Bolivia·Peru

Tranquillo, Top, Testen & Touren

Zoals beloofd in mijn vorige blog, gaan we na alle indrukken van de Salar de Uyuni braaf even niks doen. Na de nachtbus die ons terug naar La Paz brengt, mogen we gelukkig om 5.30 uur al inchecken in het hostel waar we eerder ook verbleven. Even bijslapen en een dagje chillen voor we veranderen van locatie. Het hostel was prima voor wat het was hoor, maar er waren net iets te veel rare mensen naar ons zin. Allemaal wat oudere mannen die zogezegd zaken deden in La Paz maar vervolgens de hele nacht op het dakterras wiet zaten te roken en als ik langsliep ‘mi amor’ naar me riepen. Nee, bedankt. Joe, doei, de mazzel. Met je kale kop.

Dus checken we in in een hotelachtig hostel waar we de drie daarop volgende dagen precies niks uitvoeren. Even tranquillo. Ik ben ook niet helemaal fit en ergens vermoed ik dat de bacterie die ik dacht te hebben uitgekotst in de bus naar Puno, nog niet helemaal uit m’n systeem is. De hoogte helpt waarschijnlijk niet mee, want Jona heeft ook een snotneus. We hebben echter nog één punt op de agenda (ik dan, Jona heeft er twee), namelijk het beklimmen van Pico Austria! Deze berg is 5350 meter hoog en kun je als normaal mens ook beklimmen; je hebt er geen stijgijzers en ijsbijl voor nodig en gaat ook niet helemaal dood omdat je middenin de nacht omhoog moet. Samen met de Ierse meiden, met wie we weer herenigd zijn, vinden we het op vrijdag een mooi moment om letterlijk ons hoogtepunt te evenaren. Om 7.00 uur stappen we derhalve weer in een busje en doen we een verwoede poging La Paz uit te komen, wat zacht uitgedrukt een ‘opgave’ is. Manmanman. Wie het hardst toetert, heeft voorrang, maar wie het hardst rijdt, néémt voorrang. In het gehort en gestoot van het busje over de hobbels en bobbels van het Boliviaanse wegdek, begin ik me ook langzaam niet helemaal top te voelen. M’n buik is een soort opgeblazen ballon en ik ben misselijk: niet ideaal voor deze dag. Ik voel me op een gegeven moment zo slecht dat ik de chauffeur gebied te stoppen. Beter dat ik niet meega. Terwijl we buiten in de uitlaatgassen naar een veilige collectivo zoeken die me terug de stad in kan brengen, merk ik dat het ballongevoel langzaam wegtrekt en ik kondig aan toch mee te gaan met de tour. Hopelijk gaat het goed… anders wordt het een lange dag wachten in het busje met maar 30% telefoonbatterij (voorbereiding op z’n best weer).

Bij aankomst worden we opgewacht door allemaal alpaca’s, wat me natuurlijk direct beter doet voelen. Het eerste stuk voelt alsnog erg zwaar, hoewel het alleen nog maar ‘inka flat’ is. Bij de laguna strijken we neer voor een eerste snack. Niet topfit, maar ook niet ziek genoeg om daar te blijven, besluit ik gewoon verder te gaan. Bovendien is de Franse Julien er als hekkensluiter: hij is 2 dagen geleden aangekomen in La Paz vanuit Frankrijk, en is dus absoluut niet geacclimatiseerd. Hij zag bij het begin al bleek, maar naarmate de tocht vordert, wordt hij gewoon geel van ellende. Op de een of andere manier ga ik juist steeds beter lopen en voel ik me ineens weer goed! Samen met Jona sta ik even later als eerste op de top: mijn hoogste punt ooit! Toch wel heel erg tof, en we hebben een super gaaf uitzicht! Hoewel ik had verwacht dat we Julien ergens halverwege op de terugweg in de feutushouding zouden aantreffen, komt zelfs hij een halfuur later boven gestrompeld. Knap of dom? Ik weet het nog niet.

Sexy lama’s!
Shannyn was 1 handschoen verloren, dus nu gebruikt ze een sok.

Hoe mooi het uitzicht was, hoe slecht het weer ineens wordt op de terugweg: de eerste 20 minuten worden we bekogeld door hagelstenen. M’n gezicht doet er gewoon pijn van en ik ben opgelucht als de hagel vervangen wordt door regen. Die opluchting duurt ongeveer 2 minuten, want regen is nat en nat is koud en koud is blegh. We zijn blij als we na 1,5 uur lopen het busje weer aantreffen. Brrrrrr.

De volgende dag nemen we afscheid van de Ieren door nog een keer uitgebreid te gaan lunchen met ze, inclusief cocktails. Ondertussen is Jona is conclaaf met zichzelf of hij nog een berg wil beklimmen. Ook hij voelt zich wat zwakjes en bovendien weet hij nog heel goed hoe erg hij moest afzien in Ecuador. Op zich doet hij dat zelf… Ik vind in dit geval dat hij het gewoon moet doen (anders hoor ik natuurlijk de rest van m’n bestaan dat hij spijt heeft dat hij geen berg in Bolivia had beklommen). Dus we boeken nog een paar extra nachten en de volgende dag gaat hij weer op pad. Op naar de 6088m van de Huayna Potosi.

Natuuuuurlijk haalt hij het met gemak! Super trotse vriendin hier! Wel zijn we nu allebei klaar om Bolivia te verlaten en terug te gaan naar Cusco in Peru. Niet alleen omdat we daar nog een trek willen lopen, maar ook omdat we daar dus nog ons pakketje hebben liggen dat we naar huis hadden willen sturen toen het postkantoor al dicht was…

Uitzicht vanaf de Huayna Potosi. Ik lag waarschijnlijk op dit moment in bed.

Het is weer een heel avontuur met ontzettend veel punten waarop het mis kan gaan. Normaal gesproken gaat er een directe bus vanuit La Paz naar Cusco, waarbij je gewoon bij de grens even een stempel gaat halen en vervolgens weer kunt instappen. Door Corona is dat nog even niet het geval. Ja, Corona. Thuis is iedereen misschien weer bevrijd van alle regels, maar hier in Zuid-Amerika zijn nog wat sporen te vinden. Mondkapjes zijn binnen en buiten verplicht, maar je kunt prima zonder langs een politieagent lopen: die gaat er absoluut niets van zeggen. Af en toe moet je ineens heel spastisch je vaccinatiebewijs laten zien voor je een supermarkt in mag en soms staat er een mannetje bij de ingang van een overdekte markt die je erop wijst dat je je mondkapje weer uit je zak moet halen. En, natuurlijk, als je de grens over wilt. Want dan is iedereen weer zo bureaucratisch als maar kan zijn. Daar bereid ik me in ieder geval weer mentaal op voor zodra we in ons eerste vervoersmiddel van de tocht stappen: een minibusje brengt ons naar de bushalte van de de bus naar Copacabana (‘Her name was Lola, she was a showgirl…’). Na 2 uur in deze bus, moeten we uitstappen en per boot het water oversteken. De bus gaat met al onze bezittingen op een wiebelende schuit ook het water over. Doodeng om te zien, maar alles gaat goed! Aan de overkant stappen we weer in en hervatten we de reis tot Copacabana. Een tour operator in La Paz had mij verteld dat er vanaf Copacabana wel een directe bus zou zijn naar Puno, Peru. Dat klonk al te mooi om waar te zijn, en was dus ook niet waar. Met een taxi kunnen we verder naar het grensplaatsje Kasani. Het is voor de verandering een prachtige dag om de grens over te steken en zonder enige problemen krijgen we onze exit stempel van Bolivia en onze entree stempel van Peru. Dit keer mag ik ook 90 dagen blijven (ook al gaan we over 2 weken al weg). Maar, hoera! Het voelt al als een overwinning, tot we door de taxichauffeur die ons naar het volgende dorp brengt worden opgelicht. Niet te vroeg juichen. Nog 2 uur in de bus naar Puno en van daaruit direct de nachtbus naar Cusco. Wat een plan! En wonderbaarlijk genoeg verloopt alles soepel.

Cusco voelt als thuiskomen, behalve dat we er al om 5 uur ‘s ochtends zijn en meteen vanuit de nachtbus worden aangevallen door 20 man die ‘TAXI’ roepen. DOE EVEN RUSTIG. ZIE JULLIE NIET DAT IK NOG SLAAP? Dat is natuurlijk hét moment om de gemiddelde toerist flink wat geld af te troggelen voor een rit naar het centrum, maar daar zijn wij inmiddels te gewiekst voor. Afdingen en op naar het hotel waar we 2 weken geleden ons pakketje hadden achtergelaten. Het goede nieuws is dat ze het pakketje nog hebben. Het slechte nieuws is dat de enige vrije kamer die ze hebben 47 euro kost. Nee, bedankt. Op de wifi van het hotel boeken we dan maar een ander hotel, waar een kamer maar 17 euro kost. Beter hè!

Hoewel deze enorme tocht een grote overwinning was, vind ik het toch verstandig mezelf even naar een dokter te brengen vandaag. Ik heb het sterke vermoeden dat ik misschien weer een parasiet onder de leden heb… Flashback naar Guatemala, vier jaar geleden. Gelukkig was die toen met een antibioticakuurtje weg, dus laten we hopen dat het dit keer ook weer een makkelijke fix is.

Bij de kliniek mag ik meteen meelopen met Ninette, een jonge assistente die me naar een arts brengt. Ninette vertaalt mijn klachten voor me aan de arts, want in dit geval lijkt het me beter niet mijn Spaans uit te proberen. De arts knikt ernstig en geeft aan dat ze een hele riedel testen wil doen: een echo, om m’n nieren te controleren, bloedonderzoek, ontlasting- en urineonderzoek. En dat ik beter even m’n verzekering kan contacten. Jeetje zeg! Het zweet breekt me uit en dat heeft niet echt met ziek zijn te maken. Meer met het feit dat ik zo’n 5 uur heb geslapen in een nachtbus en dat ik bij binnenkomst hier nog maar 10% batterij had (ik leer het ook niet hè). Met die laatste procenten neem ik contact op met mijn verzekering en vertel ik m’n moeder wat me allemaal te wachten staat. Jona ligt namelijk lekker (en verdiend) te slapen, want die had ook nog een berg beklommen twee dagen geleden. Oh ja.

Maar goed, alles gaat verrassend snel: zodra m’n verzekering groen licht heeft gegeven en me beterschap heeft gewenst, mag ik de molen in. De radioloog die mijn ingewanden bekijkt via de echo, heeft zo’n stoïcijnse uitdrukking op zijn gezicht dat ik er zenuwachtig van word. Ook is zijn Spaans absoluut onverstaanbaar door het mondkapje en heb ik geen idee naar welk deel van mijn binnenste ik kijk op het scherm. Pas als ik grap ‘no baby?’ ontdooit hij een beetje en schudt hij zijn hoofd. Weten we dat ook in ieder geval.

Na een paar dubieuze potjes, twee buisjes bloed en twee uur wachten, krijg ik de uitslag: een urineweginfectie én een maaginfectie. ‘Maar je darmen zijn goed’. Nou, dat mag in de krant! Maar goed, geen parasiet dus! Wel antibiotica en maagbeschermers, maar ik ben allang blij dat ze iets hebben gevonden en vooral dat het wordt aangepakt.

Betekent wel dat we maar niet op de Ausangate trek gaan die we eigenlijk beoogden. Dan zouden we nog weer 4 à 5 dagen de bergen ingaan, hiken en kamperen. Het schijnt echt prachtig te zijn, maar het is beter om even echt rust te nemen. Wat we wel kunnen doen, is meegaan op twee dagtours naar punten die we anders op de Ausangate trek zouden aandoen. Beiden beginnen zo achterlijk vroeg, dat we besluiten hierna helemaal klaar te zijn met georganiseerde tours. Een wekker om 4 uur zou gewoon verboden moeten zijn. Wel zijn de bestemmingen weer echt de moeite waard: 7 laguna’s en Palcoyo. Naast Maccu Picchu is Rainbow Mountain waarschijnlijk de meest bekende en populaire attractie van Peru. Echter, de tour operators hebben ruzie met de families die het land bezitten, dus Rainbow Mountain is al een aantal weken gesloten. Palcoyo Mountain is het alternatief van Rainbow Mountain en is normaal gesproken rustiger, maar blijkbaar net zo mooi. Omdat het nu niet meer een alternatief is, is heel toeristisch Peru ook bij Palcoyo te vinden. Dat is wel jammer, maar het weer is echt prachtig en we genieten volop van de gekleurde – regenboog – bergen. Wauw! Oh ja, en weer boven de 5000 meter geweest!

De trek naar Ausangate en de 7 laguna’s
Lama galore onderweg naar Palcoyo
Alternatieve Rainbow Mountain

Niet elke reisdag gaat echter over rozen. Dat moge duidelijk zijn met mijn antibiotica, maar ook logistiek is het vaak een hoop geregel, en soms gaat het een beetje mis. Met ons pakketje onder de arm lopen we op zaterdag weer door de straten van Cusco om wéér voor een dichte deur te staan bij het postkantoor. REALLY? Dit keer hebben we te maken met Semana Santa: ‘Heilige Week’, ofwel Pasen. Vanaf woensdag zijn ze weer open, maar wij willen maandag naar Lima. Pff… Inmiddels hebben we de ruimte die we overhielden in onze tas na het maken van het pakketje weer opgevuld met nieuwe spullen (lamatruien en zo), dus dit is helemaal niet handig! Maar er zit niets anders op dan het maar mee te nemen naar Lima en daar op de post te doen. Mits we natuurlijk in Lima komen! Aangekomen bij het busstation wordt ons namelijk medegedeeld dat er hoogstwaarschijnlijk weer stakingen in het openbaar vervoer zullen zijn op maandag en dinsdag. REALLY? We vliegen op vrijdag vanuit Lima, dus zijn dit keer wel enigszins gebonden aan de dagen waarop we nog een 22 uur-durende bus met marge kunnen inplannen. Nou, we vervelen ons in ieder geval niet!

Een gedachte over “Tranquillo, Top, Testen & Touren

  1. Wat een avontuur weer,Hopelijk knap je snel weer op,en kunnen jullie zonder al te veel problemen jullie reis vervolgen. Groetjes en knuffels van ons.

    Like

Geef een reactie op carla Reactie annuleren