In Punta Gorda, het zuiden van Belize, houd ik me een dagje koest. Dat reizen is soms best wel vermoeiend, zeker wanneer je aan een tijdschema gebonden bent; je hebt dan constant het idee dat je iets moet ondernemen, productief moet zijn, sociaal moet doen. En soms is een dagje rust net hetgeen dat je lichaam nodig heeft. En vooral mijn lichaam, dat nog steeds een beetje protesteert tegen iets en af en toe vervelende buikkrampen veroorzaakt. Gekkig. Maar goed, ik ben dan toch wel echt een gezelligheidsdier, want zodra er 2 Quebecoise jongens inchecken in mijn hostel, kom ik weer tot leven en we besluiten de volgende dag samen door te reizen naar Livingston, Guatemala. Na een redelijk relaxed bootritje met uitzicht op de mooie kustlijn, komen we aan in Livingston. Eén van de jongens was hier al eens geweest en hij neemt ons mee naar het hotel waar hij de vorige keer verbleef. Africa Place ziet er een beetje vervallen uit en is toepasselijk goedkoop. Je kunt Livingston alleen per boot bereiken en stroomtoevoer is ook niet vanzelfsprekend. Bij aankomst blijkt dat er weer een van de frequente stroomstoringen is; alles ligt plat behalve de ijssalon, die tijdelijk op een aggregaat draait. De jongens kunnen hierdoor niet pinnen en ik schiet het geld voor verblijf en eten voor ze voor, omdat ik natuurlijk al een paar dagen in Guatemala ben geweest. Gelukkig maar, want afwassen vind ik zo niks. Livingston lijkt zelf weinig bijzonder, totdat we een donkere, oudere rastaman ontmoeten. Hij stelt zichzelf voor als Philip Flores en laat op een uitgeprint blaadje zien dat hij in de Lonely Planet staat als zijnde een gids van het Garifuna-gebied. De Garifuna’s waren al heel lang in Guatemala toen ze verstoten werden door de Spanjaarden. Dit leidde ertoe dat ze nu in een soort sloppenwijk aan de rand van het stadje wonen en nog erg worden gediscrimineerd. Hij neemt ons mee door de buurt waar ze wonen en ineens zie ik een heel ander deel van Guatemala. Je blijft stiekem toch altijd een beetje hangen in de toeristische gebieden, hoe authentiek het ook lijkt. Het is erg indrukwekkend en we vinden het heel mooi dat we ook dit deel hebben kunnen zien. We lopen verder naar de kust en vinden een lokaal kroegje waaruit het geluid van drums en djembes klinkt. Binnen is er inderdaad een heel lokaal feestje aan de gang, waar we direct voor worden uitgenodigd. De rook van wiet hangt als een soort deken om ons heen en iedereen is heel aardig en verwelkomend. Het gekke alleen is dat niemand Philip Flores lijkt te kennen, zodra we vertellen dat hij ons hier naartoe heeft gebracht. Hij had verteld dat hij een zeer gerespecteerd lid van de community is en dat iedereen hem kent. Maar blijkbaar dus niet? Zijn we opgelicht? Geen idee. Ach, we zijn in ieder geval in dit leuke kroegje terecht gekomen. Maar we kunnen eerlijk gezegd niet wachten tot de stroom weer aangaat om te Googlen of deze man echt dé Philip Flores was of gewoon Jan met de pet.


Oké, Google weet het ook niet zeker. Great! Vanaf nu refereren we dan maar naar de man als ‘misschien Philip Flores’ en we leggen ons er maar bij neer dat ik hem Q50 (ongeveer 6,60EURO) heb gegeven voor zijn ‘misschien voedselproject’. Het is inmiddels echt gaan hozen en de bliksem knalt door de lucht. We schuilen ongeveer een uur met een local onder een afdakje tot we het weer aandurven terug te gaan naar het hotel. Hier is ineens een of andere hippie-bijeenkomst aan de gang: een groep van ongeveer 20 nomaden met dreadlocks, ongeschoren oksels en harembroeken maakt muziek en danst loom onder het afdak van het hotel. Ze hebben niet alleen een gitaar, maar ook meerdere fluiten en een kleine drum. Iedereen is zo high als een papegaai en ik aanschouw het gebeuren enigszins verbluft. Waar ben ik nu weer beland? Stiekem ben ik hier dan echt veel te nuchter voor en ik merk dat ik hierin aanzienlijk verschil van mening met mijn Quebecoise vrienden. Zij hebben duidelijk een heel andere manier van reizen waardoor ze op dit soort plekken terecht komen, wat heel tof is om eens mee te maken, maar ik voel me er niet helemaal op m’n plek. Ik ben simpelweg niet zo’n zweefteef.
Livingston is gelegen aan de Rio Dulce, een schitterend brede rivier met een enorme jungle er omheen. Het is regenachtig maar we willen toch graag 2 nachtjes in de jungle doorbrengen. Iedereen zegt dat het prachtig is, dus waarom niet? NOU, IK KAN JE VERTELLEN WAAROM NIET. Het hotel waarin we verblijven is heel mooi; het dak wordt ondersteund door houten pilaren en de natuur groeit naar binnen. Dat had me toch genoeg moeten vertellen. Maar nee. Naïef meisje dat ik ben. We hebben een heel leuke avond met drankjes en een kaartspel in de gemeenschappelijke ruimte van het hotel, maar zodra we onze kamer opzoeken, worden we gelijk opgeschrikt door minstens 10 extra kamergenoten: VLEERMUIZEN. WOW. Ze fladderen wild door onze kamer en al bukkend proberen we de badkamer en ons bed te bereiken. Ik weet dat ze me niet aan zullen raken, maar gadver, wat zijn die beesten eigenlijk smerig. En ze laten me zó schrikken steeds! Maar niet zo erg als de grote SPIN die ineens 30 cm naast de wc pot besluit de gaan zitten. NEEEE! Als er iets is waar ik een hekel aan heb… De jongens lijken absoluut geen problemen te hebben met alle extra kamerbewoners en proberen me gerust te stellen over de spin: ‘geen zorgen, ze beweegt niet’. ZE? Waarom is het nou weer een zij? DAT MAAKT HET NIET MINDER ERG! Uiteindelijk besluit ik maar in de douche te plassen en me daarna zo snel mogelijk te verstoppen onder m’n klamboe. Ik heb overal de kriebels en probeer het onbehagelijke gevoel te onderdrukken dat de zus van onze achtpotige VRIENDIN zich schuilhoudt onder mijn dekens. Bah bah bah. De vleermuizen klapperen nog steeds vervaarlijk met hun vleugels en de jongens en ik beseffen gelijktijdig dat ze hier zijn vanwege onze tros bananen in een plastic zakje; ze ritselen en morrelen er net zo lang aan tot alles op is. Ik dwing mezelf naar een podcast te luisteren, want zonder afleiding van alle toch stiekem onverwachte beesten, kan ik echt niet slapen. Bleghhh.



De volgende dag is de wc weer spinvrij en ik kom weer een beetje tot rust. Het regent echter de hele dag en ik zie af van de kayaktocht. Zonde wel, maar ja, je doet er niks aan. Die avond houd ik opnieuw m’n hart vast voor wat we in de kamer aan zullen treffen. Geen vleermuizen dit keer, want we hebben onze bananenles geleerd, maar ZIJ zit er weer hoor. Zelfde plek, bijna dezelfde positie. Oké, ik geloof dit keer dan ook dat ze echt niet beweegt. MAAR TOCH. Ik loop naar de douche om weer daar te plassen, maar mijn oog valt direct op iets op de muur dat er gisteren zeker niet zat: HAAR GROTE BROER! Zo groot als m’n hand, zwart en smerig. Fack deze shit, ik kan dit echt niet aan. Dan plas ik wel naast haar; het is nu toch een soort bekende. Onderweg naar m’n bed besef ik dat er nog meer familieleden over de muren kruipen en ik overweeg meerdere keren die nacht om in de gemeenschappelijke ruimte in een hangmat te slapen, ware het niet dat ik te bang ben mijn hopelijk spinvrije klamboe te verlaten. Manmanman.

En dan mag ik eindelijk de boot pakken, ver weg van deze smerige jungle. Ja, Rio Dulce, je bent mooi hoor, maar ik ben gewoon echt een schijterd. Niks gewend misschien, maar eerlijk gezegd wil ik hier ook helemaal niet aan hoeven wennen. Nope nope nope. Op naar Antigua, een stadje in het zuiden van Guatemala. Hier heb ik heel lang naar uitgekeken, ook buiten de hele Jungle Book om, want over een paar dagen… komt Mike hier naartoe!!! Jaaa, die gekke Duitser weer! We zijn toch wel een klein beetje gek op elkaar geworden zo en omdat hij al 3 maanden in de sneeuw zit en zelf ongeveer net zo wit is nu, vind ik dat hij best een kleurtje kan gebruiken. Ik ben echter weer ziekig nu: buik- en rugpijn, misselijk. Op zich snap ik ergens wel waar het dit keer mis is gegaan: ik heb de afgelopen hele dag in de bus gezeten en daar wordt mijn maag nooit echt vrolijk van. Ook niet van het feit dat ik alleen chips, koekjes en een smoothie heb gegeten die dag; ik wilde de streetfood even vermijden, maar was daardoor noodgedwongen deze snacks te kopen. Daarnaast heb ik natuurlijk 3 dagen niet fatsoenlijk naar de wc kunnen gaan (spin), dus dat zit ook niet lekker. De mensen in het hostel waar ik verblijf in Antigua zijn ontzettend aardig en op het moment dat ik van het restaurant naar de wc ren, bellen ze een dokter voor me. Normaal gesproken wil ik dit liever zelf oplossen, maar omdat ik nu al een tijdje aan het rommelen ben, accepteer ik het maar. Ik vraag aan de receptionist hoeveel het zal gaan kosten en hij geeft aan dat de man het gratis doet, omdat hij een missionaris van de kerk is. Oké. Interessant wel weer. Ach, ik vertrouw de mensen van het hostel en het schijnt een goede vriend van hen te zijn. Ik voel me alweer enigszins beter als de dokter mijn kamer binnenkomt. Het is nogal een gezicht: hij heeft zijn (denk ik) vrouw, moeder en dochter bij zich en ze dragen allemaal een enorme plastic bak met medicijnen erin. Wat is dit nou weer? Ik ben opgelucht als ik hoor dat ze Amerikaans zijn en ik gewoon in het Engels kan uitleggen wat me mankeert. Ze zijn allemaal heel aardig en begripvol. De dokter luistert naar me en geeft aan dat hij denkt dat ik ergens een parasiet heb opgepikt, vanwege het terugkerende karakter van mijn symptomen. Een parasiet? Bah, nog meer beesten. Hij grabbelt in een van de plastic bakken en geeft me uiteindelijk 2 soorten antibiotica tegen parasieten. Pff, manmanman. Heftig wel. Ik baal als een stekker, want één van de antibiotica heeft erg heftige bijwerkingen en je mag er ook geen alcohol bij drinken. Ik voel me onmiddellijk schuldig tegenover Mike, want die komt hier helemaal naartoe voor mij en dan ben ik straks een hoopje ellende. Al heeft hij natuurlijk al direct gezegd dat hij mij veel liever gezond en nuchter heeft dan dronken en ziek. Ja, oké. Nou, gelukkig maar :p Ik begin in ieder geval lekker aan mijn antibiotica en dan zien we het wel. Het wordt alsnog een heel leuke tijd samen in het zuiden van Guatemala.
Maar daarover in de volgende blog (die tegelijk met deze uitkomt) meer! Daaag!

Pfff dat was wel weer een hobbelige trip…snel beter worden hè!!! Dikke knuf 🍀 X Marian & Gina X
LikeLike
Hoi,hoi,geen zweefteef dus,en ook niet gek op ongedierte…………………..Weet je heel zeker dat je naar Zuid Afrika wil? knuffels vanuit een koud kikkerlandje xxxxx
LikeLike
Ha, ha, yep… Philip ‘Polo’ Flores staat erom bekend dat hij onschuldige touristen meeneemt naar de zelfverklaarde, discriminerende sloppenwijken van de Garifunas en een prachtig verhaal heeft over het (overigens niet-bestaande) voedselproject. Ik woon inmiddels al heel wat jaren in Livingston en ik zou hem dan ook niet echt beschrijven als een gerespecteerd lid van de community…
Ach, hij vertelt het leuk en houdt er aardig wat ‘donaties’ aan over en de touristen hebben een ‘autentieke’ ervaring…
Maar een paar feitjes (ik gids zelf af en toe voor groepen hier in het gebied)…
“De Garifuna’s waren al heel lang in Guatemala toen ze verstoten werden door de Spanjaarden.” De Spanjaarden hadden al een handelsplaats en fort aan de Rio Dulce sinds 1604 (Castillo de San Felipe waar de tourbootjes ook langs varen), terwijl de eerste Afrikanen pas in 1675 arriveerden in het Caribische gebied. De eerste (donkere) bewoners van wat nu Livingston is (en toen La Buga heette) arriveerden daar in 1802. Zo’n 200 jaar later dan de Spanjaarden dus…
Livingston heeft geen echte sloppenwijken, het klopt dat er wijken zijn die beter en mooier gebouwd zijn dan anderen, maar sloppenwijken zoals die in de steden bestaan? En dankzij de véle familie die veel Garifunas hebben in de VS (de VS heeft de tweede-grootste populatie van Garifuna buiten Midden-Amerika. New York heeft de grootste groep, gevolgd door Los Angeles) hoeven veel Garifunas (gelukkig voor hen) over het algemeen niet eens te werken. Ze krijgen regelmatig geld, goederen en zelfs eten gewoon toegestuurd. Veel (zo niet de meeste) van de grote, luxe, betonnen(vakantie)huien die je in Livingston ziet, zijn van Garifuna families.
Begrijp me niet verkeerd: vroeger bestond er echt wel racisme in Livingston, niet alleen tegen de Garifunas, ook tegen de Mayas en andere etnische minderheden die hier ook nog steeds leven… En er zijn heel veel mensen hier die het economisch heel erg moeilijk hebben en er zullen ook mensen ongetwijfeld nog wel eens een racistische opmerking naar hun hoofd krijgen. Maar over het algemeen is het hier ‘pais en vree’…
Het verhaal van Philip is vanuit zijn oogpunt en dat is natuurlijk prima, maar ik denk dat weinig mensen in Livingston het zullen bevestigen… Dat doet uiteraard niks af aan het feit dat je met hem op bijzondere plekken komt waar je anders waarschijnlijk niet zou komen en inderdaad leuke cafeetjes en andere plekken ontdekt… 😉 🙂
LikeGeliked door 1 persoon
Hi Ingeborg! Bedankt voor je reactie! Leuk om er wat meer over te horen. We twijfelden inderdaad al heel erg over hem en zijn ‘personage’… Je weet af en toe niet wie je moet geloven 😉 Soms is het op een bepaalde locatie maar een beetje gokken en verhalen van locals en gidsen bij elkaar sprokkelen… Laten we het er dan op houden dat ik inderdaad alsnog een mooie tour heb gehad van een plek waar de meeste toeristen niet komen 🙂 Had graag een tour van jou gekregen, want dit klinkt al een stuk aannemelijker en wat meer op feiten gebaseerd allemaal 🙂 Nogmaals dank voor je reactie!
LikeGeliked door 1 persoon