El Salvador·Guatemala·Nicaragua

Shit, shuttle, Salvador & sleeën

Zoals mijn moeder zou zeggen: mijn gezondheid is nog steeds aan het kwakkelen (vertaling: ik ben nog niet beter), dus ik sluit me een aantal dagen op in een hostel in Antigua. Dit is hetzelfde hostel waar ik verbleef voordat Mike hierheen kwam en de Guatemalese staff herkent me direct zodra ik weer binnenwandel. Ze bieden me dezelfde kamer, service en bezorgdheid aan die ik de vorige keer ook heb mogen ontvangen. Zó lief! De eerste nacht heb ik nog een kamergenoot in mijn zespersoonskamer, maar de 5 nachten die ik er daarna doorbreng, heb ik de kamer helemaal voor mezelf. Ik verdenk het personeel ervan dat ze mijn kamer expres vrij houden zodat ik kan aansterken. ❤ In werkelijkheid ben ik helemaal niet zo heel ziek, op een paar dagelijkse wc-momenten en buikkrampen na, en ik lig schaamteloos in bed Gilmore Girls te kijken. Mijn eetlust is ook gewoon zijn Hollandse zelf en ik heb zin in alles op het menu in het restaurant van het hostel. Een goed teken, maar daarna moet ik wel in de buurt zijn van de wc. Ik besluit toch nog maar een keer een dokter op te zoeken en dit keer wil ik expliciet vragen om een onderzoek, want ik ben inmiddels helemaal klaar met whatever this is. In de dokterspraktijk probeer ik zeker 3 minuten met handen en voeten de woorden voor buikpijn en diarree te mimen, wanneer de dokter zegt: ‘Okay, thanks. I understand.’ Manmanman. Spreekt gewoon Engels… 2 dagen later, op 14 februari, mag ik gezellig een potje inleveren bij het laboratorium. Bij het overhandigen, wens ik de onderzoeker een fijne Valentijnsdag toe. Hij kan er niet om lachen.

Het blijkt toch een parasiet te zijn en dit keer krijg ik gerichte medicatie tegen de desbetreffende klootzak. Ik merk gelijk al dat het effect heeft en ik boek opgelucht een shuttle naar El Salvador. Het is mooi geweest in Guatemala en ik wil weer gaan doen waar ik in de eerste plaats hiervoor naartoe kwam: reizen. En met een shuttle die om 3 uur ’s nachts vertrekt, zit ik gelijk weer in het reizigersritme van weinig slaap en ongezonde snacks op rare tijdstippen van de dag. Dit busje rijdt van Antigua, Guatemala via El Salvador en Honduras in 1 lijn naar León, Nicaragua: een reis van 20 uur. Nee, bedankt. Ik haak na 10 uur af en nestel mezelf in een hostel aan de kust van El Salvador. Ik weet dat de meningen, en vooral de internationale meningen, over El Salvador nogal uiteenlopen, maar onderweg hoor ik ook veel goede verhalen en ik wil het land dan toch ook gewoon even zelf zien. Zonder moeite steken we in de vroege ochtend de grens over en we rijden uren door een schitterend landschap. Het is echt jammer dat het land zo’n slechte reputatie heeft met betrekking tot criminaliteit en daardoor toch door velen als kontgat van de wereld wordt beschouwd, want het is werkelijk prachtig. Opvallend vind ik het wel dat je soms langs de kant van de weg een dood paard of een dode koe ziet liggen; helemaal stijf, groot en bewegingsloos, wachtend om opgehaald te worden. Dat kun je je in Nederland toch niet voorstellen?

Veel mensen die ik onderweg ontmoet, gaan naar El Tunco in El Salvador. Het is me al een paar keer gezegd: El Tunco is eigenlijk het Cancun van El Salvador en is niks meer dan resorts en toeristen. Omdat ik dan stiekem toch koppig ben en iets anders wil zien, besluit ik naar El Cuco te gaan. Dit is een klein vissersdorpje aan de kust in het zuiden van Salvador. Het ziet er gezellig uit, maar ik zie ook direct dat hier weinig tot niets te beleven valt. Ik loop een rondje door het dorpje, brand weg van het strand (het is hier 38 graden) en breng de rest van de dag door in het hostel met de enige andere reiziger daar. De Amerikaanse Daniël ligt in een hangmat en speelt klassiekers op zijn gitaar. Ik laat hem me entertainen en probeer zelf zo min mogelijk te bewegen om op die manier mijn gezweet te beperken. Hij vertelt dat er inderdaad niet veel anders te doen is hier en ik annuleer 2 van de 3 nachten die ik had geboekt. De volgende dag neem ik dezelfde shuttle verder naar Nicaragua. De reis is vermoeiend en we moeten 2 keer de grens oversteken: een naar Honduras en een van Honduras naar Nicaragua. Bij de grens staan altijd heel veel mannetjes met stapels geld in verschillende munteenheden. Ze roepen de eenheden naar ons en ik hoor ineens ‘pesos’. Pesos! Ik heb nog 1400 Mexicaanse pesos over (67 euro ongeveer) en ik loop er al een tijdje mee rond, me afvragend waar ik deze zou kunnen wisselen. Ik krijg veel te weinig terug van de geldwisselmeneer en zodra ik me dit besef, heeft hij de benen al genomen. Shit. Wat een beginnersfout dat ik niet eerst heb gevraagd hoeveel ik zou krijgen. Ik was er simpelweg niet op voorbereid dat ik ineens van pesos naar weer een nieuwe munteenheid (Nicaraguaanse Cordoba) zou kunnen wisselen en ik baal even als een stekker. Wat een hoop geld! En dan bedenk ik me dat het omgerekend om 30 euro gaat, wat het niet goed praat, maar het relativeert de zaak wel weer.

Na een reis die maar leek te duren en te duren, kom ik helemaal gaar bij mijn hostel in León aan. Ik word naar mijn kamer gebracht en krijg het heugelijke nieuws meegedeeld dat de stapelbedden hier driedubbel zijn. Ik heb dit wel vaker gezien in hostels, maar heb er nog nooit in geslapen. Ik mag helemaal onderin en ik kan bij lange na niet rechtop zitten. Het doet me een beetje denken aan die bedden in kajuiten. De onregelmatige lattenbodem drukt door het dunne matras heen en mijn kont past precies tussen twee latjes waardoor ik gedwongen ben in deze positie te blijven liggen. Ik ben echter zo moe dat ik werkelijk heerlijk slaap en pas 11 uur later weer wakker word. Die dag word ik herenigd met een zeer goede vriend, ook wel bekend als mijn stalker sinds Mexico: Omar! Dit keer, de 6e keer dat we elkaar ontmoeten, is de eerste keer dat we bewust afspreken elkaar te zien en we kletsen de hele avond bij over de afgelopen maand. De dag erna sluiten we allebei aan bij een wandeltocht door de koloniale stad León. Het is een superleuke stad met veel mooie kathedralen, maar het Engels van de gids is niet zo goed en het is 34 graden dus we zijn extreem afgeleid tijdens de tour. Mijn hostel heeft een zwembadje, klein en smoezelig, maar het water is heerlijk afkoelend dus we brengen daar onze middag door met nog een aantal gelukszoekers. Om de hitte nog verder te ontsnappen, gaan we daarna naar de bioscoop: airco! Heerlijk! Ik weet dat dit natuurlijk vreselijk irritant klinkt voor iedereen die nu in Nederland tegen die ‘Siberische kou’ van volgende week opkijkt, maar ik heb het heus ook heel zwaar :p

Oké, tijd voor actie. Als je in León, Nicaragua bent, is er 1 ding dat je écht moet doen: Volcano Boarding! De Cerro Negro is een grote, zwarte, actieve vulkaan waarvan in 2002 een idioot op een mountainbike naar beneden is gecrosst en daarbij zo’n beetje alle botten in zijn lichaam heeft gebroken. Dit leidde echter wel tot de ontdekking van deze vulkaan en zijn potentie en vanaf 2004 worden er tours georganiseerd waarbij men naar boven hiket en naar beneden gaat op een board, wat eigenlijk een soort sleeën is. Bij het aanzicht van de vulkaan, krijg ik het in eerste instantie Spaans (toepasselijk) benauwd: moeten we van zó hoog naar beneden glijden op een plank?! Gelukkig staan er wat locals beneden die voor USD 5 aanbieden je board omhoog te dragen. Daar hoef ik geen seconde over na te denken, want ik krijg enigszins Acatenango flashbacks. De hike is echter maar een uur en heel relaxed. We lopen door een bizarre omgeving bestaande uit vulkanische stenen in diverse kleuren. Het lijkt wel een maanlandschap. Heel erg gaaf! Op bepaalde plekken komt er rook uit de grond en de gids grapt dat hij hoopt dat de vulkaan vandaag niet zal uitbarsten. Grappig. Bovenop de vulkaan worden we bijna omver geblazen door de harde wind en we moeten onze sexy, gele overalls al zittend aantrekken. Sokken over de broekspijpen, sjaal voor je mond en een grote, plastic bril op je neus en je bent klaar voor de rit. Ik voel m’n hart kloppen in m’n keel. Van bovenaf ziet er helemaal steil uit en gemiddeld gaat men met zo’n 50 km p/u naar beneden. Ik zie mezelf natuurlijk al 10 keer over de kop vliegen en vraag me af waarom ik dit ook alweer doe: een redelijk terugkerend thema tijdens deze reis. Maar zoals met vrijwel alles waarover ik dat denk: het waarom wordt direct beantwoord tijdens, of in ieder geval na de rit. Wat gaaaaf! Ik ga waarschijnlijk zo langzaam als maar kan, maar wát een ervaring! Hoewel ik mijn ogen voornamelijk angstvallig op mijn board en voeten houd, kan ik toch genieten van het spectaculaire uitzicht. Op een gegeven moment zie ik de gele poppetjes die voor mij naar beneden zijn gesuisd weer opdoemen in het zwart van het vulkanische as en ik besef dat het alweer bijna voorbij is. Ik feliciteer mezelf met mijn leven en geniet daarna van de mensen die volgen. De een gaat net als ik in een beheerst tempo, de ander als een soort ongeleid projectiel in een waas van blinde paniek en adrenaline. Fan-tas-tisch!

Nu ik weer helemaal beter ben, heb ik alle tijd om dit prachtige, nieuwe land te ontdekken. Wat ik in de eerste paar dagen al heb opgemerkt, is het aantal Nederlanders. Je kunt je kont niet keren of je hoort ze alweer. Zo gek! Ik ben daar toch niet helemaal weg van. In Canada en de VS heb ik er maar een paar ontmoet en hier lijkt het wel Nederland 2.0. Maar goed, klagen doen we niet, want het is supermooi en de biertjes zijn maar 90 eurocent. Heuuuuj!

Tot de volgende!

2 gedachten over “Shit, shuttle, Salvador & sleeën

  1. Gelukkig weer opgeknapt en wat een avontuur weer.Hopelijk maak je massa’s foto’s,spreken we snel af als je weer thuis bent en gaan er een paar uur voor zitten.Doen wij wereldreis 2.0 op de bank. groetjes en knuffels van ons xxxx.

    Like

Plaats een reactie