar wij hoog boven zitten. Het is dé manier waarop wij altijd hebben gezegd een beer te willen zien. Perfect! De beer ziet ons niet of heeft absoluut geen aandacht voor ons en loopt rustig het bos weer in. OMG! WE ZAGEN EEN BEER! Die nacht doe ik natuurlijk bijna geen oog dicht voor het geval z’n broer aan deze kant van de rivier is, maar als we de volgende ochtend onze tent uitkruipen, staan onze beertonnetjes nog ongeroerd achter de boom waar ik ze had verstopt. Niks aan de hand dus. MAAR WE ZAGEN WEL EEN BEER!


Hoewel m’n tas zelf een stuk lichter is, is de trail niet per se makkelijker geworden. Met elke dag zo’n 1000 hoogtemeters, steile paden naar beneden met keien en steentjes die ik zelfs door de zool van mijn bergschoen voel, grote stukken met sneeuw bedekte trail en snelstromende rivieren waar we over- of doorheen moeten, is 25 km lopen een grote uitdaging. Gelukkig heb ik dit keer veel minder pijntjes en merk ik dat de afstanden beter vol te houden zijn. Ik word dus echt sterker! Pas als we op dag 4 en 5 volledig worden opgegeten door de muggen, begin ik mijn goede humeur te verliezen. MANMANMAN. DEZE BEESTEN. Zodra we over Donahue Pass zijn en in een prachtige vallei komen, zijn ze daar ineens. Honderden, duizenden, miljoenen! Wie zal het zeggen? Maar ze zijn er in grote getale en ze zijn er om ons volledig leeg te zuigen. Vampire Valley, noemt Jona het. Maar echt. Als je loopt, prikken ze je. Als je stil staat, ga je eraan. Ze terroriseren je gewoon. De eerste dagen loop ik nog dapper door in mijn korte broek, want het is heerlijk weer en ergens hoop ik dat ze mij niet zo lekker vinden. Maar 150 bulten verder, besluit ik toch maar in mijn legging te hiken. Liever bloedheet, dan helemaal geen bloed meer in m’n lijf. Je ziet ook veel minder hikers pauze nemen; de meesten rennen het liefst de dag door totdat ze ‘s avonds veilig hun tent in kunnen vluchten. Alsof je gestraft wordt als je even níet loopt. Mijn ergste Muggen Moment is daar zodra ik een rivier moet doorkruisen. Omdat ik niet zoals Legolas Jona over een boomstam heen kan balanceren, ben ik genoodzaakt m’n schoenen uit te doen en door het stromende water te waden. Tot zo ver geen probleem. Wel irritant, maar geen probleem. Zodra ik aan de overkant ben, zijn ze daar. ZWERMEN. Om me heen. Op me. Ik word he-le-maal lekgeprikt terwijl ik spastisch probeer m’n voeten af te drogen met zo’n microvezel handdoek onding en m’n twee paar sokken en bergschoenen weer aan te doen. Ik sla er letterlijk dertig dood die het lef hebben in mijn blikveld op me te gaan zitten, maar dat is blijkbaar geen reden voor de rest van de prikkers om weg te gaan. Wat een hel. De rest van de dag zit het Muggenlied van Jochem Myjer in m’n hoofd. Ik ben het nog nooit zó met hem eens geweest.





Nooit gedacht dat ik dit zou zeggen, maar wat ben ik blij als het op dag 6 ineens begint te regenen. Het is de eerste regen die we zien in de VS, dus ergens is het vreemd, maar het betekent ook dat het gros van de bloedzuigers ineens verdwenen is. HALLELUJAH! De consequentie daarvan is dat we de rest van de dag stilzwijgend in onze poncho door het natte bos lopen. De grond is extreem vochtig, bijna moerasachtig, dus het is een kunst om de diepe plassen te ontwijken, laat staan nog iets van de omgeving mee te krijgen. De capuchon van mijn poncho is zodanig over mijn gezicht gezakt dat ik alleen nog 2 meter van het pad voor me zie. Al zouden er 10 beren broodjes zitten te smeren pal naast de trail, zou ik het nog niet hebben gezien. Je kunt niet altijd zes gooien hè.

De volgende dag worden we weer wakker met een zonnetje én zonder muggen! Hoera! Wat een genot! Het is een heerlijke dag die we eindigen bovenop een bergkam. Het is er koud, er zijn sneeuwvelden (bah) en het waait ijzig, maar wauw – de zonsondergang is bizar mooi. Ook is het misschien wel een van mijn favoriete kampeerplekken, verstopt achter een bosje in de luwte.






Bijna net zo mooi is het dat het de volgende dag, na 7,5 dag lopen, 183 km om precies te zijn, eindelijk weer tijd is voor town! Kennedy Meadows Resort North is het officieuze einde van het Sierra gebergte en hét moment dat je je bear canister weer mag inleveren; vanaf nu is deze niet meer verplicht. Om daar te komen moeten we Sonora Pass af en ik denk dat iedereen verwachtte dat dit een eitje zou zijn. Spoiler: het was geen eitje. Veel sneeuwvelden, steile afdalingen en verraderlijke paadjes maken het een veel langere tocht dat gehoopt, waardoor we bij de autoweg aangekomen te horen krijgen dat de shuttle naar het resort vol zit. Over een uur komen ze weer terug om ons op te pikken, of we kunnen liften. Na driekwartier met de duim omhoog te hebben gestaan, mogen we eindelijk bij iemand instappen. Op naar het eten! Op naar een douche! Op naar een bed! Hoewel ik honger heb, ben ik vooral erg vies. Het is toch zo’n 9 dagen geleden dat ik mijn haar heb gewassen en hoewel we hier en daar hebben proberen te zwemmen in een meer (terwijl we zwermen muggen probeerden te ontwijken), voel ik me écht goor.

Kennedy North is een soort omgebouwde ranch met een winkel, restaurant en hostel erin. In een gebouwtje ernaast kun je douchen en de was doen. Alles wat je nodig hebt is dus binnen 20 meter te bereiken: fijn! Wij vinden het heerlijk en besluiten een zero te nemen hier. Voor de douche krijgen we een token en ik kies toevallig de douche die de 10 minuten-token negeert en me wel tot een halfuur van heerlijk warm water voorziet. Alsof hij me rook en dacht: die kan nog wel wat langer gebruiken. Bij het restaurant eten we onbeperkt salade en soep en patat, terwijl we de overige hikers in ons opnemen. Typisch: mensen in hun regenpak en/of donsjas die letterlijk al hun andere kleren in de was hebben zitten. Ook ik zit in mijn donsjas zonder iets eronder te wachten tot mijn bh en overige kleding klaar is. Snikheet zo, maar je hoort er helemaal bij tussen dit gespuis. Ook zie ik een jongen die iets te enthousiast via Sonora Pass naar beneden is gekomen: hij heeft een flinke schuiver gemaakt over de losse stenen en z’n benen zitten onder het opgedroogde bloed. Maar hey, hij ziet er blij uit en eet zich helemaal vol, dus ergens zal het het waard zijn geweest.


Verder zijn we ook wel op een punt van de trail aanbeland waarop iedereen inmiddels ruim twee of drie maanden onderweg is. Ze voelen zich vrij, topfit en heerlijk zichzelf. Of in ieder geval kunnen ze op de trail iemand zijn die misschien bij een kantoorbaan minder geaccepteerd wordt. En daarbij horen ook wat trends: kleurrijke crocs, ongeschoren oksels en benen, ongedefinieerde vlekken op alle kledingstukken, ongetemde baarden en spontane, nieuwe tatoeages op interessante plekken. Hiker trash, noemen ze het ook wel. Prachtig om zien. Vreselijk om te ruiken. Een andere manier waarop je de long distance hiker kunt onderscheiden van de daghiker, is zijn honger. Want man, we/ze hebben ALTIJD honger. En in town is het tijd om alle verloren calorieën te stapelen. Want als je elke dag 4000 calorieën verbrandt en je er maximaal 3500 kunt consumeren (als dat al lukt met de beperkte ruimte in je bear can), dan moet je extra je best doen in town. Heel tegenstrijdig met het normale leven, waarin je checkt of een product niet al te vet of calorierijk is. Hier wordt er nadrukkelijk gekeken naar de ratio gewicht versus calorieën en of het het waard is mee te dragen op de trail. Ook gooien mensen maar mayonaise of olijfolie door hun aardappelpurree voor extra calorieën. In het begin is het vreemd, maar je went er erg snel aan, kan ik je vertellen.
Het leuke van Kennedy North is dat er niet alleen PCT hikers langskomen, maar ook dagjesmensen. Mensen in spijkerbroeken, met make-up op, een draagbaar ventilatortje vasthoudend. Dit zijn degenen die het vreemdst opkijken van de hiker trash. Snap ik, want we zijn ook wel een zootje bij elkaar. Maar er zijn ook heuse cowboys en -girls. De hoed, de laarzen, de broek, het paard. Alles is compleet voor het typische Amerikaanse plaatje. Wat een plek.
Ahhh, wat is het hier fijn! Echt een soort oase na al het lopen. En toch zijn er hikers die alleen even binnenwippen, wassen, douchen, boodschappen doen, en weer dezelfde dag de trail opgaan. Waaronder… onze trailvrienden! Op onze zero lopen ineens Sunny Side (John) en Little Squeezy (Laura) binnen. Zo leuk om ze weer te zien! Ergens hadden we verwacht dat ze ons in zouden halen de afgelopen dagen, maar blijkbaar zijn wij toch ineens best snel gegaan! Dus we genieten een dagje van elkaars gezelschap, eten ons helemaal vol en zeggen dan weer gedag als ze diezelfde avond weer terugliften naar Sonora Pass. Dit keer zijn we vastberaden ze in te halen als wij morgen de trail weer opgaan. Wel zo gezellig om samen te lopen!

Ennn… als bonus heb ik een dagje onze trailavonturen gefilmd! Helaas krijg ik die op het moment met geen mogelijkheid upgeload, dus die houden jullie nog van me tegoed!
