Na helaas afscheid te hebben moeten nemen van die toch wel hele leuke Duitser, besluit ik dat ik een paar dagen rust heb verdiend en ik zoek Chris weer op in Nashville. Als ik hem vertel over onze verbaasdheid toen we zijn ouders’ landgoed opreden vorige week in Memphis, lacht hij me heel hard uit. ‘Fantastisch! Ik had het expres niet verteld en ik had jullie gezichten zo graag willen zien!’ zegt hij. Hahaha, ja ik had het eigenlijk moeten filmen. De volgende 3 dagen chill ik bij Chris op de bank: ik luister muziek, eet pindakaas, schrijf mijn blogs en kijk Netflix. Heerlijk, even niks hoeven. Chris werkt de hele dag, maar is ’s avonds altijd in voor gezelligheid. Wat een tophost. Op donderdagochtend 3.30 uur staat mijn busreis van 14 uur naar New Orleans gepland en ik bepaal dat het geen zin heeft om te gaan slapen voor die tijd, dus Chris en ik gaan een bandje kijken in een kroeg genaamd The End. Ook vinden we het verstandig tequila te drinken voor we op pad gaan, wat voor mij resulteert in een zeer interessant eerste uur in de bus. De uren die volgen vind ik iets minder geslaagd.

Op vrijdagavond kom ik om 18.30 uur aan in India House Hostel in New Orleans, waar het beer pong niveau hoog is en de drankjes rijkelijk vloeien. Ik doe mijn best mijn zombieverschijning te onderdrukken en werk een paar biertjes weg, voordat ik het toch echt voor gezien houd. De volgende dag ga ik met de Amerikaanse Katie en Meaghan mee naar een park en een kunstmuseum. Normaal gesproken word ik vrij kriebelig van musea, maar de twee meiden hebben zo’n droog gevoel voor humor dat ze op elk schilderij projecteren, dat ik nog nooit zo’n leuk museumbezoek heb gehad. Ook eten we beignets, wat hier dus echt een ding is, maar wat 100 keer minder lekker is dan de beignets die wij met Oud&Nieuw of op de kermis hebben. Maar ja, die loop ik dit jaar mis, dus beter dit dan niets. Zodra ik terugkom in het hostel ben ik helemaal klaar voor de party en ik sluit me aan bij een grote groep Australiërs, Nieuw Zeelanders en Fransen. Eén grote gekkigheid natuurlijk. We gaan naar dé straat in New Orleans: Bourbon Street. Op Bourbon Street zitten alle toeristische kroegen en het doet denken aan de Amsterdamse wallen: het stinkt, de grond plakt van het bier van de dagen ervoor en je zult er geen enkele local vinden. Maar goed, we zijn nu eenmaal toeristen dus mengen we onszelf onder het gespuis en drinken een lokaal drankje: de Handgranate; mierzoet, bomvol chemicaliën, maar wel in een leuk groen flesje. Daarna bestel ik per ongeluk iets dat alle rum van de wereld bevat en de avond eindigt daar voor mij. Morgen weer een dag. En nacht.
Naast Bourbon Street is daar de verademing en lokale place to be: Frenchmen Street. Hier vind je leuke barretjes, kroegjes en clubs waar de kwaliteit van de optredende bands aanzienlijk hoger is. Niemand in New Orleans beschouwt zondag als een rustdag en dat zie je terug in het straatbeeld op Frenchmen. Overal is het gezellig druk en met om en nabij dezelfde groep als gisteren hoppen we van bar naar bar. De muziek is geweldig en ik dans me een slag in de rondte, zo goed en kwaad als dat kan op jazz muziek. Op de terugweg praten we onszelf met 8 man in 1 Uber en spelen Never Have I Ever met de chauffeur. Na het ritje weten we weer veel te veel van elkaar en gaan om 4.30 uur naar bed. Een veel betere avond dit.


Op maandag besluit ik daadwerkelijk iets te ondernemen, in de vorm van een Swamptour: op naar de moerassen die New Orleans omringen. Samen met twee brakke Australiërs stappen we na een busreis in een bootje. De natuur is fantastisch en we zien alligators, wasberen, wilde zwijnen en heel veel gekke bomen. Heel tof! Redelijk aan de prijs, maar ja, ik besef me tegenwoordig ook steeds meer dat dit de dingen zijn waar je tenslotte voor hebt gespaard. Ik ga me niet zielig in mijn hostel verschuilen en alleen maar noedels eten omdat ik m’n geld niet uit wil geven. Waar ik bijvoorbeeld wel goed op kan besparen zijn wandeltochten. In elke stad (Amerika, maar ook in Europa) bieden meerdere bedrijven gratis wandeltochten aan waarbij je na afloop een fooi geeft aan de gids. Zo bepaal je dus zelf hoeveel je het waard vindt en een mooie bijkomstigheid is dat de gidsen extra hun best doen je een leuke tijd te bezorgen. New Orleans heeft een spookachtige historie en overal vind je sporen hiervan terug: de winkels puilen uit met voodoo-poppen, amuletten, speciale kristallen en kruiden. Ik heb hier precies nul verstand van, dus ik ga op een avond mee met een ghost tour waarbij onze gids allerlei verhalen vertelt over huizen waar het spookt, welke geesten er dan spoken en waarom. Ik vind het fascinerend. In een restaurant dekken ze bijvoorbeeld elke avond nog de tafel voor een geest. Ze schenken wijn in en zetten een bordje met ‘gereserveerd’ neer. Het schijnt te zijn dat hij zich na sluitingstijd wel eens laat zien en met glazen gooit… Spannend! En als je wilt, kun je ook met hem dineren en aan zijn tafeltje plaatsnemen, maar dan betaal je wel 50 dollar meer voor je maaltijd. Het leeft hier echt en ik vind het fantastisch. De gids, Melissa, kan zo goed en boeiend vertellen, dat ik besluit een paar dagen later met een andere tour van haar mee te gaan. Dit keer leer ik alles over de voodoo-religie. Het enige dat ik daarvan kende, is de voodoo-pop. Ook heeft voodoo een zeer negatieve klank en daardoor een slechte reputatie, maar eigenlijk is het niet anders dan andere religies met rituelen, goddelijke figuren en relikwieën. Hollywood heeft – zoals met zoveel – alles overdreven. Ik vind het heel erg interessant om er meer over te leren! Om het nog even spookachtiger te maken voor mezelf, bezoek ik ook de oudste stadsbegraafplaats. Het bijzondere hieraan is dat de graven bovengronds zijn, vanwege terugkerende overstromingen. Daardoor lijken het een soort huisjes waar de hele familie en hun voorouders gezellig in kunnen samenwonen na hun dood. Best wel een beetje creepy, maar ook wel iets dat ik heel graag wilde zien. Waar ik dan wel weer een beetje jeuk van krijg is het graf van acteur Nicholas Cage. Die man heeft in het verleden wat panden gehad in New Orleans, die hem wegens belastingontduikingen later weer zijn afgenomen. Hij voelde zich echter wel belangrijk genoeg om 2 verweerde graven naast elkaar op te kopen en te vermaken tot een enorme, witte piramide (zoals de Egyptenaren) waar hij en zijn familie zich in het hiernamaals mogen verschansen. Manmanman.





Verder is New Orleans heel zuidelijk gelegen en het klimaat is enigszins subtropisch. In de week dat ik hier ben, is het elke dag 20-27 graden: heerlijk zo in november. Onbewust ben ik dus in de beste tijd van het jaar naar deze stad gegaan, want in de zomer is het zo heet en plakkerig dat je niet wilt bewegen en daarna volgt natuurlijk het orkaanseizoen. Nee, bedankt. Dit is perfect. Mijn hostel heeft ook een zwembad en ik oefen mijn zonnebaadkunsten alvast voor Mexico. Het vervoer in de stad is ook heel goed geregeld: er is een streetcar die je zeer regelmatig rechtstreeks naar the French Quarter (het centrum) van New Orleans brengt. De streetcar is een luxe, goedkope, geel/rode tram. Het enige dat ik hierop aan te merken heb, zijn de bankjes. Deze zouden in zitplaatsen moeten voorzien voor 2 personen, maar daarbij is blijkbaar geen rekening gehouden met het voedingspatroon van het gros van de Amerikanen. Men zit hier duidelijk lekker vol in zijn/haar vel, waardoor het bankje vaak maar voor 1 (1,5) persoon geschikt blijkt. Na een keer 20 minuten heel krap tegen het raam aan te hebben gezeten, leer ik in het vervolg gewoon maar te blijven staan. Zelfbescherming, noemen ze dat.


En morgenochtend vroeg mag ik weer de bus in: Austin Texas, here I come!

Leuke blog.xxxxx
LikeLike