Peru

Schaap, Santa, Seizoen & Splitsing

We zitten inmiddels al een week in Huaraz en het voelt bijna als thuis. Ik heb een boek geleend van de lokale bibliotheek, wat eigenlijk gewoon een café is waar we elke dag thee drinken, we hebben onze favoriete eetspot gevonden (Indisch! Zo lekker!) en zijn volledig geacclimatiseerd. De hele week verblijven we al in een Bed & Breakfast, waar je je van het ‘breakfast’ gedeelte niet te veel voor moet stellen. De eigenaar is een lief mannetje die ons steeds met een grote glimlach te woord staat. Zijn vrouw vond het idee van een Bed & Breakfast runnen een minder goed idee, aan haar gezicht te zien. Nu is het ook duidelijk dat het wooncomfort van het gezin sterk moet wijken voor de business, want de keuken delen ze met hun gasten, de woonkamer is tevens de receptie en zelf slapen ze in een kleine kamer met hun 5 jarige dochtertje, terwijl boven 8 riante kamers worden verhuurd. Dan zou ik ook chagrijnig kijken. Onze kamer is overigens volledig ontploft en overal ligt onze tijdelijke inboedel verspreid. Net zoals thuis dus.

Omdat we nog even moeten wachten tot er een groep samengesteld is voor de 4 daagse Santa Cruz trek, gaan we toch nog één daghike doen, en wel naar de Pastoruri Gletsjer op maar liefst 5000 meter hoog. Nog nooit eerder ben ik zo hoog geweest, dus stiekem ben ik wel benieuwd hoe mijn lichaam daarop reageert. Wederom worden we vroeg opgehaald bij ons hostel en moeten we eerst zo’n 4 uur rijden voor we er zijn. Een lange rit, maar het landschap is weer van een heel ander kaliber en erg mooi. Halverwege worden we even uitgelaten bij een poeltje dat van kleur wisselt doordat het bepaalde mineralen bevat. Ook zien we gigantische vreemde planten/bomen die blijkbaar alleen hier groeien. Alles leuk en aardig, maar onze blik wordt meer getrokken naar de dieren met hoedjes en brillen op, gekleed in felgekleurde kleding, klaar voor hun foto met alle toeristen. Op het eerste gezicht, en bij associatie met Peru, denken we dat het alpaca’s zijn, maar als we dichterbij komen, zien we dat het gewoon een huis-tuin-en-keuken schaap is die lui ligt te herkauwen, tot hij voor z’n close up wordt geroepen. Whahaha. Nee, bedankt! Ik ga heus nog wel een keer op deze reis te veel geld neertellen om met een wollige alpaca op de foto te gaan, maar een schaap is me iets te hollands. Ondanks z’n outfit.

We rijden langzaam maar zeker richting de 5000 meter en ik voel me gelukkig prima. Het laatste halfuur mogen we lopen en m’n benen zijn duidelijk zwaarder dan ze vanochtend in Huaraz waren, maar alles gaat nog steeds voorspoedig. Behalve dat het ineens begint te sneeuwen. Brrr. Maar, bij de gletsjer aangekomen, is het weer droog en hebben we een uur lang de tijd om dit wonder te aanschouwen. Toch heeft het wel altijd iets tragisch; je weet dat ‘ie 10 jaar geleden een stuk groter was, en dat het gigantische brok ijs over nog 10 jaar zelfs wel helemaal opgelost kan zijn. Op de terugweg naar het busje begint het te regenen. IJskoude regen. Dat was niet de afspraak! Ineens is dat halve uur teruglopen wel erg lang. Zeiknat. Koud. Jakkes. Maar dan zie ik iemand die duidelijk nog niet geacclimatiseerd was in de berm overgeven en bedenk ik dat het altijd erger kan.

Na een rustdag met veel thee, lezen en Indisch eten, is het eindelijk tijd voor de Santa Cruz trek in het schitterende Cordillera Blanca gebergte. Het gros van onze spullen mogen we achterlaten in de Bed & Breakfast en onze tent, matjes, slaapzakken en ieder een zak met kleding hebben we klaargemaakt voor de ezels. Ja, we gaan ze niet eens zelf dragen deze tocht. Wat een luxe! Wel besluiten we onze eigen spullen mee te nemen, want je weet nooit met wat voor materiaal zo’n tour operator op de proppen komt. Ik herinner me nog wel de flinterdunne slaapzak op de Acatenango in Guatemala waarin ik precies nul uur heb geslapen omdat het zó koud was. Nope, we nemen lekker onze eigen spullen mee. Ideaal.

Onze wekker gaat belachelijk vroeg zodat we op tijd klaar staan om 20 minuten na de afgesproken tijd opgehaald te worden. Twee dingen vallen meteen op: 1. het busje is niet zo luxe als we hadden verwacht/gehoopt. De busjes die we tot nu toe voor de daghikes hebben gehad, waren allemaal heerlijk ruim met hoge leuningen en veel comfort. Dit is daar een heel slap aftreksel van, maar dan nog minder. 2. Het busje zit al vol met mensen en eigenlijk passen we er niet bij. Ons was verteld dat we met 4 anderen de trek zouden doen, maar puntje bij paaltje blijkt dat aantal verdubbeld. Tourgids Margarita is een goedlachse Peruaanse en gaat bij gebrek aan stoelen maar op de bagage achterin zitten. Met een brede glimlach kondigt ze aan dat we eerst naar Yungay rijden en dan van busje moeten wisselen, want deze is blijkbaar niet crappy genoeg voor de bergpaadjes die ons te wachten staan. Prima joh. Terwijl we rijden doen we met de groep een klein rondje small talk, voor we collectief besluiten dat het te vroeg daarvoor is en we nog een dutje proberen te doen. Mijn poging tot slapen wordt niet alleen verstoord door het gebrek aan comfort, maar ook door Margarita die met Spaanse hysterie met verschillende mensen aan het bellen is. Mijn Spaans is inmiddels goed genoeg om te begrijpen dat het busje waar we in Yungay naar moeten overstappen, wellicht nog niet geregeld is. Maar hey, we zijn onderweg en het komt vast allemaal goed.

In Yungay staan we inderdaad opvallend lang langs de kant van de weg, terwijl het druk telefoneren op de achtergrond doorgaat. Terwijl we ons afvragen of we ook nog een keer ergens zouden gaan ontbijten (wat was beloofd), maken we kennis met elkaar. Ons gezelschap voor de komende 4 dagen is als volgt: Grady (USA), gebroeders Oskar en Anton (Denemarken), Marie (Frankrijk), Emmy en Janelle (Canada) en samen met Chiem vormen wij team Holland. De andere jongen die meerijdt, gaat de tocht solo doen en heeft alleen voor het transport gekozen. Jammer dat dat nu juist hetgeen is dat niet vanzelfsprekend lijkt. Maar hoera, daar komt ons vervoer: een gammele collectivo die zo mogelijk nog krapper is dan ons eerste busje. Onze spullen kunnen wel op het dak dus dat bespaart ruimte, maar vind ik altijd wel zorgen voor een extra dimensie aan spanning. Het duurt nog even voor we een chauffeur hebben gevonden en voordat de 2,04 meter lange Chiem zichzelf heeft opgevouwen op één van de poppenstoeltjes, maar dan kunnen we écht gaan! Margarita is alleen nog niet blij, want (zoals ik begrijp) had ze specifiek gevraagd om een privétransport, maar heeft ze blijkbaar een collectivo gekregen. En collectivo is in Peru openbaar vervoer, dus samen met ons moet er nog een gezin van 4 locals mee. Echt, elke keer als je denkt dat dat niet kan passen: jawel hoor. Maar nu kunnen we dan echt gaan. Alleen dit al zorgt ervoor dat we meteen een hechte band vormen met onze trekgroep. We hebben de grootste lol om de ellendige rit die volgt, want manmanman, dat gaat toch niet vanzelf! Zodra we Yungay uitrijden, is de weg direct zo bar als het kan zijn. Enorme kuilen in het wegdek worden afgewisseld met flinke keien die er juist uitsteken, waardoor ons barrel de hele reis blijft slingeren op zoek naar een stuk bruikbaar wegdek. Verder is het regenseizoen (waar we overigens nog vaker aan herinnerd zullen worden) en ligt er veel water op de “weg”. Soms moeten we door zo’n diepe plas dat ik me afvraag of we niet straks met z’n allen dit busje staan te duwen. Andere keren knallen we zo hard over de rotsen in de weg dat we elkaar allemaal met een soort hilarische paniek aankijken. Dan stapt een van de locals even snel uit om de banden te controleren en kunnen we weer verder. Tot de genadeklap. Ja hoor, een lekke band! ZO ONVERWACHTS. Schaapachtig kijken we met z’n allen toe hoe de chauffeur, geassisteerd door een local, de band vervangt. Verrassend snel krijgen we het signaal ‘band meester’ en mogen we weer instappen. Nog een aantal keer moeten we onze adem inhouden als we weer keihard ergens opknallen. Eén reserveband had ik wel ergens verwacht (gehoopt), maar ik kan me toch niet voorstellen dat zo’n gammel busje er nog één heeft. Gelukkig hoeven we daar deze keer niet achter te komen, hoewel we later van Margarita horen dat twee lekke banden op deze route niet ongewoon is. Niks aan de hand dus.

Ein-de-lijk komen we aan op bestemming. Toen we de trek boekten vertelde de agency dat het 5 uur rijden zou zijn en nog 5 uur hiken op de eerste dag. We zijn inmiddels 8 uur verder en moeten dus nog beginnen met hiken. Wel hebben we onze ‘donkey driver’ ontmoet en hij heet nog Uber ook. Geweldige vent! Zegt helemaal niks, maar lacht af en toe gemoedelijk, dus dan zal het allemaal wel goed zijn. De 5 ezels die onze spullen mogen dragen, zien eruit alsof ze al uren klaarstaan (en dat is misschien ook wel zo). Dus nu gaat het dan echt beginnen! Het is een prachtig begin van de trek in een mooie vallei, waarbij we nog nauwelijks omhoog hoeven te lopen. Het ‘5 uur hiken’ was duidelijk voor de dikke toerist bedoeld, want wij zijn in 2 uur bij het kamp. En dan begint het te regenen, en goed ook. In record tempo beginnen Margarita en Uber de ezels af te laden en tenten op te zetten. Een paar minuten later staan wij met z’n negenen in poncho’s onder een puntige, oranje eettent in elkaars gezicht te wasemen, terwijl het dynamische duo druk bezig is alles voor ons in orde te brengen. Stelletje incapabelen dat we zijn. Jona en ik moeten natuurlijk onze eigen tent nog opzetten, dus hoera, wij kunnen ook iets doen. Dit voelt toch wel een beetje ellendig, deze natte bende. Maar goed, alles staat en ons diner ook: een bord rijst met een kipfiletje en 3 plakken komkommer. Ik hoor Jona’s maag gewoon rommelen en protesteren tegen deze magere hoeveelheid, maar ik herinner hem eraan dat we ook niet bijzonder veel hebben uitgevoerd nog vandaag. Al lijkt het wel alsof het 4 dagen in 1 waren.

Die nacht hebben velen van ons last van iets dat ik niet had verwacht hier: honden. Echte, wilde berghonden. Nou ja, gewoon je doorsnee vuilnisbak hond, maar dan zwervend door de bergen. Jona en ik horen ze in het begin van de avond vechten vlakbij onze tent, maar na wat agressief geblaf en hoog gepiep, lijken ze de andere kant van het veld te hebben gekozen en hebben wij er zelf geen last meer van gehad. We waren de enigen blijkt.

De volgende ochtend worden we om half 6 wakker, volgens Margarita’s orders. Zodra we slaperig (en sommigen van ons chagrijnig) onze tent uit kruipen, zien we wat we gisteravond niet konden zien door alle regenwolken: een heldere lucht en witte bergtoppen, overal om ons heen! WAUW! Zo met het ochtendgloren is het helemaal waanzinnig en eigenlijk willen we helemaal niet bezig zijn met onze tent opruimen, maar alleen maar staren en foto’s maken. Maar het ontbijt staat om 6 uur stipt klaar en dan moet ook alles klaarliggen voor de ezels. Chiem is nog niet helemaal gewend aan het ritme en Margarita bestempelt hem direct als ‘the lazy one’. Met een grote lach erbij, dat wel. We krijgen allemaal een snackbag met daarin een stuk fruit, 2 platte belegde broodjes en 3 soorten koekjes of repen. Bedankt mama Margarita! Tijdens het hiken bespreken we met z’n allen onze nacht en blijkbaar hebben de honden in allerlei voortenten proberen te kruipen/vechten/slapen. Omdat onze tent als enige met alle punten aan de grond vast zit, is het ze bij ons niet gelukt waarschijnlijk. De drie boosdoeners zien er in het daglicht overigens helemaal niet zo gevaarlijk uit en besluiten ons te vergezellen op onze tocht. Iedereen heeft hier gemixte gevoelens over, omdat ze toch verantwoordelijk zijn voor het verstoren van menig nachtrust. Vandaag is de zwaarste dag met als toppunt Punta Union op 4700 meter. Jona en Grady hebben flink de pas erin en ik besef al snel dat ik absoluut op mijn eigen tempo ga lopen, omdat iedereen daar aan het eind van de dag vrolijker van wordt. Alsnog ben ik zeker niet de langzaamste en het gaat me allemaal prima af! Weet je, ik denk dat ik mezelf nu officieel geen beginner meer hoef te noemen op berggebied. You’ve read it hear first! Ook krijg ik een vreemd gevoel van adrenaline zodra ik de eerste sneeuw zie liggen op de rotsen. Wat gebeurt er met me?! Op de Punta aangekomen, worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht over nog een helderblauw bergmeer! Dat verveelt toch nooit! Ook tref ik daar opnieuw de honden aan. Hoe dan?! Het laatste stukje was echt nog wel een beetje rotsklimmen. Gekke beesten. De weg naar beneden is makkelijk en we lopen zodanig door dat we onze tent nog voor de regen op kunnen zetten. Wat een luxe! De rest van de groep druppelt langzaam maar zeker het kamp binnen met Marie als laatste. Margarita neemt wederom geen blad voor de mond en vanaf dat moment is Marie voor haar ‘the slow one’. Subtiel als altijd!

Deze tweede nacht slapen we op 4200 meter en het is duidelijk kouder dan de vorige nacht. Brrr. Niet heel gek dat ook wij nu een hond aantreffen in onze voortent die het te koud vond om buiten te slapen. Daar staat tegenover dat het de mooiste plek is waar ik ooit heb geslapen! Zoveel prachtige bergen om ons heen. Echt schitterend! Overal lopen ook koeien rond en als klap op de vuurpijl heeft Margarita pannenkoeken gebakken voor het ontbijt! Jammieee! We zijn helemaal klaar voor het volgende avontuur. Omdat we met onze ‘snelle’ groep besluiten een detour te maken naar een meer, lopen Margarita en Uber niet met ons mee, maar gaan ze rechtstreeks naar het kamp. Dat wil zeggen: als Uber zijn ezels heeft gevonden. We hebben hem die ochtend nog niet gezien en volgens Margarita is hij al om 5 uur opgestaan om ze te zoeken. Ik heb zoveel vragen hierover, die allemaal neerkomen op: ‘waarom laat je je ezels los in een gigantisch gebergte?’ Derhalve laten we Margarita achter met onze spullen terwijl ze op Uber wacht en gaan we op pad naar ons meer, ons de hele weg afvragend of de ezels gevonden zullen worden. Opnieuw beleven we een adembenemende ochtend op een heerlijke hike door een nieuw dal met wederom een hoog ‘The Sound of Music” gehalte. We bereiken het meer zonder al te veel moeite en opnieuw zijn daar de vechtershonden weer. Afgelopen nacht waren ze een stuk rustiger geweest, dus inmiddels beginnen we een band met ze te krijgen. Omdat Margarita er niet bij is, blijven we te lang zitten bij het meer, waardoor we de aankomst bij het kamp helemaal verkeerd timen: we moeten nog een uur in de regen lopen. In het regenseizoen is het vrij eenvoudig te voorspellen blijkbaar: ochtend droog, middag en avond regen. Gelukkig heeft Uber de ezels gevonden en staat de eettent al klaar voor ons met hete thee en warme popcorn. Heerlijk! We spelen kaartspelletjes met elkaar en drinken pisco op onze laatste avond. Het is echt een heel erg leuke groep! Zonder hen had die eerste dag ook echt één bak ellende geweest en gebleven! Nu kijken we er met z’n allen lachend op terug. Toch weer een mooi verhaal.

De engeltjes

De laatste dag is weer een heel ander soort mooi: lange, uitgestrekte vlakten tussen de bergketens in. Wel zompig, want regenseizoen. De rivier is hier en daar ook flink uit z’n bed getreden waardoor we eigenlijk constant natte schoenen hebben (gelukkig waterdicht!). Het laatste stuk naar beneden gaat wat steiler en de zon komt er goed bij. We zijn duidelijk weer wat lager. En dat was het dan! Het einde van onze prachtige, gedenkwaardige trek. Een stuk luxere collectivo (privé ook nog!) staat op ons te wachten en de rit terug naar Yungay is aanzienlijk aangenamer. In Yungay nemen Jona en ik afscheid van iedereen, want wij gaan morgen nog even een daghike naar Laguna 69 doen. TEAM NOOIT GENOEG!

We vinden in Yungay een zeer basic hotel waar we met een klein streepje wifi onze families weer op de hoogte kunnen stellen van onze terugkomst. Daar worden we de volgende ochtend om half 7 (uitslapen!) opgehaald door een bus om naar Laguna 69 te gaan. Ik ben onderhand wel een beetje klaar met de lange ritten voor je kunt beginnen aan je hike. Dit keer is het ook weer 3 uur rijden (vanuit Yungay; het zou 5 uur zijn vanuit Huaraz) en dat hakt er stiekem toch wel in. Ook ben ik erachter dat ik al die tijd al aan een vorm van zelfsabotage doe door steeds een reistabletje te nemen voor ik in een busje stap. Absoluut gerechtvaardigd, want de ritten zijn verre van soepeltjes en ik denk dat ik er een hoop kots mee heb bespaard. Echter, ze maken me ook slaperig, waardoor ik het eerste halfuur van de hike vaak nog in een staat van rust verkeer. Niet heel handig. Desalniettemin lopen we zonder problemen de 7 km naar Laguna 69 in 2 uur omhoog. En wie treffen we daar op de top aan? Grady! We waren niet de enigen dus die nog één laguna op de verlanglijst hadden staan. Ook deze is weer erg mooi, maar helaas kunnen we maar kort genieten van het uitzicht. Want zoals we weten: middag = regen, en we zijn vandaag pas om half 10 begonnen met hiken. Amateurs. Ik vind het dan ook echt wel mooi geweest nu.

Laguna 69

Het is na 2 weken in Huaraz tijd voor mij om verderop te gaan. Jona heeft na veel dubben toch zijn zinnen gezet op de Huayhuash trek van 10 dagen en hij besluit dus nog hier te blijven. Mij niet gezien! Ik ga heerlijk naar de zon in de woestijn van Ica. Team WeJo splitst dus op. En echt voor best wel lang ook! Het afscheid valt me zwaar, want ik ben na al die weken samen echt heel erg gehecht geraakt aan die jongen. We hebben het ook gewoon zo leuk samen dat het moeilijk is hem hier achter te laten, zeker omdat hij in z’n eentje de bergen ingaat en geen bereik zal hebben. Stiekem wel spannend, ook voor mij! Maar goed, hij heeft dit vaker gedaan, dus het komt vast goed. En het weerzien zal des te leuk zijn.

2 gedachten over “Schaap, Santa, Seizoen & Splitsing

  1. Wat een prachtig verhaal weer, je schrijft ook zo leuk 🥰 geweldig dat ik jullie avonturen mee mag beleven 😘 liefs en groetjes 💋💋

    Like

Geef een reactie op Anita Westland Reactie annuleren