Thailand

Thailand, Tuktuk & Tosti

Ah, februari in Nederland… De maand van de liefde, de maand van ‘Giet it oan’, de maand waarin half Nederland richting de Alpen vertrekt voor wintersport en de maand waarin mijn gelaat bleker is dan in elke andere maand van het jaar. Tijd om daar verandering in te brengen!

Gek genoeg heeft Azië voor mij nooit hoog op de lijst gestaan van plekken die ik wilde bezoeken. Al vanaf mijn tienerjaren was ik volledig gefocust op de Amerika’s en die heb ik nu voor een groot deel gezien. Toegegeven mis ik het continent nog waar nu iedereen lyrisch over is (Zuid-Amerika), maar na vorig jaar 4 maanden in Midden-Amerika te zijn geweest, verlang ik naar iets anders, naar nieuwe prikkels. Azië it is dus. Ik wilde graag naar de Filipijnen of Vietnam, maar uiteindelijk ben ik maar bij het begin begonnen: Thailand! En zo geschiedde het dat ik op 28 februari de eerste helft van mijn retourtje Bangkok verzilver.

Omdat ik de weken voor ik vertrek druk ben met vrienden (Marije is even in Nederland!) en met overdracht op werk, schiet het er een beetje bij in onderzoek te doen naar Thailand. Met mijn goeie gedrag en zonder enkele planning, stap ik het vliegtuig van de de Russische maatschappij Aeroflot in en neem plaats naast het raam. Henk en Ineke zijn ook van de partij en ik sla ze gade terwijl ze hun tassen in de opbergvakken doen. Henk vindt dat Ineke niet zo moet snerken. Ineke vindt dat Henk niet zo moet schreeuwen. Van mij mogen ze zich allebei wel even in een kokindje verslikken. Verder kom ik erachter dat de Russische mannen nog wel iets aardigs over zich heen hebben, dat hun blik verzacht als je ze aankijkt. De vrouwen kijken echter stuk voor stuk zuur. Het kost zelfs de stewardessen de grootste moeite te glimlachen als ze mij mijn rode wijn aanreiken. De vrouw die zuchtend en steunend opstaat omdat ik het wel twee keer op een 9 uur durende vlucht waag naar de wc te gaan, blijft er bijna in. Als ze verder niet zo beschaafd en degelijk was geweest, dan had ze me nog een natrap gegeven door het gangpad.

Na wat vertraging, een gezellige overstap op Moskou waarbij ik een dansje doe met de 65-jarige Toon uit Hilvarenbeek, een lange wacht voor de paspoortcontrole in Bangkok, een kapotte ticketautomaat voor de metro, een stoïcijnse tuktuk bestuurder die me in mijn zwetende en vermoeide hoedanigheid een oor probeert aan te naaien en uiteindelijk een gedeelde taxi met twee vriendelijke Italianen, kom ik aan bij mijn hostel dat al volledig in het teken staat van feest. Ik ben gesloopt, voel me vies, moe en onwennig in een nieuwe cultuur die me nog volledig onbekend is. De hostelcultuur is me natuurlijk wel degelijk bekend en ik sluit direct vriendschap met mijn kamergenoten uit Engeland. Ik besluit even bij het zwembad te gaan kijken, maar mijn hoofd is nog te warrig voor de staat waarin iedereen zich hier al bevindt, dat ik na een uur afhaak en een dutje doe. ’s Avonds heb ik echter al plannen want mijn collega Mike – niet te verwarren met die Duitser van vorig jaar – is ook in Bangkok! Supergezellig! Of ik even naar zijn hotel kom voor drankjes op de 37e verdieping. Aan de receptionist bij mijn hostel vraag ik hoe ik hier zou moeten komen. ‘Do you have crap?’ vraagt hij. Crap? Yes, crap. Ik heb geen idee wat hij bedoelt en laat hem de crap-app op mijn telefoon installeren. Crap blijkt eigenlijk Grab te heten en is de Aziatische equivalent van Uber. Eindelijk iets dat ik herken – heel fijn! De Grab chauffeur spreekt een beetje Engels, maar vooral niet, wat resulteert in een rustig ritje waarin hij me af en toe even gemoedelijk toelacht via de achteruitkijkspiegel.

Aangekomen bij het hotel van Mike, valt mijn mond open. Het is superluxe, dus in mijn gescheurde shorts en teenslippers val ik precies uit de toon. Mike vertelt dat hij een bizarre upgrade heeft gehad omdat hij ‘gast van de dag’ was, waardoor hij onder meer toegang heeft tot een exclusieve lounge met gratis cocktails. Ik mag niet naar binnen vanwege mijn teenslippers, dus 5 minuten later loop ik op Mikes schoenen alsnog naar binnen. Het uitzicht is bizar en we sturen een foto van onze (bang)cocktails naar onze collega’s die net aan hun vrijdagmiddag beginnen in Nederland. Groetjes!

De volgende dag word ik pas laat wakker, wat heel prettig is en waardoor ik direct in het ritme val van mijn kamergenoten die wel zijn gaan stappen de avond ervoor. Ik heb vandaag eigenlijk maar één missie en dat is zonnebrandcrème en body lotion vinden. Ik had ervoor gekozen alleen handbagage mee te nemen, met het idee deze grotere vloeistoffen toch wel te kunnen kopen ergens. Maar dat valt vies tegen, want vrijwel alle merken hebben ‘whitening’ in de crème. De Thaise bevolking ambieert namelijk precies het tegenovergestelde van hun zonzoekende toeristen: ze willen zo wit mogelijk zijn/blijven. Het blijkt uitermate moeilijk te zijn iets te vinden dat een beetje betaalbaar is en dat me niet veroordeelt tot levenslang bleekscheet, maar uiteindelijk is het toch gelukt en ik meng me in het feestgedruis bij het hostel. Slaap maakt alles beter, want ik zit er helemaal in en maak een paar goede vrienden, met wie ik later mijn eerste Pad Thai eet, een schorpioen proef en Koh San Road ontdek.

Omdat ik op mijn eerste dag in Bangkok wat trager acclimatiseerde dan ik had gedacht, besluit ik nog een extra nacht te boeken om toch nog iets van de gigantische stad te zien. Samen met Sidney, een Amerikaans meisje, neem ik een tuktuk naar een hondencafé dat ze had gevonden. Het heet Big Dog Café en we zijn er allebei in beginsel heel enthousiast over. Bij binnenkomst worden we begroet door iemand die gebiedt dat we onze schoenen uit moeten doen en onze handen met desinfecterende gel moeten insmeren. Vervolgens krijgen we een tafeltje aangewezen en worden we geacht iets (duurs) te bestellen voor we naar de honden mogen. Inmiddels is mijn enthousiasme omgeslagen in sceptisch vermaak en ik ga er maar gewoon in mee. Vanaf 12 uur wordt er elk kwartier een groep honden losgelaten in een ruimte achter het restaurant waar iedereen gelijktijdig mee kan spelen. In tegenstelling tot onze dierencafé-associaties, komen ze dus niet langs je tafeltje lopen, zijn ze niet zo relaxed dat je ermee kunt knuffelen (de honden zijn hyperactief en enthousiast want ze krijgen voer) en je moet ze bovendien delen met de rest van de mensen die 190 Bath (5,30 euro) hebben betaald om ze te zien. Wel heel hard gelachen. Daarna besluiten we een taxi te nemen naar de grote weekendmarkt; we zijn nu toch al op de been. De taxichauffeur rijdt als een bezetene, verbreekt in ieder geval alle Nederlandse verkeersregels en ik hoorde later van Sidney dat hij tussendoor tv aan het kijken was. Ze had dit expres verzwegen tegenover mij, omdat ik dan misschien in paniek zou raken. Good call. Vervolgens dropt hij ons af bij de markt en zegt ons voorzichtig uit te stappen in verband met de stoep. O, ja. Want dat is natuurlijk het gevaarlijkste gedeelte van dit ritje (des doods). Het gedeelte van de markt waarop we aankomen, lijkt in de verste verte niet op wat we in gedachten hadden. Het is overduidelijk een lokale vismarkt, maar dan met levende vissen. Een soort dierenwinkel, maar dan gigantisch, overdekt, heet en met duizenden vissen die waarschijnlijk in Europa verboden zijn als huisdier te houden. Eerst ben ik geïntrigeerd, maar na 5 minuten alleen maar vissen te zien, vraag ik me af of we wel goed zitten. Even later lopen we eindelijk bij de vissen vandaan, regelrecht de grootste dierenwinkel van de wereld in. We zien honderden hamsters, kleine konijntjes die elk een aai krijgen met een nat washandje ter afkoeling, puppy’s, kittens, meer vissen, vogels en reptielen. Het is duidelijk dat ze te koop worden aangeboden als huisdieren, maar ze lijken geen van allen water of comfortabele hokken te hebben. Bovendien is het 35 graden en hoewel de overkappingen de hete zon tegenhouden, dringt de warmte zeker wel naar binnen. Waar zijn we terecht gekomen? We proberen zo snel mogelijk door te lopen en de kleding- en warenmarkt te vinden waar we naar op zoek waren, maar het dierencentrum is een gigantisch doolhof en na een halfuur zien we nog steeds zwetende konijntjes en kwetterende vogels. De geur van Thais street food komt ook af en toe tussendoor en al met al, word ik er een beetje misselijk van – zeker als je bedenkt hoe bont we het de avond ervoor hadden gemaakt. Eenmaal aangekomen op de markt die we beoogd hadden, zijn we beiden bezweet en moe en we besluiten naar de verkoeling van het hostelzwembad weer op te zoeken. Wat een productieve topdag! We hebben het geprobeerd, maar er waren te veel dieren.

Terug in het minder dierrijke gedeelte van de stad, ga ik naar mijn eerste massagesalon. Voor een tientje wordt je hele lichaam een uur lang gemasseerd met olie of aloe vera. Hell yes. Hier kom ik voor. Ik vertel de vrouw in kwestie dat ik graag een zachte aanpak wil; eigenlijk komt het erop neer dat ik gewoon een uur lang geaaid wil worden. Hieraan moet ik haar wel even herinneren wanneer ze haar knieën in mijn rug plant en met haar volledige gewicht over mijn wervel kruipt, maar daarna is het echt schaamteloos genieten.

Die avond organiseert het hostel een kroegentocht, maar ik ben zo zen dat ik alleen maar wil kijken naar de mensen en hun gedrag. Samen met wat andere gelijkgestemden, veroordelen we de situatie vanuit de zitzakken. Erg grootmoedig en toch nog gezellig! Later die avond word ik geconfronteerd met iets dat ik blijkbaar al lang had moeten kennen: de tosti’s van 7/11! 7/11 is een kleine, Japanse supermarkt die 24 uur per dag open is en alles heeft wat je nodig hebt. In Thailand zitten ze OVERAL. Maar echt. Je bent pas echt verdwaald als je niet binnen 3 minuten lopen minstens één 7/11 hebt gevonden. En waar de 7/11 vooral om bekend staat bij backpackers, zijn de tosti’s die in plastic verpakking per stuk worden verkocht. Vervolgens doen zij hem voor je in het tosti-ijzerapparaatding en voilà, je hebt een topmaaltijd op elk moment van de dag!

Na drie nachten in Bangkok, kan ik deze stad alleen maar beschrijven als ‘exhaustingly fun’: vermoeiend, maar leuk. De stad is overweldigend groot, erg heet en een beetje stoffig, maar met de juiste mensen is elke plek leuk. Ook voelt het al een stuk veiliger dan in Midden-Amerika; je kunt ’s avonds gewoon over straat lopen. Sterker nog, dat is wanneer het leven een beetje lijkt te beginnen na een bloedverziekend hete dag. Heel prettig. Ik weet dat ik op zich nog langer hier kan blijven hangen, maar ik heb maar 2,5 week, wat plannen erg lastig maakt. Daarom laat ik dat steeds op het laatste moment aankomen en ik probeer mezelf elke dag deze vraag te stellen: wat wil ik op dit moment het liefste? In dit geval… Strand! Zon! Zee! Op naar de eilanden in het zuiden dus!

Een gedachte over “Thailand, Tuktuk & Tosti

Geef een reactie op Marian Reactie annuleren