Hophop! Weg uit Otavalo, weg uit het hostel met de heks en waar de ramen van onze kamer niet open kunnen. Niet erg bevorderlijk voor ons gestel, denk ik zo. En dan nu op naar Mindo: meer natuur kun je je niet wensen. Want, zo kom ik er in de bus achter, Mindo ligt in het regenwoud. Ergens houd ik m’n hart vast want regenwoud is volgens mij gelijk aan jungle en in de jungle zitten er beesten. Flashback naar 4 jaar geleden in Guatemala met de mega spinnen en vleermuizen… Brrrr! Maar goed, we gaan het meemaken. De tocht er naartoe is hels, vooral omdat ik in een soort constante staat van misselijkheid verkeer. Jona heeft niet helemaal door hóe misselijk ik precies ben en vraagt rustig de hele busrit door of ik geen chips wil, of een koekje, of zullen we misschien toch een paar pinda’s kopen van de mannetjes die om de zoveel tijd de bus inrennen en etenswaar aanbieden? Als ik een cartoonfiguur zou zijn, zou ik een groen gezicht krijgen bij de gedachte, maar dat ben ik niet, dus ik moet het hem expliciet vertellen met boze blikken.
Eenmaal in Mindo aangekomen, zijn we nog helemaal niet in Mindo aangekomen, blijkt. De bus heeft ons gewoon aan de kant van de weg gedropt met Mindo op nog 7 km afstand. Zeer onhandig, maar één duim omhoog en we zitten weer bij een gezellig stel in de auto naar het centrum. Even een hostel opgezocht en aldaar begint ons herstel. Om de beurt hebben we het een dag zwaar en we voeren dan ook weinig uit. Ondertussen worden we volledig toegetakeld door de muggenpopulatie in onze hostelkamer. Geen spin gezien nog, dus de muggen genieten van hun momentum door het enige deel van mijn lichaam dat niet onder een deken verborgen is te steken: mijn gezicht. Top. Ik ben inmiddels een soort paddenstoel: roze met rode stippen dan wel. Jona krijgt ook op een dag z’n ogen niet open, niet omdat hij moe is, maar omdat zijn beide oogleden zijn geprikt. Het gaat ook allemaal niet vanzelf met ons.

Maar genoeg getreurd! Mindo staat bekend om z’n vele activiteiten en tours: vlinders bekijken (niet gedaan, want ziek), vogels spotten (niet gedaan, want duur), jungle by night (niet gedaan, want slaap) ennn… ziplinen! Dit is één van de dingen waarvan ik thuis al wist dat ik het wilde gaan doen. En als onze magen dat aankunnen, dan zijn we denk ik wel hersteld. Na 2 dagen niksen gaan we dan ook gelijk het avontuur aan: ziplinen en daarna nog naar de watervallen met de kabelbaan. En waaaaauw, wat was het megavet, zo vliegen boven de jungle! Mijn energielevel is gelijk weer helemaal op peil en ik ben klaar voor de rest van de reis! Dit keer is het Jona die nog niet op hetzelfde level zit en er een beetje pips bij hangt in zijn harnas. De watervallen vallen daarna echter in het water (regen), waardoor we een tijdje met lede ogen aanzien hoe sommige doorzetters uit de gammele kabelbaan komen: ZEIKnat. Bleh. Daar hebben we toch helemaal geen zin in? We besluiten onszelf niet langer te pesten en na onze koekjes-lunch onder het afdakje laten we een taxi komen. Toevallig stapt er net een nat Zwitsers stel uit de kabelbaan en we delen met z’n vieren de taxi, dat eigenlijk gewoon een mannetje uit het dorp is die een auto heeft. Na een discodutje knapt Jona gelukkig weer op en hij gaat zelfs mee op een tour door de chocoladefabriek. Wat misschien wel weer veel van het goede was. Het is een eeuwige gok. Verder hebben we in het hostel gewoon braaf allemaal saaie dingen met weinig smaak of gekkigheid gekookt, dus ik denk dat we weer redelijk de oude zijn.



Tijd voor de volgende stap dus: via Latacunga gaan we de driedaagse hike naar het Quilotoa meer maken. Bij het optillen van onze backpacks in onze Mindo kamer verschijnen precies mijn nachtmerries: 2 grote zwarte spinnen, die dus op zich gewoon op een meter van mijn gezicht hebben zitten chillen terwijl ik sliep. JAKKES. WEG HIER! Het is opnieuw een vrij barre tocht naar Latacunga: bus van Mindo naar Quito, taxi van het ene busstation in Quito naar het andere, bus naar Latacunga en vervolgens gedropt worden langs de snelweg bij Latacunga. Uhm, hallo? Wat is er gebeurd met mensen gewoon op hun bestemming afzetten? Of in ieder geval in het centrum. Uiteraard staat er direct een sjofel mannetje naast ons die ‘taxi, taxi’ bromt. Zucht. Ja, oké. Zijn taxi blijkt ook zijn eigen auto te zijn en ziet eruit alsof hij er elke dag aan moet sleutelen om ‘m nog weer een dag aan de praat te krijgen. De uitlaatgassen vliegen in het rond en alles hangt van ellende aan elkaar. Bovendien moet Jona de navigatie verzorgen, aangezien onze chauffeur niet weet waar het hostel is dat we hebben geboekt. Collectief besluiten we dat we voortaan altijd een officiële taxi nemen als we het kunnen helpen. Manmanman. Gelukkig is Hostel Rosita prima, met een aardig vrouwtje en een lekker bed. De douche is elektrisch en dat is volgens mij net zo gevaarlijk en vreemd als het klinkt. Maar het stoomt ons klaar voor de tocht die we gaan maken!

Voor de hike mogen we een deel van onze spullen achterlaten bij Rosita en dat is een erg welkome gewaarwording voor onze ruggen. We pakken de bus naar Sigchos en vandaar begint onze hike. Het is werkelijk supermooi in de valleien. Een hoop omhoog en omlaag, waar ik nog steeds de lol niet van inzie, maar het is prachtig! We lopen langs de rivier, akkers van de lokale bevolking, en dan ineens weer via een zijpaadje in de berm in, waar we het altijd vrolijke spel spelen: is het modder of vlaai? (Hint: als je uitglijdt is het waarschijnlijk vlaai). Vanaf Sigchos staat hier en daar een zeer vriendelijk bedoeld rood met geel bordje om de route aan te geven. Deze staan er echter zo sporadisch, dat ik iedereen aanraad ook maps.me te gebruiken, want ik denk dat we er anders nog hadden rondgedwaald. Maar wel heel aardig! Om een uur of 4 begint het te regenen en omdat we aan de late kant zijn begonnen aan deze etappe, besluiten we te kamperen op het enige rechte stuk dat we tegenkomen, naast de rivier. Dit is ongetwijfeld deel van iemands land, maar diegene was er niet om het aan te vragen, dus we gokken het er maar op. Wel erg mooi gekampeerd en op een mooie, rustgevende plek wakker geworden!



Dag 2 van de Quilotoa loop (dat helemaal geen loop is eigenlijk) gaan we vanaf onze kampeerplek in 1,5 uur naar Insinlivi, waar we even stevig lunchen (mogguh sandwich) en daarna is het nog een uur of 4 naar Chugchilan. Wederom een supermooie dag met veel geploeter, maar nog meer genieten. Bij het Cloud Forest hostel in Chugchilan vragen we of ze kampeerplekken hebben. Die hebben ze niet, maar of we anders even een normale kamer willen zien? Pfoeee, die ziet er wel erg comfortabel uit. En diner en ontbijt is inbegrepen? Oké oké, we blijven al! Jona wilde natuurlijk erg graag kamperen, maar zelfs hij kan deze goede deal niet negeren. Hehehe.
Helemaal opgeladen, gedoucht en volgegeten beginnen we aan onze laatste dag waarop we Quilotoa zullen bereiken, als het meezit natuurlijk. Opnieuw een mooi pad, maar met de meeste hoogtemeters is dit ook de zwaarste dag. Hoe dichter we bij Quilotoa lijken te komen, hoe meer de lokale bevolking gewend lijkt te zijn geraakt aan toeristen. Lees: hoe meer ze je gaan zien als wandelende zak geld. Op een van de hellingen komen we een mannetje met zijn moeder en twee lama’s tegen. Ze hebben nauwelijks tanden (de mensen, niet de lama’s) en we zijn erachter dat hoe minder tanden iemand heeft, hoe minder verstaanbaar hij is. Bovendien zijn wij bezig met puffen en hijgen en hebben we helemaal geen energie/zin om een half gesprek te voeren met iemand die ons wellicht wil oplichten. Ergens op zijn gebrabbel hebben we op een gegeven moment blijkbaar toch dusdanig gereageerd dat hij het zijn missie heeft gemaakt ons de weg te wijzen naar Quilotoa. Ho stop ho, vriend. Dat trucje kennen we. Met 101 handgebaren en ons beste Spaans maken we hem duidelijk dat we het prima zelf redden en zijn tandenloze gezicht geen 2 dollar gaan betalen voor deze ongevraagde dienst.


Na hem achter ons te hebben gelaten, begint de echte klim! In het rulle zand omhoog, de rand van de krater op. En jaaa, daar is het meer! We krijgen precies een paar minuten de tijd om onze foto’s te maken en ohh en ahh te zeggen en dan verdwijnt het meer in een wolk. Dat is nou jammer. We besluiten via de binnenring van de krater een pad te volgen dat ons volgens maps.me weer aan de andere kant bovenaan brengt. Daar kunnen we dan even eten scoren en hopelijk beneden in de krater kamperen. Dat gaat allemaal prima tot het pad ineens ophoudt. Door de mist kunnen we ons ook precies niet oriënteren, dus een tijd lang ploegen we door bosjes, lopen we over te smalle richeltjes en gaan op een gegeven moment onder een lijn prikkeldraad heen. Normaal een red flag, maar hier lijkt het pad wel weer te ontstaan. Maar in plaats van naar boven, gaat dit pad naar beneden, naar het strandje. We zijn inmiddels allang blij dat er een soort van herkenningspunt is, dus besluiten maar te volgen. Eenmaal beneden aangekomen zien we supermooie kampeerplekken en aangezien naar boven gaan echt geen optie meer is (een uur steil omhoog na 7 uur lopen in de schemer), zetten we onze tent maar op. Op het menu voor het diner én ontbijt staat: twee rollen koekjes, een trailmix, een halve komkommer en een banaan. Bofkonten zijn we toch. Maaaar, de wolken trekken langzaam weg en zo hebben we ineens de perfecte plek met uitzicht op het meer. Waaaauw! Dit is wel echt te gek! Slapen is wat minder, want we liggen niet helemaal recht, maar hey, dat heb je wel eens.




Helemaal gaar en op een bodem van zoetheid klimmen we de volgende dag omhoog. We worden geflankeerd door twee honden, waarvan eentje de hele nacht naast onze tent heeft geslapen. Vriend! Bij de bus in Quilotoa nemen we afscheid van onze metgezel die met (letterlijk) puppy ogen naar de buschauffeur kijkt of ze niet toch ook mee mag (spoiler: nee).


Bij Rosita in Latacunga halen we onze spullen weer op en de teleurstelling op haar gezicht is leesbaar wanneer we zeggen niet nog een nacht te blijven. Nee, onze volgende bestemming is al bedacht en daar hebben ze geen elektrische douche (verwachten we). Eerst gaan we naar Quito, terug naar ons eerste hostel, om de dag erna met de shuttle mee te gaan naar hun andere hostel in het Cotopaxi Nationaal Park. Een praaachtige plek naar het schijnt, en daar gaan we (vooral Jona) de échte hoogtes opzoeken. In Latacunga lunchen we nog even in een tentje waar ze geen menu hebben, waar we ook niet echt het idee heben dat we iets besteld hebben, maar waar we toch iets randoms geserveerd krijgen. Dit land blijft verrassen. Maar man, wat is het leuk!

Ahhh nou en die laatste zin is toch mooi om deze laatste ervaringen mee af te sluiten…jullie genieten! We reizen met jullie mee door jullie blog 👌Stay safe! 🍀 Kusss vsn ons 😘
LikeLike