Volgepompt met antibiotica en pijnstillers, haal ik Mike op van het vliegveld en ik sleep hem direct mee een shuttle in die teruggaat naar Antigua. Van Guatemala-Stad heb ik begrepen dat je daar moet landen en dan hup, weg. Oké, dan doen we dat. Superleuk om hem weer te zien! Ik kan het bijna niet geloven dat hij hier is. En hoe bruin ik ben vergeleken met zijn Duits-Canadese huidje. Ghehe. Na een paar uur in Antigua vergaat het lachen me en voel ik me ineens superberoerd. Een van de antibioticakuren blijkt nogal een paardenmiddel te zijn waar mijn lichaam absoluut niet op is voorbereid en ik besluit direct ermee te stoppen. Als ik me zo de komende dagen voel, gaan de 12 dagen met Mike wel heel rap. De dag erna voel ik me inderdaad al een stuk beter en we verkennen – nog steeds op een rustig tempo – Antigua, wat een heel leuk koloniaal stadje is. We willen ook heel graag een vulkaanhike doen die iedereen aanbeveelt, maar omdat ik nog super zwak ben na een aantal dagen louter vloeibaar voedsel, denk ik dat ik tijdens die hike halverwege ergens neer zal vallen en daar dan maar kamp op moet zetten. Dus dat stellen we nog even uit en we vertrekken een dag later naar Lake Atitlan. Dit schitterende, vulkanische meer wordt omringd door verschillende dorpjes/stadjes, waarvan sommige alleen bereikbaar zijn per boot. San Pedro schijnt meer een feestvibe te hebben, San Marcos is de hippie-yoga-meditatie-veganistische nederzetting en Santa Cruz is wat rustiger en relaxter. Mike en ik willen graag de gezelligheid opzoeken en besluiten naar San Pedro te gaan. Ik bericht een paar reisvrienden van me en iedereen schijnt in een hostel genaamd Mr. Mullets te zitten. Oké! Wij daarheen. Bij aankomst blijkt Mr. Mullets misschien wel gezellig te zijn, maar mooi is het niet. Het hostel ziet er vervallen uit en onze privékamer is net een gevangenis. Als klap op de vuurpijl heeft ons hok ook nog eens de naam ‘The Brothel’ (het bordeel). Je snapt dat de romantiek dan ver te zoeken is. 20 minuten na inchecken annuleren we de laatste 2 van de 3 nachten en we boeken iets in Santa Cruz. De avond is alsnog geslaagd in San Pedro, wanneer ik wat mensen vind die ik in Belize heb leren kennen en Mike zelfs vrienden uit Canada aantreft. Hoe bizar is dat? Gekkigheid. Na een claustrofobische nacht in het hoerenhuis, checken we uit en nemen de boot naar Santa Cruz. Het hostel hier is heel bijzonder: iedereen slaapt in een heel luxe tent: glamping. Ik heb nog nooit fancy gekampeerd, alleen maar in minitentjes op halflekke luchtbedden, klam van het nachtelijke vocht en me pijnlijk bewust van dierlijk gekrioel. Maar deze tenten zijn groot, mooi, hebben een matras en een geweldig uitzicht over het meer. Dit is meer wat we in gedachten hadden, dus de dagen erna doen we niks anders dan in de zon liggen op de steiger.



Okeee, tijd voor meer actie: we pakken onze biezen en houden om 6.45 uur een boot aan door met een vlag te zwaaien op de steiger. Wat een systeem, fantastisch! Er komt direct een bootje aangesjeesd en onze bagage wordt achteloos op het dak geslingerd. De 10 minuten in de boot houden we ons hart vast dat de golven het bootje niet zodanig laten schommelen dat onze backpacks (ofwel onze levens) in het water vallen. Alles gaat gelukkig goed en even later zitten we in een shuttle richting het midden van Guatemala: Lanquin. De shuttle is bomvol, de leuningen zijn niet hoog genoeg om je hoofd tegen te laten rusten en onze Europese benen zijn lang zat voor de ruimte tussen de stoelen. 12 opgevouwen uren later komen we dan eindelijk aan in het donker in Lanquin. Zodra de shuttle tot stilstand komt, worden we omsingeld door misschien wel 40 mannen die allemaal hotel- en hostelnamen naar ons schreeuwen. Ik ben inmiddels dit overdreven fanatisme van shuttle-chauffeurs wel gewend, dus ik geniet met volle teugen van Mike’s verschrikte blik. We are definitely not in Canada anymore. Samen met een Spaans meisje worden we even later letterlijk op de laadklep van een grote truck gezet, op naar ons hostel. ‘Vasthouden!’ We hobbelen ongemakkelijk de straten over en de truck heeft duidelijk moeite met de heuvel die we oprijden. Lopend zou waarschijnlijk nog sneller gaan. Maar goed, we zijn er! De lodge waar we verblijven is schitterend mooi en heeft zelfs een zwembad! Ik had al eerder gehoord dat de eigenaren Nederlands zijn en dat er zelfs bitterballen op het menu staan!!! Normaal gesproken ben ik helemaal niet zo van de Friet van Piet en de Ed Kroket in het buitenland, maar na 6 maanden heb ik me toch een partij zin in bitterballen! Toegegeven, ze zijn niet zo lekker als thuis (vast niet van Mora), maar ik word er toch stiekem wel even vrolijk van.

Lanquin ligt in de middle of nowhere en is bijna onmogelijk te bereiken, maar er is 1 reden waarom veel mensen hier toch naartoe gaat: Semuc Champey. Deze prachtige rivier is gelegen tussen twee bergen en heeft diverse niveaus waarin je kunt zwemmen. Het hostel organiseert een tour hier naartoe en de volgende dag gaan wij direct mee. We worden met een stuk of 15 in een kleinere truck geladen en voor 30 minuten als vee vervoerd. De sfeer aan boord is heel goed en ik kom erachter dat het delen van hobbelende, ongemakkelijke en onhandige manieren van transport, een goede band schept. Mike praat net zo veel als ik, dus we hebben al snel vriendschap gesloten met de hele groep. Zodra we allemaal weer uitgeladen zijn, maken we ons op voor het eerste deel van de tour: een grot! Ik heb gelijk flashbacks naar de ATM-grotten in Belize, maar het wordt me al snel duidelijk dat het hier er wat anders aan toe gaat. We krijgen geen helm met lamp erop, alleen een dunne kaars in onze handen. Hiermee lopen/zwemmen we de grot in en klauteren we trappen op. Handig? Nee. Effectief? Nee. Maar het ziet er wel gezellig uit. Het is ontzettend druk in de grot en groepen mensen manoeuvreren zich langs elkaar heen zonder al te veel ‘cave kisses’ (schaafwonden) op te lopen. Veel minder indrukwekkend dan de ATM-grotten, maar de sfeer is wel heel erg gezellig. Na allemaal weer levend het daglicht in te zijn gestapt, mogen we een aantal keer op een grote schommel de rivier in slingeren. Superleuk! Jammer alleen dat de gids nogal wat peper in z’n reet heeft en absoluut niet probeert te verbergen dat hij haast wil maken en dat we achter liggen op schema. Ook bij de lunch en de onverwachte berghike die daarna volgen, steekt hij dit niet onder stoelen of banken en ik geef hem alvast mentaal een negatieve referentie voor zijn stresskipperigheid. De tour eindigt in de schitterende poelen die zich op verschillende levels bevinden. Het water is superlekker en ik loop een paar ‘rock kisses’ op door een aantal keer faliekant op m’n kont te vallen wanneer ik me over de met alg begroeide stenen probeer te bewegen. Maar wel heel leuk!



Zodra de kudde weer terug naar het hostel getransporteerd is, wacht ons daar het fantastische zwembad met uitzicht over een hele vallei. De happy hour duurt hier 2 uur en is net begonnen: wat een timing. Superleuke dag! En dan zie ik ineens op het balkon een bekende staan: Nicoline, van m’n basisschoolklas! Nee, joh! Oké, ik wist dat ze in Guatemala zou zijn, maar dat je haar dan ook nog eens in hetzelfde hostel tegenkomt? Bizar! Nog bizarder is het dat ik een paar dagen later ook nog eens Don, ook een klasgenoot van de basisschool, tegenkom in Antigua! Van hem wist ik helemaal niet dat hij hier zou zijn. HOE KAN DIT INEENS? Nicoline en ik praten bij over de afgelopen 10 jaar en we gaan ook de volgende dag allebei tuben. Tuben, lekker relaxed op de rivier dobberen op een rubber band met een biertje… Dat klinkt goed zeg! Het was echter alles behalve relaxed. Wat ze even vergeten waren te vermelden, was dat de rivier een zeer sterke stroming heeft en dat we allemaal verdomd ons best moeten doen om niet geraakt te worden door uitstekende bomen. Manmanman! M’n armen zijn helemaal moe van het peddelen en zodra we om 13.00 uur terugkeren in het hostel, spreekt Mike de legendarische woorden uit: het is bijna happy hour, toch?

Na deze superactieve, maar ook sociale paar dagen in Semuc Champey, is het voor Mike en mij alweer tijd voor de laatste stop. Hoe snel is deze tijd samen gegaan? Pff… Maar eerst moeten we nog even een berg beklimmen. De Acatenango is bereikbaar vanuit Antigua en geeft uitzicht op de gigantische vulkaan El Fuego, die zijn naam dankt aan de lava die hij uitspuwt. De tour die we doen is inclusief een overnachting op de berg, zodat je in het donker de fuego kunt zien. Het ziet er heel erg tof uit op de foto’s waar veel vrienden van me mij al lekker mee hebben gemaakt. Dus op woensdagochtend stappen we in een shuttle (waar we natuurlijk weer bekenden in treffen) richting de berg. Mij was al verteld dat we de stok die de mensen in het dorpje aan de voet van de berg aanbieden, moeten aannemen. ‘Je gaat ‘m nodig hebben’. Om 11.30 uur beginnen we dan aan die wandeling: vlechten in het haar (ik, niet Mike), zonnebril op, hikeschoenen (nee, gewoon Nike’s) aan, stok in de hand en lunchpakketje aan de tas geknoopt. Ik ben best wel zenuwachtig, want naast het feit dat ik misschien nog niet helemaal beter ben, heb ik ook de afgelopen 6 maanden absoluut niks gedaan dat op sporten lijkt. 10 minuten na start van de hike beginnen mijn bovenbenen en bilspieren me daar al aan te herinneren en na een halfuur zijn ze ronduit woest over wat ik ze zo onverwachts aandoe. Ik moet ook zeggen dat ik het bijzonder zwaar heb. Het eerste deel is ontzettend steil en het feit dat we 5 uur naar boven moeten lopen, werkt niet echt motiverend op mijn systeem. Gelukkig ben ik lang niet de enige die er moeite mee heeft; iedereen neemt korte adempauzes wanneer nodig en tassen worden overgenomen van mensen die het even niet meer aankunnen. 5 uur later zijn we dan eindelijk bij het basiskamp aangekomen. Hallelujah! Iedereen is stoffig, zweterig en moe, maar het uitzicht is fantastisch! De zon staat laag en El Fuego ziet er heel indrukwekkend uit. Ook andere vulkanen en bergen sieren de horizon en met zonsondergang is iedereen stil en van adem benomen. 2 seconden later is het koud. IJskoud. We verzamelen ons om het kampvuur, ingepakt in alle kleding die we hebben en slurpen onze voedzame maaltijd (noedels) op. Het is helemaal helder en ik heb al heel lang niet meer zoveel sterren gezien. Schitterend mooi! Maar oh, man. Steenkoud! Zelfs Mike, die al 3 maanden in Canadees isolement leeft, vindt het koud. We wachten ongeduldig tot El Fuego ons een glimp van de binnenkant van de aarde laat opvangen en even na 20.00 uur spuugt hij dan een flinke hap lava uit. Wat bijzonder zeg! Pas op dat moment besef je je weer wat zich allemaal onder onze voeten bevindt. Omdat de rest van de uitbarstingen vooral rook en kokende modder bevatten en dat in het donker toch wel lastig te onderscheiden is, houden we al vroeg voor gezien. Het 4-persoonstentje dat we met z’n 6en delen, met de flinterdunne matjes en smoezelige slaapzakken ziet er ook zeer onaantrekkelijk uit op dit moment. Maar morgenvroeg, om 4.00 uur worden we weer wakker gemaakt om mee te gaan op de hike naar de top van de berg, van waar je de ‘beste zonsopgang’ kunt zien. Leuk en aardig en zo, maar de nacht is zó akelig koud en vochtig en de grond is zó hard, dat ik om 3 uur nog steeds niet slaap en van ellende maar Candy Crush aan het spelen ben. Ja, zo erg is het met me gesteld. Om 4.00 uur heb ik dan ook absoluut niet de behoefte nog 1,5 uur verder omhoog te klimmen om dood te vriezen op de top van de berg. Mike heeft ook nauwelijks geslapen (zoals iedereen overigens), maar die heeft nog een soort verse reizigerslust in zich na 3 maanden gewerkt te hebben, dus hij gaat wel mee. Ik zie om 6.15 uur vanuit mijn tent ook de zonsopgang en ik denk werkelijk dat dit de mooiste is die ik ooit heb gezien. Wauw! Niet normaal! Even later komt Mike helemaal verkleumd terug en hij beaamt dat ik waarschijnlijk inderdaad zou zijn doodgevroren daar bovenop. Zelfkennis, heet dat.






En dan nu eindelijk weer naar beneden. Dat gaat natuurlijk een stuk makkelijker en binnen 2,5 uur zitten we dan weer in hetzelfde dorpje aan het ontbijt. Was het het waard? Ik weet het stiekem nog steeds niet. Ik ben blij dat ik het heb gedaan, dat ik het heb gehaald, maar ik zou het niet nog een keer doen. Zo’n zware hike en dan zo’n ellendige nacht. En ik heb het idee dat iedereen van onze groep het daar wel mee eens is. Zodra we weer door de shuttle worden opgehaald, stapt een nieuwe, verse groep uit. Iedereen straalt optimisme en enthousiasme uit en wij staren ze aan, smerig, moe en gebroken. Vanuit de shuttle begint een Franse jongen ineens te schreeuwen naar 2 meisjes uit de nieuwe groep die een stok krijgen aangeboden: ‘TAKE THE STICK, TAKE IT! YOU WON’T REGRET IT!’ Dat is wel een mooie samenvatting van het geheel. Maar ik heb het wel gedaan! Bam!
12 dagen met die gekke Duitser zijn weer veel te snel gegaan, beseffen we allebei zodra ik hem weer terug naar het vliegveld breng. Ik zie je over 4 maanden in Europa! Daar zien we wel hoe dit zich verder ontwikkelt 🙂 Voor nu ga ik eerst even een weekje in Antigua aansterken en écht beter worden. Zo’n berg beklimmen is leuk en zo, maar natuurlijk niet helemaal goed voor het systeem. Ik heb nog 6 weken over van mijn reis (!) en die wil ik in perfecte gezondheid kunnen uitzingen!
Tot de volgende!

Wat een avontuur is het toch, te laat voor de groeten aan die maffe Duitser nu denk ik,maar weet wel waarom het zolang duurde voor die blog kwam hihihihi. groetjessssssssssss xxxxxx
LikeLike
Betrapt 😜🙈
LikeLike