Mexico

Bacalar, baby, bootcamp, bof

Mmm… ahhh… zen… En dat is het wel zo’n beetje, wat Bacalar betreft. Het is echt een heerlijke plek om bij te komen en een stukje van het ‘echte’ Mexico te zien. Op een paar hostels en hotels na is er geen toerisme, wat erop neerkomt dat er eigenlijk niets anders te doen valt dan chillen, op de steiger liggen en in het meer zwemmen. Het meer kent verschillende dieptes, wat in een prachtig kleurenpalet resulteert. Als je van de steiger afspringt, zink je eerst tot je knieën in een ondefinieerbare, sponzige substantie: behoorlijk smerig. Maar zwem je een stukje verder, dan bereik je een zandbank met een laagje water erop, waar het heerlijk vertoeven is. Omdat Bacalar weinig tot geen toerisme kent, probeert een man die in het hostel werkt een wandeltoer op poten te zetten. Hij vraagt een aantal mensen mee te gaan op een soort try-out van ongeveer 3 uur, dus om 10.00 uur vertrekken we richting het centrum van Bacalar. We slenteren door het stadje waar eigenlijk niets te zien valt, bezoeken een schrijvershuis, een kerkje, een organische winkel en strijken na afloop neer op een verborgen terrasje waar we gratis thee krijgen aangeboden. Het is heel aandoenlijk dat de mensen hun stadje willen laten zien, maar het is eigenlijk veel te klein voor een tocht van 3 uur in de volle zon. De gids vertelt ook dat de regering een ruïne in de buurt wil openen, dus dan zal er zeker meer toerisme komen. Dat vind ik eigenlijk heel erg jammer! Bacalar is juist zo leuk en mooi omdat er géén toerisme is. Zodra de ruïne geopend zal worden, zal ook Bacalar worden aangedaan door de groepsreizen en bustoeren en langzaam maar zeker veranderen in een Playa del Carmen of Tulum. Dan ben ik stiekem toch blij dat ik er nu ben en het nog in haar volle, rustgevende glorie kan aanschouwen.

Trixx is al een dagje eerder vertrokken naar het eiland waar we Kerst zullen doorbrengen: Isla Holbox (Hol-bosh) en ik maak nog even een pitstop in Playa del Carmen, want mijn was is daar nog. Manmanman. De reis naar Playa vanaf Bacalar duurt 4 uur en de buschauffeur heeft duidelijk geen haast. Hij stopt 2 keer zonder zichzelf te verklaren, stapt uit en verdwijnt voor een paar minuten. De tweede keer dat dit gebeurt, tuur ik uit het raam en ik zie hem tegen een boom aan plassen. Tuurlijk joh. Verder word ik de hele reis omringd door kinderen. Huilende baby’s, starende meisjes en één heel dik jongetje. Het jongetje zit (hangt) bij zijn moeder op schoot en eet 4 uur lang alles. Maar dan echt alles. Chocola, chips, snoep, frisdrank. Hij ziet er niet ouder uit dan 4 jaar, maar het is echt al een klein monster. Zodra hij niks te eten heeft, begint hij te huilen en zijn moeder pakt een fles melk die ze hem als een baby voert. Wtf. En dan ben ik weer terug in Playa! Mijn geliefde hostel, de Yak, heeft helaas haar prijzen omhoog gemieterd voor Kerst, dus ik verblijf noodgedwongen in een ander hostel (met een verschil van 23 euro per nacht). Dit weerhoudt me er echter niet van al mijn tijd in de Yak te spenderen met alle mensen die ik daar nog ken. En m’n klasgenootjes kwamen ook onverwachts nog even binnen vallen! Superleuk! Samen met een Nederlands meisje besluit ik ook op een kappermissie te gaan. Na 5 maanden zijn de puntjes van mijn haar toch echt wel een beetje dood, dus we gaan op zoek. De kappers proberen ons echter allemaal een oor aan te naaien door hun prijzen aan te passen op onze blondheid. 350, 400 pesos? Nee joh, we willen alleen de puntjes maar laten knippen, geen shampoo of wat dan ook. 6 kappers verder lopen we in een echt Mexicaanse buurt en op het raam staat 1 prijs: knippen 80 pesos. Binnen proberen ze nog wel om ons 100 pesos te laten betalen, maar zodra we op het raam wijzen, gaan ze toch schoorvoetend akkoord. Eva en ik ondergaan de meest basic knipbeurt ever. Ik ben met 10 minuten klaar, Eva met 7. Of het recht geknipt is, weet niemand, maar het voelt in ieder geval wel weer redelijk levend. Dat is de € 3,50 wel waard!

En dan is het tijd voor het volgende avontuur: Holbox! Op mijn busticket naar Chiquila na, ben ik ongewoon slecht voorbereid. Aangekomen in de havenplaats heb ik werkelijk geen idee welke boot ik moet pakken en van ellende sla ik mijn Lonely Planet maar open. Hoe bedoel je, toerist? Even later zit ik dan toch gezellig op een ferry richting Holbox, waar mijn volgende vraagstuk zich voordoet: waar is mijn hostel? Ik ben al lekker plakkerig en zweterig als ik mijn backpack en frontpack weer ophijs en het dorpje inloop. De straten zijn van zand en men loopt hier voornamelijk op slippers of op blote voeten. De huisjes en winkeltjes zijn kleurrijk en verraden de enigszins toeristische ondertoon van het eiland, maar Holbox heeft over het algemeen een heel tranquillo sfeer. Mijn hostel doemt gelukkig al snel op en is gebouwd als een soort boomhut met veel kleurrijke muurschilderingen: heel tof! En even later ben ik herenigd met Trixx, die hier al een paar dagen is. We besluiten naar het strand te gaan, wat in theorie super paradijslijk zou moeten zijn, maar vanwege een storm die hier vorige week heeft gewoed, is er heel veel zeewier aangespoeld. Ook ruikt het overal een beetje muf vanwege alle algen. Ik was hier gelukkig al voor gewaarschuwd, anders had ik het waarschijnlijk vervelender gevonden. Ach, het is tenslotte niet het laatste paradijsje dat ik zal zien op deze reis.

De volgende dag is het absoluut niet mijn intentie of wens om vroeg op te staan, maar mijn wekker gaat om 6.00 uur, want we gaan op avontuur! In het donker loop ik met Trixx en een Frans meisje 1,5 uur richting het oosten van het eiland. We moeten af en toe door plassen water en gekke bosjes ploegen en we worden levend opgegeten door de muggen. Maar daar zijn ze dan hoor: FLAMINGOS! We hebben ons laten vertellen dat ze heel verlegen zijn, dus we proberen niet al te lomp door het water te stampen om op die manier zo dichtbij mogelijk te komen. Zo’n 100 meter in de oceaan is een zandbank waar een viertal van onze roze vrienden staat te chillen en we kunnen heel veel foto’s maken. Zo gaaf!!! Tegelijkertijd komt ook de zon op en het is een prachtig schouwspel. We zijn heel erg blij dat de flamingo’s hier al staan, want als we nog verder hadden gemoeten, zouden we een rivier moeten oversteken en dan verder lopen over een stuk land dat ‘Punta Mosquito’ heet: Punt Mug. NEEEEEEN. Het laatste stuk was al ondragelijk en die flamingo’s kunnen me gestolen worden als ik door nog zo’n muggenzwerm zou moeten. Maar gelukkig: de buit is binnen! We houden nog een kleine fotoshoot met de welbekende kerstmuts en lopen dan weer terug naar het dorpje. In de badkamer bekijk ik de schade en ik kom tot de heugelijke conclusie dat ik er nog goed vanaf ben gekomen met maar 13 muggenbulten. Ach, dat is het dan toch wel waard, vind ik.

Verder is het eilandleven heel erg prima en relaxed. Ik zie een paar prachtige zonsondergangen met eindelijk weer eens een zon die in de zee ondergaat, in plaats van in het land zoals altijd aan de oostkust. Overdag spendeer ik veel tijd in een Frans café, genaamd Le Jardin (wifi-wachtwoord: baguette) waar ze de lekkerste groene sapjes serveren. Mjam! En voor de rest is het vooral heel veel relaxen. Eerlijk gezegd ben ik daar na Bacalar wel een beetje klaar mee. Ik ben wel weer toe aan wat meer drukte: wandeltochten, hikes of een actief nachtleven. Ik doe wel een keer mee met een workout van Trixx, die over het algemeen een actiever bestaan leidt dan ik ooit zal hebben. Als een bootcamp trainer roept ze oefeningen en aanmoedigingen naar me en ik word pijnlijk herinnerd aan het feit dat ik de meeste spieren al 5 maanden heb verwaarloosd. Toch voelt het wel weer goed om iets te doen na al die tijd en zeker na die ongezonde periode in Canada en de VS. Hier heb ik sowieso minder behoefte om veel te eten vanwege de warmte en je merkt dat men bewuster bezig is met bewegen en gezondheid. Heel prettig! Wat ook heel opvallend is, zijn de honden. Holbox is écht een hondeneiland: je ziet ze overal en ze banjeren zo het hostel in, doen even een rondje en gaan weer verderop. Het is me nooit echt duidelijk van wie de honden zijn, maar ze zien er allemaal hartstikke goed verzorgd uit. Ook is er een soort pension op het eiland waar je van 10.00 tot 18.00 uur een hond kunt ophalen om deze uit te laten of om gewoon lekker mee rond te lopen. Heel erg tof!

Feliz Navidad! Vrolijk Kerstfeest! Het is niet de eerste keer dat ik Kerst in de zon vier, maar het is wel de eerste keer dat ik niet bij mijn familie ben. Heel vreemd en een beetje onwerkelijk. Omdat ik al bijna 5 maanden onderweg ben, heb ik überhaupt geen gevoel voor tijd meer, dus ik heb ook eigenlijk niet het idee dat het Kerst is of dat ik iets zou moeten missen, totdat ik social media open. Daar vliegen de gourmetstellen en foute kersttruien om je oren en besef ik me weer dat het 25 december is. En dan mis ik iedereen toch wel heel erg. Gelukkig organiseert het hostel een kerstdiner voor alle eenzame reizigers en we gaan zo veel mogelijk op chique. Iedereen vist de mooiste, enigszins schone kleding uit zijn/haar smerige backpack en de meiden proberen weer eens wat mascara op te doen. Het diner is super lekker en heel erg uitgebreid. Het voelt natuurlijk niet echt als Kerst, maar het is toch iets bijzonders zo vandaag. Op Tweede Kerstdag voelt het echter alsof het helemaal geen Kerst is geweest en iedereen hangt lui in de hangmatten in de hosteltuin. Ik ben niet gemotiveerd genoeg om nog iets te ondernemen, voornamelijk omdat het enige dat te ondernemen valt in de vorm van een tour is waarvoor redelijk wat pesos neer moeten worden gelegd. Dus dan maar lekker hangen. Ik heb de grootste lol met 3 Duitse meiden die in Groningen studeren en net allemaal een halfjaar in Mexico hebben gestudeerd of stage gelopen. Eén van de meiden was op hun eerste dag heel erg ziek geworden en haar ene wang was gigantisch opgezwollen: een volle wangzak van een hamster is er niks bij. Het blijkt uiteindelijk dat ze de bof heeft. De BOF. Die ene kinderziekte waar nog nooit iemand bij stil heeft gestaan dat het nog bestaat. Na een paar dagen doodziek op bed te hebben gelegen, krijgt ze op Eerste Kerstdag bij de dokter een injectie in haar bil. Ze is er ontzettend giechelig van en roept de hele tijd: “BESTE KERSTCADEAU OOIT” en ze refereert naar haar gezicht als “bofbek”. Hahahaha, nouuuu je kunt me opvegen! Supergezellige tijd gehad met die meiden, maar het moment is alweer aangebroken om het eiland te verlaten. Op naar Valladolid met een ander Nederlands meisje! Zo zie je maar dat je echt nooit alleen bent: er is altijd wel weer iemand die dezelfde kant op gaat.

Nou ajuuuuu en een goed uiteinde allemaal! Tot in 2018!

2 gedachten over “Bacalar, baby, bootcamp, bof

Geef een reactie op Carla Reactie annuleren