Nope, we moeten nog even wachten voor we naar Lima mogen gaan. De staking die aangekondigd was, gaat door en dus zitten we vast in Cusco. Beetje balen wel, want inmiddels zijn we hier wel uitgekeken en hadden we juist best wel zin om naar Lima te gaan. En naar zeeniveau! We zitten tenslotte al bijna 7 weken boven de 3000 meter en misschien zit het tussen onze oren, maar het doet wel iets met je. Maar, er is niks aan te doen, dus slenteren we de volgende dag door stakend Cusco, waar het centrum autovrij is, het gros van de restaurants en winkels dicht is en de toeristen met de ziel en portemonnee onder hun arm ronddwalen. Wel kunnen we nu gaan lunchen met Melissa die na Baños en de Galapagos ons ook in Cusco heeft getraceerd! Elk nadeel heb z’n voordeel.
Uiteindelijk krijgen we groen licht om op woensdag de bus naar Lima te pakken. Dat stelt ons ook in de gelegenheid toch ons pakketje op de post te doen! Hallelujah. Je kunt er maar vanaf zijn. Misschien zit er ook per ongeluk een extra lamatrui in.
Precies 24 uur later stappen we als twee opaatjes uit de bus. Hoe lekker je misschien ook slaapt, na zo lang zitten, is je lijf er toch een keertje klaar mee. Bovendien zat er een vervelende vent achter me die elke keer als hij naar de wc ging van ons eiste dat we onze stoel weer omhoog deden. JA HOI. Het is toch niet voor niks een 160 graden bedbus? En je hebt zat ruimte om eruit te gaan, viezerik (want hij liet ook nog scheetjes). Misschien hadden we hem het voordeel van de twijfel gegeven als hij niet tevens de hele nacht door vrij hard aan het ouwehoeren was geweest én ook nog eens als ontbijt iets van varkensvlees zat weg te werken. Yugh. Maar hey, we zijn er! In Lima schijnt de zon volop, we hebben een leuk hostel in de wijk Miraflores, waar zich het overgrote deel van de toeristen bevindt. Alles ziet er gezellig en modern uit. We vinden het erg jammer dat we hier nu maar één dag zijn, maar daar maken we dan maar wel het beste van! Dat betekent: sushi! Cheap als we zijn, zoeken we net zo lang tot we een all-you-can-eat vreetschuur hebben gevonden en ik eet 40 maki’s en Jona 50. Met buikpijn rollen we terug naar het hostel, en wie treffen we daar aan? Patricia! Die had ik écht nooit verwacht, dus des te leuk! Gedrieën besluiten we die avond naar die nieuwe Fantastic Beasts film te gaan. Mooie tijden!


Dan breekt de dag aan dat we voor het echie Peru gaan verlaten. Op naar… Panama! Het was niet helemaal gepland, maar in onze zoektocht naar vluchten naar de VS, vonden we een tijdje geleden een goedkope vlucht via Panama. Nou oké dan! Dan gaan we wel 6 dagen naar Panama! Het brengt wel weer de nodige administratie en papierhandel met zich mee, maar de tocht naar het noorden is officieel ingezet. Naar het vliegveld, inchecken, papieren, vliegen, bagage. Het gaat allemaal verrassend vlot en rond een uur of 19.30 uur staan we op het vliegveld van Panama City. In plaats van een dure taxi te nemen, besluiten we met de bus en metro te gaan. Iedereen die we tegenkomen is super behulpzaam en vriendelijk. Iemand geeft ons een gratis metrokaart en zodra we uit proberen te vogelen hoe dat ding werkt, heeft iemand anders ons al 5 dollar gegeven om op de kaart te zetten! HUH?! Wat is deze magie? En waar zit het addertje? Of hadden we gewoon nog wat karmapunten over? Gedurende de metrorit verdwijnt mijn scepsis en we genieten van de heerlijke verlichting die de airconditioning brengt in de bloedhitte van Panama. We waren even vergeten en/of hadden er niet helemaal bij stilgestaan dat dit land zich middenin de tropen bevindt, waarbij de lucht als een soort constante, broeierige deken om je heen geslagen is. Met onze backpack en vliegtuigkleding nog aan, lopen we even later door deze snikhete stad, op zoek naar ons hostel, welke spoorloos lijkt te zijn. We hebben geen wifi en de gedetailleerde routebeschrijving die ik had opgeslagen, brengt ons slechts bij een verlaten pand. Een treurige, afbladderende muurschildering is het enige teken dat het hier ooit misschien gezellig is geweest. Super raar, want de laatste reviews die ik had gelezen, waren nog niet zo oud. Is het ineens opgedoekt? Je hoort wel eens verhalen over hostels die je boekt, maar die dan eigenlijk niet (meer) bestaan. Daar is dan toch het addertje… We lopen nog een tijdje rondjes om het blok, vragen het aan 4 mensen, die ons alle 4 een verschillende kant opsturen en geven het dan op. Chagrijnig, zweterig en moe boeken we een bed in een ander hostel. De muren van de slaapzaal zijn eigenlijk gordijnen die de ruimte afschermen van de woonkamer en je moet heel stil in bed liggen om niet door het matras heen te zweten. Maar we liggen ergens en dat is fijn! Ik stuur een boos bericht naar het hostel dat niet bestaat en krijg even later terug dat ze zijn verhuisd en dat ze ons daarover hadden moeten inlichten. ZOU JE DENKEN? Duizendmaal sorry en de belofte van een teruggave van geld is vanavond nog even niet genoeg voor mij, maar morgen zal ik ze vergeven.

Als je in Panama bent, ga je natuurlijk naar het Panama kanaal! Het is één van de weinige activiteiten die we kunnen ondernemen in de korte tijd die we hebben, dus om 12.30 uur staan we braaf voor de ingang van het bezoekerscentrum. Ons was verteld dat we tussen 12.00 en 14.00 uur de meeste kans hadden om een schip door het kanaal te zien gaan, maar de mevrouw bij de balie verwittigt ons ervan dat we beter over een uur of twee terug kunnen komen. Nu is er niets te zien, tenzij we gewoon naar het kanaal willen staren voor $10. Dus pakken we de bus weer terug naar het grote station en hangen rond in het winkelcentrum dat ernaast gesitueerd is. Het lijkt wel alsof we al in Amerika zijn, want alles is hier ook groots en in veelvoud verkrijgbaar. Panama heeft als munteenheid de Balboa en aangezien deze gelijk staat aan de Amerikaanse dollar, kun je daar ook mee betalen hier. Zo is Panama eigenlijk voor ons de perfecte overgang van Zuid-Amerika naar de VS. Want man, wat gaan we weer moeten wennen aan die prijzen. Bah.
Zoals gezegd komen we twee uur later weer aan bij het bezoekerscentrum en moeten tot onze verontwaardiging achter aansluiten in een enorme rij mensen. Blijkbaar wisten deze personen allemaal wél dat er geen schip zou zijn tussen 12.00 en 14.00 uur en is het nu spitsuur. Gelukkig loopt er allemaal best snel door en na een verplicht rondje door de kanaal-tentoonstelling binnen, komen we uit op het hete en drukke terras met uitzicht op een gigantisch schip dat klaar ligt om het kanaal door te gaan en daarmee een rondje om Zuid-Amerika heen te besparen. Erg indrukwekkend om te zien! Tenminste, de eerste 20 minuten. Het gaat allemaal tergend langzaam en met een grote groep toeristen op elkaar geplakt wachten we (on)geduldig af tot de sluisdeuren opengaan richting de Stille Oceaan. Want dat is het natuurlijk gewoon hè: een grote sluis.




En daarmee zit onze tijd in Panama-City er alweer bijna op, want vanavond pakken we de 12 uur durende nachtbus naar Almirante, vanaf waar we een boot naar Bocas del Toro nemen. Het is allemaal een flinke onderneming, maar na grondig onderzoek te hebben gedaan, hebben we besloten daar onze korte tijd in Panama door te brengen. Qua planning gaat het allemaal nog niet zo soepel: ik heb mijn avondeten al op, maar Jona’s bestelling komt maar niet door, waardoor hij uiteindelijk een doggy bag mee de bus in neemt. Heel gebruikelijk in Zuid-Amerika, maar hier in Panama wordt hij ineens streng toegesproken en hem verteld dat hij geen eten mag meenemen in de bus. Arme jongen moet buiten de bus zijn stukken kip naar binnen proppen voor we wegrijden. Ook is deze nachtbus helemaaaal niet wat we inmiddels gewend (verwend) zijn van Peru, en zelfs van Bolivia. Het is geen dubbeldekker en de stoelen kunnen een beetje naar achteren, maar wat erger is, is dat ze te pas en te onpas de bus stilzetten, de lichten aandoen en iedereen eruit bonjouren. Zo zitten we na 4 uur te hebben gereden ineens om kwart voor 12 bij een tl-verlicht buffet restaurant waar we geacht worden ons avondmaal te eten. Ik lag toch allang te slapen, vriend?! En Jona had natuurlijk zijn eten naar binnen zitten stouwen omdat we geen idee hadden dat we nog ergens zouden stoppen. Dus zitten we daar als twee zombies, toe te kijken hoe de rest van de bus tegen wil en dank een bord rijst met vlees wegwerkt. Ik heb gelukkig mijn oordoppen en oogmasker bij me, waardoor ik ondanks de barre tocht (met nog een keer stoppen om 3 uur ‘s nachts) toch wel lekker slaap, in tegenstelling tot Jona.

Bocas del Toro bereikt men met de boot en dus stappen we even later met een slaperig groepje toeristen in een overvol exemplaar. Alle locals om ons heen lijken chagrijnig of boos te zijn dat ze naar het paradijs onderweg zijn. Want dat zou Bocas moeten zijn: paradijselijke eilanden, badend in de Caribische zon. Bij aankomst kan ik dat ook zeker niet ontkennen. Hoewel de straten van asfalt zijn en niet van zand, heerst er toch een ‘island life’-sfeer. Na het moderne Panama-City vroeg ik me oprecht af of ik het Midden-Amerika van 4 jaar geleden nog zou herkennen, maar hier in Bocas brengt het me zeker weer terug naar Nicaragua. Van alle kanten worden we al aangevallen met tours, maar we willen gewoon eerst heel graag naar ons hostel. Het is alweer 1000 graden en met onze hele backpack op, valt het al gauw onder het kopje ‘niet te harden’. We kunnen nog niet inchecken, maar genieten wel even van het eerste momentje rust in 3 dagen. En ook van de gratis make-them-yourself pannenkoeken. Echt van die dikke Amerikaanse. Mmm. Na een paar uur voor pampus, smeltend van de hitte in de gemeenschappelijke ruimte van het hostel, mogen we naar onze kamer. Hoera! We hebben airco! Douchen, dutje en we zijn weer helemaal het baasje. Behalve dat zich een ware tragedie afspeelt: m’n teenslippers zijn precies vandaag kapot gegaan… In het dorp boekt Jona twee duiken voor morgen en ik plan een heerlijk dagje op het terras aan het water, met een Happy Hour, als het even kan. Bij het ontbijt (pancake heaven) is het echter erg gezellig met de andere hostelbewoners en samen met de Britse Katie besluit ik naar Starfish Beach te gaan. Het is een heerlijke dag, niet zo bloedverziekend als gisteren, en het strand is idyllisch. We zien niet alleen zeesterren, zoals de naam doet vermoeden, maar ook nog 2 luiaards in de bomen! Na de initiële blijdschap die ik voelde bij het zien van de meest luie dieren, komt het besef dat dit misschien ook wel de saaiste dieren zijn. Het is op zich gewoon een grijze pluizenbal in een boom die vooral veel niks doet. Maar toch heel cool! Daarna eet ik op een terras kreeft! En verser kan niet, want hij wordt zo voor m’n neus uit de kooi in het water gehaald. Hypocriet als ik ben, vind ik dat toch wel een ding.







Jona had ook een leuke duikdag gehad, behalve dat hij natuurlijk ontzettend is verwend (verpest) door al het pracht op Galapagos, en het hier toch stiekem wat tegenviel. Niet alleen was het water een beetje troebel, het was ook erg hard gaan regenen, waarbij de golven in de boot sloegen. Bij één specifieke golf ging zelfs een vat benzine om en vielen de voor de lunch gesneden stukjes ananas in het water- en benzineballet. Alle duikers moesten helpen hozen om de boot drijvende te houden. Als de onderwater wereld hier niet gedenkwaardig was voor hem, dan wel deze boottocht! Manmanman.
Want jawel, lieve mensen, we hebben het gepresteerd om wéér een regenseizoen op te zoeken. Net nu in Peru het droogseizoen is geopend, zijn wij verkast naar de Panamese jungle. Onze boottour de volgende dag begint dan ook met regen. Het dakje dat boven de boot hangt is ook wel een beetje te verwaarlozen als we over het water racen, maar het is allemaal oké, want we zien een dolfijn. In de baai die we bezoeken zou eigenlijk een hele school (Groep? Kudde? Roedel?) te vinden zijn, maar slechts één dolfijn voelde zich op deze druilerige ochtend geroepen de toeristen te entertainen. Snap ik wel. Door naar de volgende halte: een (gelukkig) zonovergoten onbewoond bountyeiland! Hier worden we gedropt voor 2 uur en kun je rondlopen of op het strand liggen of zwemmen, en verder niks. Voor deze ene keer zijn wij niet het slechtst geïnformeerd van onze groep, want de meesten staan beduusd te kijken en vragen zich af wat ze hier moeten doen. En of de boot, die ons net heeft afgezet, wel weer terugkomt. Spoiler: jazeker. Op de terugweg varen we nog even langs Hollywood Beach, wat geen strand is, maar waar wel veel zeesterren te zien zijn vanuit de boot. Goeie naam wel! De bestuurder van de boot zou zichzelf misschien wel een tourgids noemen, maar ik doe het niet. Hij kijkt de hele dag chagrijnig en vertelt precies niks over de plekken die we bezoeken. Het was meer een transport dan een tour. Met onze, voornamelijk Nederlandse, groep hebben we het gelukkig wel heel erg gezellig. Ik moet zeggen dat dat echt niet altijd het geval is als je Medelanders tegenkomt op reis. Pas op reis besef je namelijk hoeveel wij als volk van reizen houden, want je ziet ons OVERAL. In de hostels kijken mensen er ook echt niet van op als je zegt dat je uit Nederland komt, zelfs niet in een klein Boliviaans dorpje. Meestal als we een landgenoot zien, maken we best wel een gezellig praatje, maar blijft het vaak oppervlakkig. Waar andere volkeren helemaal lyrisch worden als ze elkaar tegenkomen, of elkaar zelfs opzoeken via reisfora, heb ik de ervaring dat Nederlanders juist een beetje dat ‘speciale’ reisgevoel willen houden en liever met andere nationaliteiten optrekken. Onder het mom van ‘anders had ik ook thuis kunnen blijven’. Dat gezegd hebbende, is het de volgende dag Koningsdag, en dan zijn we natuurlijk zo nationalistisch als maar kan. En erg gezellig! Ik had me graag in het feestgedruis op dit tropische eiland gemengd, ware het niet dat wij vanmiddag alweer weg moeten! Manmanman… Ik denk niet dat ik nog een keer een 6-daagse overstap ergens boek. Tenminste, niet als je zoveel wilt doen, want we hadden hier priiiiima een maand kunnen spenderen. Ach ja, nieuwe avonturen staan te wachten!




We zijn ‘s ochtends nog wel even naar een ander eiland gegaan met de boot, want Jona wilde toch ook wel heel graag een luiaard zien. Dus wij op jacht op Isla Carenero, dat tegenover Bocas ligt. Weer erg mooi en tropisch met palmbomen die over het water hangen en kokosnoten die gevaarlijk boven je hoofd bengelen. Maar geen luiaard. Helaas. ‘Gelukkig heb ik m’n eigen luiaard’, zegt Jona. HA HA HA.
Tijd om te gaan! Met de boot, taxi en nachtbus weer terug naar Panama-City. Ik weet niet wat het probleem precies is, maar we slapen beide voor geen meter vannacht. Of we nu is dat we meer hobbelen, vaker abrupt remmen, het licht vaker aangaat of dat onze vervelende achterburen niet willen dat we te ver onze stoel naar achteren gooien. Ik weet het niet, maar ik weet wel dat het ook niet helpt dat we al om 5.15 uur aankomen op het busstation in Panama-City. DAT IS WEL WEER ERG VROEG. Omdat we nog nergens terecht kunnen, doen we nog maar even een dutje (of spelen Candy Crush) in de wachtruimte op het busstation. Daarna is het tijd voor onze antigeen test, want oh ja, Covid. Gelukkig worden we binnen een uur na de test allebei negatief verklaard en mogen we dus officieel naar Amerika! Hoezee! Tenminste, dat hopen we dan maar weer. Je weet het nooit met de VS en al hun regeltjes. Bewijsstuk A: voor we de incheckbalie bereiken worden we al tegengehouden door de bureaucratie. We moeten nog de gezondheidscheck, die op geen enkele website of reisapp genoemd werd, invullen. Zucht. Snel maar weer op de discutabele wifi van het vliegveld, om erachter te komen dat de mobiele site niet goed werkt en we niet alle velden in kunnen vullen. Inmiddels moeten we echt opschieten en staan we alsnog te stressen, ook al dachten we nog wel zo goed te zijn voorbereid. Jona pakt uiteindelijk zijn laptopje er maar bij en daarop lukt het om de gezondheidscheck voor ons beiden te regelen. Fjuuuw. Bij de balie verloopt alles verder wel goed en de man vergeet zelfs bijna te vragen of we gevaccineerd zijn en of we een antigeentest hebben gedaan. Het lijkt inmiddels allemaal maar een soort checklist te zijn die ze afgaan; de urgentie van het testen is duidelijk niet meer wat het is geweest. Na een prima vlucht van 7 uur, landen we in het beloofde land en openen we officieel het Noord-Amerikaanse deel van onze reis. Bij de douane staat zoals ik inmiddels gewend ben van de VS een enorme rij die maar langzaam voortbeweegt. Ik vind het weer enigszins spannend, want we hebben geen vlucht uit het land, alleen voor onze eerste twee nachten een hostel geboekt en daarna een vrij basaal plan. Straks moeten we weer on-the-spot iets boeken… Maar we hebben een aardige douanier en binnen recordtijd staat er een nieuwe stempel in ons paspoort. Ook de tassen liggen al te draaien op de bagageband, dus tot dusver gaat alles verrassend soepel. De laatste horde is echter de hoogste: omdat het na middennacht is en ons hostel zich aan de andere kant van het gigantische Los Angeles bevindt, is het natuurlijk onbetaalbaar om daar te komen. $93 met Uber, om precies te zijn. Hallo zeg. Dat kunnen wij toch helemaal niet aan?! Een tijdje zoeken we verwoed naar alternatieven, maar de metro is al dicht en als we met de bus gaan zouden we er pas om 4 uur zijn. Dan hadden we net zo goed geen hostel kunnen boeken en een nacht op het vliegveld slapen (wat ik op zich ook niemand aanraad). Uiteindelijk kunnen we een shuttlebusje pakken naar een taxistandplaats en vinden we een middenweg in de vorm van een taxi voor $55. Niet de beste budgettaire start van ons avontuur hier, maar we zijn er. Eerder vandaag heb ik een sms ontvangen met allerlei toegangscodes voor de voordeur en slaapkamer van het hostel, dus we kunnen zo eenvoudig contactloos inchecken. Op hun website claimen ze dat dit vanwege Covid is, maar volgens mij vinden ze het nu gewoon wel relaxed. Op wat schoonmakers na heb ik namelijk geen enkel staff member gezien.
Maar goed! Ik loop een beetje achter met al mijn verhalen, dus ik vervolg ons avontuur in de volgende blog!

Wow wat een belevenissen weer! We blijven jullie volgen! Have a great time en stay safe! 🍀kusss😘
LikeLike
Hallo lieverds,wat een verhaal weer,hoorde van je moeder dat jullie nu gaan lopen,s6 en we horen weer van jullie Knuffels van ons.
LikeLike