Canada

Bye, beetle, boot & boo

Mijn laatste week op de beersafari is verdrietig en het afscheid valt zwaar. Iedereen is zo lief en we zijn behoorlijk aan elkaar gehecht geraakt. Dat neemt niet weg dat ik tegelijkertijd superveel zin heb in het volgende avontuur. Mike en Annika zijn nu in Cape Breton, Nova Scotia: een kleine 5 uur rijden vanaf Moncton. En daar ga ik lekker naar toe. 

Ik word op donderdagavond, na afscheid te hebben genomen van de beren, door Richard en Yanice naar Moncton gebracht waar ik de nacht doorbreng op een matras in de woonkamer van een van hun jehovavrienden. De volgende ochtend rijden ze me naar  het vliegveld waar ik mijn huurauto ophaal. Richard gebiedt dat ik naast de stoep moet gaan staan, zodat ik eindelijk even groot ben als hij voor onze afscheidsknuffel. Ik ben namelijk de afgelopen 3 weken met mijn 1,70m de reus in het huis der minimensen geweest, dus dit is helemaal geen gek idee.


In mijn superschattige Volkswagen Beetle cruise ik niet veel later, onder muzikale begeleiding van Joke’s afspeellijst en lurkend aan een Iced Vanilla Latte van Tim Hortons, over de Trans-Canada Highway. De rijen bomen maken langzaam maar zeker plaats voor heuvelachtige, vlakke gebieden met meren en dan weer bomen. Het is echt prachtig! Na 5 uur rijden kom ik aan in Chéticamp bij Stefan en Joeleen, bij wie de Duitsers inmiddels al een paar nachten verblijven. Mooi verhaal ook weer. Hij verbleef ooit een paar weken bij haar in huis als couchsurfer en 7 jaar later hebben ze 2 kinderen en een hond. Ze zijn heel relaxed en houden allebei heel veel van reizen, dus vinden het geen probleem dat ik ook hun huis betrek voor 3 nachten. Helemaal super! 

Die avond rijden we rond om elanden (moose) te spotten. Waar je normaal gesproken hoopt dat de moose niet voor je auto springt op een slechtverlichte bosweg, zijn we er nu juist naar op zoek omdat Annika ze graag wil zien. Vorige week moest ik nog remmen omdat 2 van die lompe beesten vonden dat dit het uitgelezen moment was om de straat over te steken. Man, wat is dat schrikken. Maar goed, al snel zien we een moeder moose met haar baby, besluiten dat de missie is geslaagd en dat we nu de kroeg in kunnen. De dag erna rijden we de prachtige Cabot Trail van 300km lang met de auto en sluiten af in de Taverne, wat naast de kroeg de enige plek in Chéticamp is waar iets te beleven valt. Het bier vloeit rijkelijk en ik zet mezelf in dit kleine plaatsje op de kaart door koste wat kost salsa proberen te dansen op de live countrymuziek. Op zondag moeten we “vroeg” uit de veren voor een walvisvaart. Aanvankelijk reageer ik sceptisch op de $67,50 die ik moet betalen, maar manmanman wat was het het waard!!! We hijsen onszelf in zwemvesten en strijken neer op een Zodiac speedboot. De tocht de oceaan op is ruig en we vliegen over de golven. We moeten ons goed vasthouden en worden op de hoogste golven pijnlijk herinnerd aan de hoeveelheid bier die we gisteren hebben gedronken. Maar daar zijn ze dan: suuuuperveel walvissen! Ze komen heel erg dichtbij de boot en met een beetje fantasie (en een redelijk gevaarlijke sprong) zou je ze kunnen aanraken. Het is heel zonnig en ik verbrand mijn neus grandioos, maar dat sluit wel weer goed aan op ons avondeten: kreeft. Bij thuiskomst vertelt Stefan dat hij ook een bootje heeft en dat we daar vannacht best op zouden mogen slapen als we willen. Maar natuurlijk willen we dat! Het bootje blijkt mini en die nacht begint het enorm te stormen, wat alles doet kraken en piepen. Het lekt ook een beetje en ik zie ons al helemaal de oceaan opdrijven richting de walvissen. Deze gedachten worden in mijn hoofd vanaf een uur of 4 ’s nachts ook nog eens begeleid door het vreselijk irritante en vasthoudende liedje “Wij zijn piraten van de zee” van Samson en Gert. Maar het is wel weer een ervaring. 







Op maandag nemen Mike en ik afscheid van Annika en rijden naar Halifax, waar ik de komende 3 dagen zal verblijven voor ik een nieuw project begin in Bridgewater. Mike gaat door naar de westkust (mwehhh waarom gaat iedereen daarheen?) en Annika blijft nog langer in Nova Scotia rondrijden, dus daar ga ik nog wel een keer een nieuw avontuur mee beleven. In Halifax stap ik voor het eerst in een maand weer een hostel binnen en ik nestel mezelf op een oud vertrouwd smoezelig stapelbed. Op mijn eerste volle dag in Halifax doe ik mijn best om te verdwalen in de straten, maar daar is de stad simpelweg te klein voor. Het is wel heel gezellig: veel studenten, graffiti en live muziek. Mijn hostel is goedkoop en zit natuurlijk weer in een soort achterbuurt naast een daklozenopvang, maar de barretjes in de buurt zijn leuk en ik hoef me niet onveilig te voelen. Wanneer de stoplichten op groen gaan klinkt er een soort muziekje dat me elke keer weer aan een ambulance doet denken, dus ik weet niet precies wat daar de boodschap achter is. Verder heb ik alweer veel leuke mensen ontmoet uit alle hoeken van de wereld en we eten taco’s, zien een band die bluegrass en countrymuziek speelt, doen een beetje sightseeing en zingen karaoke in een comedyclub. Ook is deze week toevallig het Fringe Festival begonnen (theater). Ik zie een redelijk slecht toneelstuk en besluit mijn avond af te sluiten in een homobar tegenover het hostel. Mijn twee nieuwe beste gay vrienden zijn fantastisch, noemen me ‘boo’ en we dansen en zingen karaoke. De karakters in de bar zijn heerlijk schaamteloos. Eén meisje klimt het podium op en de muziek van Someone Like You – Adele, klinkt door de speakers. In plaats van de bekende lyrics te zingen, vervangt ze echter met volle overtuiging elk woord door miauw. En dit houdt ze ook gewoon in pure ernst vol tot het einde van het lied. Hahahahaha. Miauw. Veeg me op! 



Halifax is fantastisch en ik kom vast nog eens terug, maar vandaag is het tijd om door te gaan naar Bridgewater, waar ik de komende twee weken bij een gezin zal verblijven voor een kunstproject. Ik ben benieuwd…

Een gedachte over “Bye, beetle, boot & boo

Plaats een reactie