Canada

Bus, bladeren, bajes, bijzonder & bijkomen

Toen Annika me een paar weken geleden vroeg of ik met haar naar Boston wilde, kon ik natuurlijk alleen maar volmondig ‘ja’ zeggen. Ik was echter nog niet klaar met mijn Canada-avontuur en beoogde altijd weer terug te gaan op de een of andere manier. En nu, na een te gekke tijd met superleuke mensen in Philadelphia, lijkt het me een goed moment om een bus naar Montréal te pakken om vervolgens wat meer richting het westen te trekken naar Ottawa en Toronto. Omdat ik natuurlijk nog steeds superarm ben, neem ik een nachtbus: je bespaart hiermee én op een hostelovernachting én op het tarief van een dagbus. Waar ik echter pas op het busstation achterkom, is het feit dat ik ongeveer 3 keer van bus moet veranderen in de nacht. Dit wordt echt hels. Ik stap in mijn eerste bus om 19.30 uur: van Philadelphia terug naar New York. Daar moet ik 2 uur en 3 kwartier (!) wachten voor m’n volgende bus vertrekt. Deze stopt een aantal keer op zeer aangename tijden: om 3.00 uur in Albany, om 4.30 uur voor een plasstop, om 5.30 uur in een of ander gehucht en om 7.00 uur bij de Canadese grens. Ik ben volledig gebroken en bijna verbaasd dat Canada me het land in laat met dit hoofd. Na 12 uur in de bus riekt het naar menselijke dampen en op het laatste stuk naar Montréal voer ik een ongemakkelijk gesprek met mijn buurman, ofwel de persoon die al die tijd net tegen m’n arm aan heeft zitten stoten wanneer ik probeerde te slapen. 

Met m’n buurman in de bus (hij is eigenlijk heel aardig 😉 )

En nu ben ik terug in Montréal, jeeej! Daar waar het allemaal ooit begon. Ik was natuurlijk zo ziek als een hond toen ik hier voor het eerst kwam in augustus, dus ik vind het niet erg om deze plek nog eens aan te doen. Om 9.00 uur kom ik stinkend en zwetend aan bij mijn hostel en om 14.00 uur kan ik inchecken; aan timemanagement dus weer geen gebrek en ik beloof mezelf nooit meer een nachtbus te nemen (eens zien hoe lang ik dat volhoud). Ik heb tijdens mijn verblijf in Montréal twee belangrijke missies die redelijk in elkaars verlengde liggen: sokken kopen en mijn was doen. Vorige week heb ik extra ondergoed gekocht, want ik werd een beetje moe van mezelf dat ik elke 11 dagen moest wassen. Nu ik echter meer ondergoed heb, kom ik weer sokken tekort, waardoor ik al een paar dagen noodgedwongen op slippers rondloop. Op kleur sorteer ik al 2 maanden niet meer en al m’n was gaat ook gewoon de droger in. Ik wens elk kledingstuk dan ook ‘succes’ voor ik het in de machine gooi en het is een klein wonder dat alles er nog goed uit is gekomen tot nu toe. Wassen is misschien niet het spannendste deel van m’n reis, maar zeker een onderdeel. Verder merk ik al snel dat ik Montréal als een tussenstation zie en ik voer daarom weinig tot niets uit op een dag. Ik ontdek twee zeer chille jaccuzi’s op de rooftop van het hostel en besluit dit te zien als teken dat dit waarschijnlijk de plek is waar ik een groot deel van mijn tijd door zal moeten brengen. In de avonden verschans ik me in de hostelbar, zie een comedyshow waarvan precies 23% écht grappig is, speel het drankspelletje ‘flipcup’ en dans salsa met vieze Mexicaanse mannetjes. En dan zit mijn tijd in Montréal er voor de tweede keer op en ga ik vol energie door naar de volgende bestemming.


Van Montréal naar Ottawa is het zo’n 2 uur rijden en ik maak hiervoor gebruik van een rideshare. Onderweg aanschouw ik de pracht van de gekleurde bomen in het oosten van Canada. Ze noemen het hier Indian Summer, wat zich uit in een schitterend kleurenpalet, geprojecteerd op de bladeren. De ene boom heeft knalrode bladeren, terwijl de andere geel/oranje wordt. Wauw wauw wauw! Aangekomen in de Canadese hoofdstad moet ik nog 20 minuten lopen naar mijn onderkomen: een oude gevangenis waar in de jaren ’70 nog mensen werden geëxecuteerd, maar welke sindsdien is omgebouwd tot hostel. Gezellig! Ik mag met m’n hele hebben en houwen de trap op naar de 9e verdieping en ik maak me op voor mijn eerste nacht in de nor. Het minuscule raampje heeft natuurlijk tralies en verraadt direct de kwaliteit van de niet-bestaande ventilatie in de kamer. Mijn 7 kamergenoten zijn allemaal mannen en het is weer een lekker bij elkaar geraapt zootje waar ik vooral ’s nachts de vruchten van pluk. Ik heb al in veel hostels met veel mensen op de kamer geslapen, maar deze nacht spant toch wel de kroon. Twee Mexicaanse jongens hebben een vrijgezellenfeest en komen middenin de nacht dronken de kamer binnenvallen. Een Nederlandse jongen houdt een snurkcompetitie met zijn bovenbuurman uit Duitsland en ik vermoed dat ze halverwege de nacht hebben besloten er een duet van te maken, waardoor ze elkaar prachtig blijven afwisselen. En een jongen uit Frankrijk vult als klap op de vuurpijl deze nachtelijke geluiden aan met een onophoudelijk gekreun en geroggel in zijn slaap. Ik kan het eerst niet plaatsen; het klinkt als een soort kalkoen in de overgang, maar zelfs door m’n oordoppen heen weet ik het geluid te traceren naar het bed van de fransoos. Manmanman. 


Ottawa zelf is niet heel bijzonder en ik vul mijn enige, volledige dag hier door rond te dwalen met een van mijn Mexicaanse roommates en door poutine te eten. Yummm. Oh, dat is toch zo lekker. Verder kun je in de gevangenis elke ochtend met een tour meegaan, waarin duidelijk wordt dat het hier vroeger echt niet pluis was. Erg interessant om te horen en ook een beetje gek om vervolgens doodleuk weer naar je kamer (cel) te gaan. Het feit dat het hostel een gevangenis was, maakt ook dat alle gemeenschappelijke ruimtes zeer donker en niet erg gezellig zijn. Het is laagseizoen, dus er zijn ook niet veel mensen te vinden, waardoor 2 nachten in Ottawa al gauw genoeg is. Op naar Toronto!


Ook in Toronto is het duidelijk laagseizoen, te zien aan de ‘lege’ straten en kroegen. Best wel vreemd alsnog, voor zo’n wereldstad. Heb ik een soort apocalyps gemist? Ik vermaak me desalniettemin heel goed, want in de eerste 5 minuten ontmoet ik een dorstige Australiër in mijn hostel die me meeneemt op kroegentocht. Er sluiten meer mensen aan en we hebben al snel een heel leuk clubje avonturiers waarmee we Toronto op de zaterdagnacht verkennen. Deze spontane kroegentocht zorgt er echter wel voor dat ik de volgende ochtend mijn gratis wandeltour mis, waar ik vooral de Australiër verantwoordelijk voor houd. We lopen uiteindelijk samen door de – nog steeds redelijk lege – zombiestad, verzinnen historische feitjes over niet-historische gebouwen en schuilen in een sportbar voor de regen die met bakken uit de lucht komt zetten. Het is ook opeens koud hier en ik denk dat dit de eerste keer tijdens mijn reis is dat het in Nederland warmer is. Gekkigheid, met je orkaan daar ineens! Ik ga die avond vroeg naar bed, want de volgende dag ga ik lekker naar Niagara Falls! Daar heb ik echt heel erg veel zin in! Na al die steden ben ik zeker wel weer toe aan een beetje natuur. En wat voor natuur?! 

‘Laten we met zonsopgang naar de watervallen gaan!’ zegt een nieuwe Australiër die ik in Niagara ontmoet. Dit is waarschijnlijk het beste idee van de week, want manmanman, wat is dat gaaf zeg!!! De watervallen zijn extreem indrukwekkend, wat een bijzonder natuurgeweld! Gepaard met de opkomende zon (om 7.30 uur), is het bijna een sprookje. Vanwege het laagseizoen valt het aantal Chinezen dat het uitzicht op de watervallen blokkeert ook heel erg mee en met een klein groepje genieten we van het spektakel. ’s Middags gaan we mee op de Hornblower, de boot die de Canadese zijde aandoet, en ondanks de sexy ponchos worden we zeiknat als we door de enorme mistwolk varen. Zodra we eenmaal in het oog van het ‘hoefijzer’ (de vorm van de Canadese watervallen) zijn, valt er een soort rust over de boot heen. We worden omringd door regenbogen en je voelt je even heel klein. Wat bijzonder zeg… Ik kan er niet eens een sarcastische opmerking over verzinnen. Je moet dit gewoon eens gezien hebben. Naast deze natuurschoonheid, kent het plaatsje Niagara Falls een ander opmerkelijk aangezicht: de hoofdstraat is net Las Vegas in het klein. Je verzint het niet. Ik vind de billboards, opzichtige lichten en het reuzenrad zeer misplaatst naast de watervallen, en helemaal nu het er uitgestorven is. Er kan zeg maar elk moment weer een zombie de hoek omkomen om me ervan te verwittigen dat de wereld vorige week is geëindigd. 


Voor mijn allerlaatste dagen in Canada, verblijf ik nog 3 nachten in Toronto bij een meisje dat ik in m’n eerste week in Montréal heb ontmoet. Toch een soort full circle zo. Marlenka heeft een superleuk appartement in Little Portugal en zodra de kat met de naam Pistachio tegen me aanschurkt op m’n luchtbed, weet ik dat ik het hier naar m’n zin ga hebben. Het is het meest knuffelige beest ter wereld en zodra hij ’s ochtends na zijn ontbijt weer naar je toekomt, kondigt hij zichzelf aan door zachtjes te mauwen, in tegenstelling tot andersoortige katers die je ’s ochtends wel eens begroeten. De gedaalde temperatuur en de nattigheid in Niagara, hebben me een verkoudheid opgeleverd, welke ik eigenlijk niet wil toegeven tegenover Marlenka. Ik ontmoette haar toen ik ziek was en nu dan weer verkouden? O, daar heb je dat Hollandse meisje weer dat altijd ziek is. Gelukkig heeft Marlenka het heel druk en heeft ze niet de intentie mij mee te nemen in het nachtleven van Toronto. Hallelujah. Ik kan dus gewoon ongestoord slapen en met Pistachio knuffelen. Verder loop ik wat rondjes in de omgeving en ik strijk neer in een leuk park. Er zijn zoveel eekhoorns!!! Ik word daar nog steeds heel erg blij van, wat direct verraadt dat ik hier niet vandaan kom. Hier vinden mensen ze vies. ‘Het is toch gewoon een rat met een pluizige staart?’ Nee. Nee, dat is het niet. Het is een eekhoorn en eekhoorns zijn super schattig. Ineens strijken er ook tientallen mussen naast me neer en ik voel me net Sneeuwwitje op de open plek in het bos. Dit sprookjesachtige beeld wordt redelijk ruw verstoord wanneer ik  5 meter verderop een hond zijn behoefte zie proberen te doen, maar duidelijk afgeleid raakt door de eekhoorns die voor zijn neus langs trippelen. Wat een mooie laatste dagen zo in Canada. Het is een gek idee dat het eerste deel van mijn reis er nu op zit en vooral het feit dat ik alweer bijna 3 maanden onderweg ben! Whaaat? Ik heb echter heeel erg veel zin om zaterdag in de Greyhound te stappen en naar Chicago te gaan om daar een oude bekende te ontmoeten… 🙂  

2 gedachten over “Bus, bladeren, bajes, bijzonder & bijkomen

  1. Lieve Wendy,laat ik nu zeggen dat je ervoor gezorgd hebt dat mijn beeldscherm onder de koffie zit.Wat een lekker mens ben je toch met je was.Vervolgens ben je uitgegierd…..nee wacht ….dan die in de overgang zijnde “franse ” kalkoen, hoe verzin je het.Kijk alweer uit naar je volgende avontuur, lieve groeten van Carla en Jos.

    Like

Geef een reactie op Marian Reactie annuleren