Canada

Doolhof, Duitsers & dropping

Van uitbundig dansen in een gay bar in Halifax naar de serene omgeving van Bridgewater, een uur zuidelijker in Nova Scotia. In het miniplaatsje Maitland hebben de van origine Duitse Bernd en Nicole een bedrijf dat keramiek en tegels maakt voor bijvoorbeeld badkamers. Als hobby zetten zij in 2012 daarnaast een doolhof op van 30 bij 30 meter, gevuld met kunst, voornamelijk bestaande uit betonnen beelden en ijzer. Elke zomer krijgen zij hierbij hulp van familie, vrienden en reizigers, waardoor alles in de doolhof net even anders wordt gemaakt met variërende ideeën en perspectieven. De heggen in de doolhof moeten nog groeien, maar er is al zó veel kunst te zien, ongelofelijk! Dus daar wil ik graag een kijkje nemen.

‘Wat wil je doen? Wat wil je maken?’ vragen mijn hosts op vrijdagochtend, 7.30 uur. Nou, ten eerste wil ik slapen. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst m’n wekker heb gezet, dus mijn hoofd hangt nog op half 9. En ten tweede, geen idee! Ik was nooit goed in handarbeid of techniek. Ik had altijd wel aardige ideeën, maar in de uitvoering ging het altijd zo dramatisch mis dat ik na de middelbare school nooit meer iets materialistisch heb gemaakt. ‘Alles is mogelijk’, zegt Bernd bemoedigend. Ja, jezus. Oké. Ik word aan een tafel gezet met papier en potlood en ik mag mijn fantasie erop loslaten. Na een hoop wikken en wegen, besluit ik dat ik iets met tulpen wil, want ik ben de eerste Nederlandse die hier komt helpen. Mijn schets is een aftreksel van een poging tot iets dat nergens op lijkt, maar ik heb het gelukkig goed in m’n hoofd. Ga het nu maar maken. Tuurlijk joh.


Ik leer dat het maken van een betonnen beeld vergelijkbaar is met papier maché. Je maakt eerst een soort skelet van ijzerdraad, wat dus echt helemaal niet zo makkelijk is als het klinkt; daar ben ik ongeveer een dag mee bezig. Vervolgens mag ik het ijzerdraad omwikkelen met jute, gedoopt in cement. Dat duurt een halve dag, waarna ik de fout maak aan te geven dat ik tijd over heb en wel ergens anders mee kan helpen terwijl mijn cement droogt. De rest van de dag breng ik daardoor door op handen en knieën, stenen uit de grond halend en onkruid wiedend. Juist, dat gaan we dus niet meer doen. De derde stap is het opgedroogde jute, dat inmiddels hard is geworden, bedekken met een laag andersoortig cement. Hierbij maak je de vormen duidelijker en kun je ook details zichtbaar maken. De laatste stap is het oppervlak glad maken met weer een ander soort cement. (Ik ben elke dag van top tot teen bedekt met cement, stof en jute, maar niks dat een Dettol doekje niet wegkrijgt.) En 3 weken later mag je het beeld verven! Superleuk natuurlijk, maar dan ben ik alweer op weg naar m’n volgende avontuur. Anyway. Ik vind het heel erg uitdagend en leuk! Het voelt goed om iets creatiefs te doen en het is iets wat ik anders NOOIT zou hebben gedaan. Ik blijk tevens een verborgen talent te hebben voor beton en krijg zowaar complimenten voor mijn tulpen. Hoogmoedig dat ik daarvan word, besluit ik nog een project aan te gaan: een hamburger van beton. Gewoon omdat het kan. En hij wordt echt heel cool, al ben ik momenteel nog de enige die er zo over denkt.


Op dit moment zijn we met zijn tienen in de doolhof bezig, waaronder een aantal zeer kleurrijke figuren. Er zijn wat familieleden van Bernd en Nicole vanuit Duitsland om te helpen en naast mij nog 5 reizigers. De wat oudere Duitse mannen, Albert en Erich, spreken weinig tot geen Engels en het met handen en voeten duidelijk maken dat je de ijzerzaag nodig hebt en dat Erich op het snoer staat, is zowel vermoeiend als hilarisch.

Naast het harde kunstenaarsbestaan moet er natuurlijk ook gechilld worden. Samen met de 5 reizigers verblijf ik op het terrein waar ook de doolhof is. Het is heel ruim opgezet en er is een soort appartementje, een luxe trailer en een heel mooi meer inclusief duikplank, glijbaan en zipline. Best paradijselijk als je het mij vraagt! Ik deel de trailer met de Duitse Vivien en de rest van de groep slaapt in het appartementje. Er zijn 2 wc’s op het terrein, waarvan ik er één vermijd vanwege een spin die niemand weg wil halen omdat ze hem zo leuk en groot vinden… meen je dit? We zijn elke doordeweekse dag bezig met onze projecten en daarna gaan we zwemmen, koken, naar het strand of kijken een film die Jarrett (de man die alles kan) met een beamer op een enorm stuk piepschuim projecteert. Ik mag een auto lenen en we brengen een bezoek aan Peggy’s Cove, een prachtig idyllisch kustplaatsje met een vuurtoren en een zonsondergang waar je u tegen zegt.

Lekker privé waterparkje hoor!
Peggy’s Cove

In het laatste weekend willen we graag iets bijzonders doen en we vragen aan onze hosts of we naar Cross Island mogen; ze gaan wel vaker naar dit onbewoonde eiland om te kamperen. Tot in de jaren ’70 woonde er een familie die destijds hun huizen en de vuurtoren heeft achtergelaten en naar het vaste land is verhuisd. De huizen zijn inmiddels zeer verlaten, verruïneerd en spookachtig. Dus dat lijkt ons leuk. Op vrijdagavond krijgen we teleurstellend nieuws; het is te mistig op de oceaan, dus ze kunnen ons niet wegbrengen met de boot. We besluiten op zaterdag daarom naar het nationale park Kejimkujik te gaan en te hiken. Bij terugkomst is iedereen ineens in rep en roer: we kunnen alsnog naar het eiland vanavond maar dan moeten we NU de boot volladen met onze spullen. Iedereen rent gestresst met tenten, eten en backpacks heen en weer, want we moeten voor het donker op het eiland zijn. De boot hangt achter de grote pick-up van Bernd en we rijden naar de oceaan, waar de boot ter water zal worden gelaten. Dit heeft nogal wat voeten in de aarde waardoor de race tegen de klok en daarmee de paniek stijgt tot bijna komische hoogtes. Als in een sitcom komen vanuit alle kanten mensen ons te hulp geschoten: Erich staat te wuiven dat Bernd achteruit kan rijden en uit het niets komt ook Albert aanzetten om te helpen. En daar is familievriend Tobias! Wij zitten met z’n vieren lacherig en met stomheid geslagen te kijken hoe iedereen probeert ons naar het eiland te krijgen. Als we niet beter wisten, zou je denken dat ze ons weg willen hebben. Eindelijk zitten we in de boot en in de schemering varen we op een woeste oceaan richting Cross Island. Nat van het zoute water dat de speedboot in had geslagen en in het inmiddels pikke donker worden we gedropt op het strand met onze spullen in het licht van 3 zaklampjes en een iPhone. En daar gaat de boot weer. Ze komen ons morgen ophalen, alleen weet niemand wanneer precies. Seriously, what’s just happened? Hahaha! We zetten de tenten op en verzamelen/hakken heul veul hout voor het kampvuur. Zodra we het halve bos bij elkaar hebben geharkt, begint ons avondvullende programma van lachen, liedjes zingen bij gebrek aan een speakerbox, drankjes en s’mores. Aangezien ik blijkbaar alles wat ik meemaak terugredeneer naar een liedje van vroeger, is ‘op een onbewoond eiland’ dit keer aan de beurt in m’n hoofd. Onder invloed van lauwe wijn uit een plastic beker vind ik het een goed idee dit ten gehore te brengen aan mijn Duitse/Canadese publiek. Een ongekend succes natuurlijk. Om 3 uur ligt iedereen voor pampus bij het vuur en we gaan naar bed, behalve de Duitse jongen met zijn missie de overgebleven fles rum soldaat te maken. Ik lig op een uit luiheid niet-opgepompt luchtbed, waarvan het ventiel de hele nacht in m’n rug prikt. Maar ken je dat moment? Dat moment dat het allemaal niet meer uitmaakt en je allang blij bent dat je ligt? En dat je er de volgende ochtend dan achterkomt dat je niet op een ventiel, maar op een pepermolen hebt liggen slapen en dit had kunnen voorkomen als je gewoon even het matras had opgetild?

Kejimkujiik National Park
Met man en macht zorgen ze dat we op het eiland komen

Ons eerste wakkere uur vermaken wij ons met het luisteren naar het gezang/gelal dat uit de tent van de Duitse jongen klinkt. Hij blijkt nog steeds kacheltje lam en heeft geen idee hoe laat het is of waar we zijn en hij verbaast zich herhaaldelijk en met dubbele tong over het feit dat de zon niet schijnt. Hilarisch, maar ook enigszins problematisch aangezien hij hier vorige week ook was en dus onze gids is naar de verlaten huisjes. Het is prachtig om te zien: onze dronken tourguide, die we wijs hebben gemaakt dat het 3 uur ’s middags is en die ons met de nodige moeite naar de huisjes leidt. Het is net Bambi op het ijs. De tocht duurt ook zeker een uur, terwijl we later met 20 minuten teruglopen. Het is wel echt schitterend mooi op het eiland! Hoewel ik er nog nooit ben geweest, doet het me denken aan de kust van Ierland of Schotland: supergroen en mooie kliffen waar de golven hard op breken. En dan doemen de huisjes op, verlaten en zeer onheilspellend in de optrekkende mist. De vloeren van de kamers zijn op sommige plaatsen doorgezakt en het isolatiemateriaal hangt als slingers langs de muren. Ook is er een zeer enge kelder waarover we allemaal stilzwijgend besluiten te doen alsof deze er niet is. Daarna lopen we weer terug naar het kamp, waar we de Duitse jongen aantreffen: nog steeds een beetje dronken, maar alweer volop in de weer met het kampvuur. Manmanman. En dan begint het wachten op de boot. Wanneer zullen ze komen? Met wie? Komen ze überhaupt vandaag? Ons water is redelijk opgeraakt (voornamelijk te wijten aan nadorst) en het is al laat in de middag. ‘Op een onbewoond eiland’ begint met de verstrijkende tijd steeds minder fijn in de oren te klinken. Maar ja hoor, daar zijn ze! Om 18.00 uur komt daar de speedboot met het plaatselijke A-Team aangesuist. We zijn gered! Wooohooooo! Bij terugkomst aan wal worden we opgewacht door een heel welkomstcomité en we voelen ons korte tijd een soort superhelden, gered van een eiland. Het is op dat moment dat we horen dat de boot gisteravond na ons afgezet te hebben, is gestrand omdat het water laag stond EN de motor het niet meer deed, waardoor de mannen een uur lang in het donker naar de kant hebben moeten peddelen. Wow, shit! Vervolgens hebben ze de hele dag aan de boot gewerkt, zodat ze ons weer konden ophalen van het eiland en zelfs dat was nog maar de vraag of hij dat zou halen. MANMANMAN! En wij maar denken dat wij een heldhaftig avontuur hadden gehad.




Op kamers!
Schoenen drogen en rijst opwarmen

Gekkigheid! En de volgende dag gewoon weer verder met m’n tulpen en hamburger! Wat een leven!

See ya next time!

Een gedachte over “Doolhof, Duitsers & dropping

Plaats een reactie