Frankrijk·Spanje

Preparatie, Pyreneeën, Prachtig & Paniek

Dames en heren, jongens en meisjes, hooggeëerd (eventueel) non-binair publiek, het is weer zover! De banen zijn opgezegd, de onderhuur voor het huis is aangevraagd en wij gaan weer op een groots avontuur! Op 2 januari vertrekken Jona en ik naar Ecuador en reizen van daaruit een jaar door de Amerika’s, om af te sluiten in Azië en Nieuw-Zeeland. In verband met de welbekende redenen was dit plan al meerdere keren uitgesteld en is het lastig goede voorbereidingen te treffen, maar we gaan het toch gewoon doen! Waar mijn vorige grote reis wat meer gericht was op het sociale stadsleven, afgewisseld met hier en daar een nacht afzien op een vulkaan of in de jungle, ging Jona op zijn wereldreis in, o.a. Kazachstan en het westen van Canada met een backpack en tent de bergen in. Dat zou niet eens in me op zijn gekomen toen. Ook omdat ik een blond meisje ben en alleen op pad was, maar vooral omdat ik van de volgende mening was voorzien: ”waarom zou iemand dat zichzelf aandoen?” En hoewel ik nooit had gedacht dat ik op dat punt zou belanden, heb ik na 2 jaar met Jona toch de nodige interesse gekregen in een meer outdoor-manier van reizen. Dit kan voor sommige mensen als schokkend ervaren worden.

Onze grote reis zal daartoe dan ook een iets avontuurlijker karakter hebben. En met avontuurlijker, bedoel ik avontuurlijker voor mij. Kamperen is bijvoorbeeld niet iets dat ik van huis uit heb meegekregen en het handje vol keren dat ik in een tent heb geslapen, is voornamelijk terug te brengen tot Lowlands met een brak hoofd, een altijd lek luchtbed en een slaapzak die je voor de vorm meeneemt, maar die nog nooit iemand warm heeft gehouden. Je snapt dat het beoogde kamperen op onze reis van een ander kaliber zal zijn: backpack mee met eten, hikend de bergen in, tent opzetten in het wild en de volgende dag weer doorhiken.

De afgelopen jaren heb ik dan ook, geadviseerd door doorgewinterde berggeit Jona, wat kwalitatief goede spullen verzameld, waaronder een slaapzak die me in leven zou moeten houden tot -26 graden. In leven, dus niet comfortabel. Ik mag dan openstaan voor een intensievere reisbeleving, maar die -26 graden houd je sowieso maar bij je. Doei. Sommige grenzen hoeven niet verlegd te worden. Maar goed, naast het feit dat ik wel benieuwd ben hoe ik gedij in de bergen, willen we ook graag onze nieuwe tent uittesten. Hoewel ik het echt ontzettend leuk vind en ernaar uitkijk een andere manier van reizen te ontdekken, is het wel allemaal nieuw voor me en vind ik het ook stiekem erg spannend. Ik weet namelijk van mezelf dat ik iets erg kan romantiseren (zingend door de pittoreske bergen flaneren à la The Sound of Music, hertjes die langs dartelen, wakker worden met een streepje zon op je gezicht waarna 2 eekhoorntjes je een kopje thee brengen. Je kent het wel.), dus het is goed om mezelf even met beide benen op de grond te zetten door voor de grote reis een probeervakantie in de Pyreneeën te pakken. Dit geeft ons tevens de tijd om de uitverkoren reisattributen en -kleding te finetunen. Dusss, let’s go!

Saskia, avonturier, dubbeldekker hostelbus-eigenaar en vriendin sinds de middelbare school, was ook nog op zoek naar een herfstachtig uitstapje en besluit mee te gaan op Team WeJo’s Grote Test Tocht. Zij had al een paar dagen met een groep vrienden geboulderd en gekampeerd in Fontainbleau (Frankrijk) en daar pikken we haar op. Het leek namelijk wel redelijk op de route richting de Pyreneeën (mwa, dat viel mee) en na 6,5 uur, inclusief de vrijdagavond spits van Rotterdam, Antwerpen en Parijs, komen we om half 1 ’s nachts helemaal gaar aan op de camping, waar een heel ander niveau heerst. Het kampvuur brandt verwoed, het bier en de wiskey vloeien rijkelijk, het volume van ieders stem versterkend, en alles wat wij willen doen, is onze nieuwe tent opzetten (in het donker = test nummer 1) en slapen. Wat een rock en roll bestaan leiden we toch.

De volgende dag vroeg uit de vochtige veren! Ik heb de hele nacht koude voeten gehad, dus de fluffy sokken die dienst deden als verwarmers, zijn niet genomineerd voor onze reis. De tent heeft zich goed staande gehouden (in windkracht 0), maar gaat wel met een bak dauw weer z’n zak in. Lichtgewicht m’n hoela! Maar vandaag is een auto-dag, dus dat is niet zo erg. Gewapend met 3 verse croissants en een pain van het lokale bakkertje, rijden we in 11 uur naar onze camping in Spanje. De bonjours veranderen in hola’s, de merci’s in gracias’, maar de zon gaat gelukkig met ons mee! De voorspellingen zijn geweldig dus de volgende dag, op Saskia’s verjaardag, trekken we na een halfuur met de bus vol goede moed de Ordesa vallei in. In onze tassen zit alles wat we nodig hebben voor de komende 4 à 5 dagen, dus dat is voor iedereen even wennen. Jona is zo galant om onze tent en gasstelletje te dragen, dus ik kan rustig wennen aan de magere 10 kg op m’n rug. Poh. Maar wat is het ongelofelijk mooi! De herfst kleurt de bomen langs de bergwanden prachtig rood, oranje en geel, extra magisch belicht door de stralende zon. Tot zo ver is het sprookje dat ik voor ogen had nog een feit! We lopen een tijd langs een kabbelende rivier en bewegen ons langzaam omhoog. Onze bestemming voor vandaag is Refugio de Goriz, een berghut op 2200 meter. We gaan natuurlijk niet in de hut slapen, want we komen tenslotte die tent testen, maar we hebben wel een echte berghutmaaltijd gereserveerd, voor Sas’ verjaardag. De hike verloopt redelijk zoals ik ‘m me had voorgesteld: ontzettend mooi, pittig met een zware tas en uiteindelijk na toch nog wel een steile klim, ben ik blij als ik de berghut zie. Hallelujah! Zonnetje erbij en relaxen maar! Hier kan ik wel aan wennen. 2 minuten later herinnert een kil windje ons eraan dat het wel oktober is en dat we in de bergen zijn, dus toch maar weer de warme jas aan. Alsnog supermooi! We kiezen ietsje verderop een plekje uit voor onze tent en gaan dan voor een spelletje, een heerlijk 3 gangen bergdiner en een liter rode wijn de hut in. Om een uur of 9 ben ik zo rozig en moe dat ik mezelf bestempel als laffe borrelaar en de tent ga opzoeken. Mijn eerste overnight backpack trip! Natuurlijk moet ik ’s nachts plassen, want dat is altijd zo fijn als je warm in je dons burrito ligt, met eindelijk het juiste sokkensysteem. Maar als je dan met je billen bloot daar op die berg in de nachtvorst zit en uitkijkt over het door sterren verlichte dal, dan valt al het ongemak even weg. Totdat je over je schoen heen plast.

Ordesa Vallei
Slaapplek #1

Op dag 2 begint het avontuur eigenlijk pas echt, want nu gaan we voorbij alle dagjesmensen en echt de bergen in. Vanaf het moment dat we bij de hut weglopen, zien we ook geen mens meer de rest van de dag. Jona is al eens in dit gebied geweest en heeft een trail uitgezocht die de GR11 een paar dagen volgt. Het is weer een vrij intense dag, waarbij we een route volgen waar ook kettingen langs de rotsen zijn gespannen om de hiker te hulp te schieten. Soms is het ook best klauteren en met zo’n tas op je rug voelt het wel echt alsof er constant een logge kleuter op je schouders hangt. Ook heb ik voor het eerst sinds m’n kindertijd weer een open knie, door een onfortuinlijke botsing met een rots, dus van een leien dakje gaat het allemaal niet. Maar ik word gelukkig geflankeerd door mijn persoonlijke berggeiten Jona en Sas, die als jonge hinden over de bergpaadjes flaneren (zoals in m’n geromantiseerde fantasie) en rustig foto’s maken terwijl ze wandelen. Ik heb helemaal geen tijd om foto’s te maken, want ik ben aan het overleven en weer opnieuw aan het leren lopen, als Bambi op het ijs. Na een uur of 5 lopen over BIZAR mooie hoogtelijnen, dalen we af een vallei in en hier wordt mijn sprookje bijna werkelijkheid. We volgen een schitterende waterval naar beneden, zien een paar geiten met een grote bel om hun nek en vinden uiteindelijk een prachtige plek voor onze tent naast een klein beekje. Wauwauwauw, wat mooi! Volgens mij ga ik vannacht echt heerlijk slapen op deze plek, zeg ik hardop. Toen wist ik nog niet dat er een rots vlak onder de oppervlakte van het gras genesteld zat, exact onder onze tent en dus onze ruggen.

Leermoment: als je een dal ingaat, moet je ook weer omhoog. Pfoe, dat heb ik geweten. Deze dag is weer heel anders qua omgeving en ook echt weer schitterend, met een leuke klim omhoog, maar alles bij elkaar begin ik wel steeds meer af te takelen. Het is fijn dat Jona en Sas af en toe beamen dat het niet de makkelijkste hikes zijn en dat ze vinden dat ik het allemaal erg goed doe. Nou, dat vind ik ook. Het is gelukkig heerlijk weer en rond het middaguur liggen we lekker in het hoge gras te dutten, na een uitstekende lunch van wraps met pindakaas en granola. Als je je eten voor 4 dagen in je tas draagt, ben je heel bewust van wat je meeneemt. Het moet namelijk licht zijn, niet al te groot of van onhandig formaat en het moet bewaard kunnen worden buiten de koelkast. Nu is dat laatste relatief, want ’s nachts is het gewoon één grote koelkast, maar het moet vooral niet gaan schimmelen voordat we de kans krijgen het op te eten. Zo hebben we vanavond een heerlijk maaltje voor de boeg: aardappelpuree met kerriesaus, zuurkool en chorizo. En man, wat smaakt dat goed na een lange tocht. We zitten op een wederom schitterende plek, weer heel anders dan gisteren. Het is hier ruiger, hoger gelegen en onze tentjes kijken uit over rotsachtige formaties. Vandaag zijn we zo’n 3 mensen tegen gekomen op onze hike, wat een drukte! Ook hebben we geleerd dat water niet zo vanzelfsprekend is op dit moment. Omdat het herfst is, is alle gesmolten winterse sneeuw in de zomer stukje bij beetje opgedroogd en blijken de aangegeven bergrivieren niet meer dan kleine stroompjes te zijn geworden. Ineens zijn de primaire levensbehoeften niet meer altijd voorhanden en dat is een interessante gewaarwording, maar ook zeker stressvol. Verder is de zon in de bergen je vriend. En zodra deze ondergaat om half 8, is het tijd om naar bed te gaan. Onder de sterren staan we met z’n drieën dansend onze tanden te poetsen om warme voeten te krijgen/behouden voor we de slaapzakken ingaan, om er pas bij zonsopgang weer uit te komen (op nachtelijk plassen na natuurlijk).

Gebroken kruip ik op dag 4 de tent uit. Ik heb op zich prima geslapen, maar als ik naast die 7 uur ook nog 5 uur aan het wachten ben tot het licht (warm) wordt om van dat matje af te mogen, kan ik alsnog niet zeggen dat het een goede nachtrust was. Ik voel me vies, alles stinkt, ik voel me overweldigd door alle indrukken en spanningen van de afgelopen dagen en ik heb een algeheel brak gevoel. Ik besef dat er 2 soorten comfort bestaan en dat ik aan beiden gebrek heb: naast het feit dat ik ver buiten m’n comfortzone getreden ben deze week, beschouw ik kamperen nog niet als comfortabel genoeg om me weer op te laden na alle uitputting. Hoe mooi het ook is op deze plek, ik voel me te gaar om er volledig van te genieten. Na 20 minuten hiken breek ik en geef toe dat ik liever weer naar beneden ga dan de berg op die we voor vandaag op het programma hadden staan. M’n reisgezelschap is zo lief en stemt hiermee in. De weergoden hebben blijkbaar ook aangevoeld dat dag 4 Wendy’s breekpunt is en besluiten een bewolking uit te storten over de berg die we op wilden. Dus er zou sowieso geen uitzicht zijn geweest. Toch aardig van ze. Opgelucht (ik) beginnen we aan de tocht naar beneden samen met een Zwitser die dezelfde route voor ogen had vandaag. ”Beneden” blijkt nog ZEER ver weg, want na een paar uur lopen zijn we nog steeds in het ruige berggebied. We volgen vandaag ook niet meer de GR11 en in plaats van de goed aangegeven vlaggetjes op de rotsen, zoeken we nu naarstig naar de ”stone men”: stenen die door hikers op elkaar zijn gelegd als indicatie van een pad. Het is dan ook niet altijd even duidelijk wat de beste route is en als we op een gegeven moment een steile berg met losse stenen afschuifelen, vraag ik me oprecht af wie deze sh*t heeft bedacht. En dan zijn we ineens in een soort grassig dal aangekomen en staan we oog in oog met een zestal geschrokken geiten. Dat maakt het toch weer leuk. Eén heuvel verder en daar doemt de Ordesa vallei weer voor ons op, met in de verte weer de steile rotswanden met kleurrijke bomen. WE ZIJN ER BIJNA! Behalve dat we nog even een steil rotspad naar beneden moeten nemen, waarbij ik mijn net verworven klimskills moet gebruiken. Pfoe! Het is zo steil dat er ijzeren pinnen in de rotsen zijn geplaatst zodat je je daaraan kunt vasthouden op je kamikaze weg naar beneden. Ik krijg na mijn zweethandjes-afdaling een applaus en de Zwitser roept uit: ”You did it! And you didn’t even cry!” Op zich had ik ook niet echt een keuze. Maar ben toch wel trots op mezelf. Angst nummer 1038 overwonnen. Na nog twee uur klauteren/struikelen/lopen komen we eindelijk weer bij de parkeerplaats aan, waar de Zwitser aanbiedt ons naar het dorpje te rijden. Wij waren natuurlijk op zondag met de bus gekomen, maar het seizoen was nu officieel voorbij en de volgende bus gaat pas in maart weer. Dus al met al kwam het weer goed uit! Scheelt weer liften of 9 km extra lopen.

DOUCHEN! Oh wat fijn! We zijn voor het gemak op dezelfde camping gaan staan als vóór ons bergavontuur en de douche hier heeft zo’n harde straal dat we na 5 seconden helemaal schoon geschrobd zijn. Maar wat lekker zeg. Er daalt weer een rust over me heen en toch ook wel een trots gevoel: ik heb het gedaan! De week is echter nog niet voorbij en het volgende avontuur ligt alweer op de loer. Op aanraden van onze Nederlandse campingburen, rijden we de volgende dag naar Gorges du Tarn in Frankrijk. Deze canyon is zo’n 60km lang en biedt mogelijkheid tot spectaculair rotsklimmen. Ook is het een populaire zomerbestemming en zijn er legio campings en accommodaties langs de rivier de Tarn, zonder dat het erg toeristisch oogt. Het sleutelwoord in de vorige zin is ”zomer” en op dit moment zijn al deze campings dicht. Top. Slingerend over de prachtige weg langs de rivier zien we overal het woord ”fermée” staan en concluderen we dat de bonnefooi-aanpak hier niet lekker werkt. Na een halfuur rijden zien we een camping die dan wel gesloten is, maar geen hek heeft. Gehuld in de schemer dalen we af naar de kampeerplekken naast de rivier en beraden we of we hier niet gewoon toch zouden kunnen gaan staan voor een nachtje. Er staat nog een grote auto die doet vermoeden dat wij niet de enige zijn met het idee, en na een kort gesprekje met deze mensen, zetten we hier maar onze tent op. De camping is supermooi gelegen, direct aan de Tarn, maar lijkt geenszins uit te stralen dat dit in de zomer (1,5 maand geleden) een levendig en gezellige plek zou zijn geweest. Het woord dat je zoekt is ”aggenebbis”. Het zwembad en de speeltoestellen zien eruit alsof ze in de jaren ’80 voor het laatst onderhouden en gebruikt zijn. Het sanitair werkt, maar daar is verder ook alles wel mee gezegd. Met m’n rode hoofdlampje op lijkt het hele toiletgebouw ’s avonds op de set van een horrorfilm: gammel en goor, maar geen lijk gevonden in de wc stalletjes, dus het valt alles mee.

Camping illegali

We eten vandaag onze laatste bergmaaltijd die we nog bij ons hadden: teriyaki noedels met broccoli en notenmix. Best lekker! Ik kondig aan dat ik wel klaar ben met het kamperen zodra ik een gevallen noot in m’n mond steek, wat een slak blijkt te zijn. Toch nog escargot in Frankrijk. Voor de volgende twee nachten boeken we een Airbnb en hoewel Jona en Sas nog prima hadden willen kamperen, denk ik dat alle partijen dit idee uiteindelijk met open armen verwelkomen. In plaats van om half 8 in de tent te moeten kruipen, kunnen we nu weer even uitgebreid tafelen, een spelletje spelen, slapen in een bed (hallelujah) en onze spullen lekker even uithangen. De Airbnb is echt prachtig gelegen in een dorpje met welgeteld 5 inwoners. Dan ken je écht iedereen. De dichtstbijzijnde supermarkt is 6 km verderop en is in werkelijkheid een klein kruidenierswinkeltje waar alles nog met de hand moet worden aangeslagen. Heerlijk! Kaasjes, worstjes, wijntje erbij en genieten maar! We hebben ook hier weer supermooi weer en we beklimmen twee dagen lang mooie rotspartijen, waarbij vooral ik weer angsten overwin. Ik klim namelijk toch al 2 hele maanden, waarvan 1 keer eerder buiten, dus elke meter omhoog is weer een overwinning. Mijn support systeem staat me beneden toe te roepen, terwijl ik in paniek aan de rots plak: ”Kom op, Wen! Wie is er de baas, die muur of jij?” Thanks guys!

Prachtige Gorges!
Yikes!
Het dorp met 5 inwoners.

Wat een ”vakantie”! Ik ben er nog van aan het bijkomen! De nodige conclusies voor de reis zijn getrokken: sommige sokken zijn niet warm, m’n broek heeft al een gat van één val op een rots, lopen met stokken is nog niet aan mij besteed (want dan moet ik ineens naast m’n voeten ook nog die stokken op een goede plek neerzetten), mijn slaapsysteem werkt en ik ben niet doodgevroren en bovenal: het is goed om op reis lekker te beginnen met 1 nacht de bergen in en het langzaam op te bouwen. Dit was wel even intens zo en de vermoeidheid speelde parten. Maar ik kán het wel, en dat is wel heel erg fijn om te weten!

Dusss, je kunt de komende tijd weer veel verwachten op deze blog! Nieuwe continenten, landen, culturen, talen en comfortzones worden aangedaan en ik kan niet wachten weer die ultieme reisvrijheid te voelen, en dit keer met die lieve Jona!

Joe joe!

3 gedachten over “Preparatie, Pyreneeën, Prachtig & Paniek

  1. Heerlijk weer die verhalen, top beschreven dus neem ons maar mee het komende jaar! Heel veel succes samen en een fantastische ervaring gewenst! Ly 🍀❤️

    Like

  2. Jeetje,gaat wel ff juffie durfal spelen zeg.Hopelijk zie ik je snel nog een keer,en wij gaan zeker genieten van al jullie geweldige avonturen.

    Like

Geef een reactie op dewatervalofzo Reactie annuleren