Verenigde Staten

Kindje, Kwibus, Kamperen, Kolossaal & Kapot

Aaaahh, Los Angeles, the City of Angels, La La Land. Daar waar dromen uitkomen of in de kiem worden gesmoord. Het is alweer 8 jaar geleden dat ik hier voor het laatst was en hoewel ik toen al wist dat lang niet alle delen van LA zo magisch zijn als dat ze worden geportretteerd in de films, was ik destijds nog wel ietsje optimistischer. Of naïever, ‘t is maar hoe je het bekijkt. Dit keer ben ik me wel degelijk bewust van alle positieve én negatieve aspecten. Eén van de meest positieve kanten is dat het altijd lekker weer is. Niet te koud (zoals op onze bergavonturen in Zuid-Amerika) en ook niet te heet (zoals in Panama), maar precies goed (we snappen het, Goudlokje). Verder ben ik erg fan van het feit dat alles hier in de VS voorhanden is; je kunt álles kopen en álles eten wat je hartje maar begeert. Keerzijde daarvan is dat álles duurder is dan we inmiddels gewend zijn. Bovendien heb je ook geen idee wat je precies ergens voor moet betalen, want ze includeren de belasting niet op de prijskaartjes én in de horeca/dienstverlening mag je er ook nog 15% fooi bovenop rekenen. 10% is echt voor de karige kneuzen en 20% wordt gewaardeerd. Tuurlijk joh. Ook is alles hier groter en uitgestrekter en is het openbaar vervoer op z’n zachts gezegd een uitdaging. Er gaan wel bussen en er is een metro die je naar vrijwel alle regio’s van de stad brengt, mits je daar de tijd voor wilt nemen. Een 20 minuten durende autorit kan zo maar 2,5 uur met het openbaar vervoer zijn. Maar hey, we zijn op budget, dus pakken we lekker de metro!

Want hoewel we niet al te lang in LA willen blijven, staat er één activiteit heel hoog op mijn lijstje: de Warner Brothers Studio Tour! Toen ik hier 9 jaar geleden was, ben ik naar Universal Studios gegaan, wat tevens een pretpark is en waar je een uur op een golfkarretje langs de studios en sets wordt gereden. Meeega leuk en hoewel ik niet meer in de filmwereld actief ben, kan zo’n tour me weer ontzettend enthousiast maken. Dit keer dus WB! Als een klein kindje sta ik met mijn kaartje in m’n hand te wachten tot we naar binnen mogen. Alles is erg gestroomlijnd en iedereen is super vriendelijk. We hoeven ook geen mondkapjes meer op (niet verplicht als je gevaccineerd bent, hoera!), dus dat is erg fijn! De eerste ruimte is een soort expositie waar we de geschiedenis van Warner Brothers kunnen lezen. Normaal ben ik niet zo goed in musea, maar dit keer slurp ik alles op als een spons. Super interessant! Daarna worden we voorgesteld aan onze tourgids, Michelle. Zij laadt ons met zo’n 10 anderen op een grote golfkar en terwijl ze vertelt, rijden we over de studio lot. Dit zijn eigenlijk gewoon straten met neppe huizen en gebouwen die verschillende steden moeten voorstellen. De gebouwen kunnen zo aangekleed worden als de productie verlangt en sommige straten zijn nu afgezet omdat er wordt gefilmd. Michelle vertelt welke producties hebben plaatsgevonden op welke plekken en ik vind het echt fantastisch. Jona heeft inmiddels mijn enthousiasme overgenomen en gaat ook helemaal op in de tour.

De golfkar-tour duurt een uur en brengt ons ook naar een echte studio set, waar op andere dagen een sitcom wordt opgenomen. Heul vet! Daarna worden we gedropt bij de indoor studio tour, waar we attributen en sets kunnen bewonderen van producties die we allemaal kennen. Warner Brothers is namelijk de producent van Friends, The Big Bang Theory, Harry Potter, Gilmore Girls, LOTR en The Hobbit, Batman, Pretty Little Liars, The Looney Tunes, The Vampire Diaries en noem het maar op. Dus natuuuurlijk gaan wij even zitten op de échte Central Perk bank van Friends en heb ik even op Penny’s deur geklopt als zijnde Sheldon (‘klop klop klop, PENNY’). Ook mag ik even vliegen op een bezem voor een green screen en gaat Jona op Batmans motor. ZO LEUK. Ik voel me echt weer een kind hier.

In Sheldon’s spot!
Optische illusie: hobbit vs tovenaar
M’n brief is eindelijk gekomen!

Na mezelf ervan te hebben verzekerd dat ik géén toverstaf of Huffelpuf kostuum uit de giftshop nodig heb, verlaten we de studios. Ik kan het iedereen aanraden om in LA naar een studio te gaan! Volgende keer misschien naar de Disney studios?

Omdat Jona nog nooit in LA is geweest, gaan we ook nog even naar Hollywood. We zijn er nu toch. Ondanks de naam, de faam en de sterren op de Walk of Fame, is Hollywood echt een beetje een gorige bende. In mijn herinnering stonk het er naar zwervers, wiet en pis. En dat is nog steeds het geval, behalve dat de wietgeur nu overheerst omdat het sinds de vorige keer dat ik er was, gelegaliseerd is. Bluh. Dus we lopen even heen en weer, herkennen wat namen op sterren en handafdrukken en ik eet een pizza slice bij Joe’s Pizza, waar ik 8 jaar geleden een week lang vaste klant was samen met mijn hostelbuddies. Toen vond ik de pizza hemels, maar dat kan ook te maken hebben met alle Corona’s die we toen dronken. Nu smaakt hij wat droog. Toch een leuke herinnering!

Om de dag af te sluiten (LA in a day) pakken we de metro naar Santa Monica Beach voor de zonsondergang. We halen het nét aan, want de metro doet er tergend lang over. Daarna lopen we een beetje over de pier met de permanente kermis. Het is ineens fris zonder de zon, maar toch leuk om hier weer te zijn geweest. Dit is wel mijn favoriete deel van LA: strand, zon, leuk winkelen, lekker eten, geen gekkies. Want oh, die gekkies… Bereid je voor op een korte uiteenzetting.

Ik snap heel goed waarom hier zoveel creatievelingen wonen, want de inspiratie vind je gewoon op straat. Naast de daklozen die zonder pardon vragen om geld zodat ze meer drugs kunnen kopen (‘I need money for drugs’), heb je ook degenen die al laveloos over straat banjeren, zich absoluut niet bewust van de wereld om hen heen. Terwijl we voor een stoplicht wachten, kijken we toe hoe een man op z’n benen zwengelt en zo de weg op loopt. Het getoeter van auto’s lijkt maar nauwelijks tot hem door te dringen, maar gelukkig blijft hij op één weghelft. Manmanman. En dan heb je nog de straatschreeuwers. Ze roepen iets in het wildeweg over religie of communisme of ‘the youth’, sommigen in hun blote bast en ze doen het met zoveel overgave en vuur dat ik het liefst heel snel bij ze weg wil rennen. Deze heb je ook in de metro overigens, de prekers. Eén man zit zoveel uit te kramen tegen iedereen die hem wil aanhoren (of die te dichtbij zit om hem te negeren), terwijl hij met zijn 1L hersluitbare zakje wiet rondzwaait. Een ander zit doodleuk te roken in de metro, waarbij de machinist tot 2x toe om moet roepen dat hij daarmee moet stoppen. Er is geen conducteur die de boel controleert. Dat zou ik ook niet durven. Een kwart van de metrogangers is bovendien dakloos (en/of doucht nooit) en spendeert de dag slapend in het voertuig. Een vrouwtje met 4 grote plastic tassen en een odeur van heb-ik-jou-daar gaat vlak achter me zitten op een ritje van een halfuur. Eigenlijk draag ik geen mondkapjes meer, maar dit keer komt het goed van pas.

Ook heb je nog de mensen die normaal lijken, maar het ineens niet blijken te zijn. Zo zit er op een kort ritje een zakenman achter ons in de metro. We knikken even naar hem als we gaan zitten en hij knikt kordaat terug. Als we een paar haltes later uitstappen, zien we dat hij met zijn ogen op half 9 op zijn duim zit te zuigen. Meen je dit, dude?

Terug in het hostel eten we wat en gaan op tijd naar bed. Ik heb een paar dagen zo belabberd geslapen (in bussen en zo) dat ik er niet meer gezellig van word. Het hostel is meer een soort huis waar volgens mij mensen wonen die wel een serieuze baan hebben, maar niet genoeg geld hebben voor een huis in LA. En ook hier zitten er weer een paar rare kwibussen tussen. Op onze laatste ochtend om 9.00 uur zitten Jona en ik rustig te ontbijten, wanneer een bewoner beneden komt in zijn nette pak. Hij begint zijn eten op te warmen en zegt dan: ‘I’m starving, I haven’t eaten all day’. Nee… ik ook niet, vriend, want het is 9.00 uur? Na het ontbijt verdwijnt hij weer even naar zijn kamer en komt terug met een gigantische koffer. Tegen niemand in het bijzonder zegt hij: ‘Okay, I’m going now. Maybe later we can have a party. I’m going to do laundry’. Zonder op een reactie te wachten, loopt hij de deur uit. Ik moet hier wel om lachen. Hij was duidelijk door zijn schone kleding heen, waardoor hij zijn pak aan had. Ook ben ik wel blij dat wij zo vertrekken en we niet met hem hoeven te partyen.

Het is alweer tijd om LA te verlaten, en wel met onze eigenste auto! Vanaf ons hostel in Koreatown hebben we 2,5 uur nodig om bij het Long Beach Airport te komen, waar het verhuurbedrijf zit. Terwijl we op de laatste bus wachten, worden we nog even toegeschreeuwd door een vrouw met een pruik die scheef op haar hoofd zit, als een soort vogelnest. Ze heeft zo te zien al haar bezittingen in het bushokje staan, dus ik neem aan dat ze daar voor langere tijd gesitueerd is. De vrouw begint een volledige schreeuw-monoloog over mensen die we niet kennen en plaatsen waar we niet zijn geweest en pas na een paar minuten besef ik dat ze het niet tegen ons specifiek heeft, maar tegen de wereld. Ik zou soms wel willen weten wat haar verhaal is, of wat zo iemand heeft meegemaakt, maar ze kijkt zo boos, dat ik het niet durf te vragen. Ook denk ik dat ze zo high als een papegaai is, dus dat ik toch niet echt een antwoord zou krijgen.

Je kunt je voorstellen hoe blij we zijn dat we in onze eigen auto zitten en weg kunnen uit LA. Ik vraag me af of het erger is geworden met de gekkies, of dat ik de vorige keren gewoon een soort roze bril op had en het niet zag. In ieder geval heb ik alweer stof voor een volledige boektrilogie na slechts 1,5 dag in LA. Bij het verhuurbedrijf mogen we kiezen tussen een rode Mustang en een witte Toyota. Verstand wint het van de impuls en we kiezen toch maar voor de zuinigere Toyota Camry. We gaan toch heel wat kilometers afleggen ermee, dus dan maar iets minder flitsend. Op naar de woestijn! Eerlijkheid biedt te zeggen dat we nog eigenlijk geen plan hebben voor de komende 11 dagen, behalve dat we de auto daarna weer in zullen leveren in Las Vegas. In de tussentijd willen we graag naar wat nationale parken om daar te kamperen en te hiken. De auto was weer schandalig aan de prijs, omdat je voor de basis verzekering niet eens een lekke band verzekerd krijgt. Dus full coverage graag, dank u wel. Even gehuild van binnen en toen de weg op. Onze eerste stop is de Walmart, een soort Franse supermarché, maar dan Amerikaans. Ze hebben ALLES en wij hebben eten nodig voor de komende 5 dagen, dus spenderen we zo’n 1,5 uur in deze winkel. As you do. Bepakt en bezakt gaan we pas rond 17.00 uur weg uit LA, zonder slaapplek of plan.

Twee uur later zijn we in de middle of nowhere aangekomen en moeten we toch ergens gaan overnachten. We rijden langs een paar dichte campings en zien er dan één waar je wel binnen kunt lopen, maar waarvan de receptie dicht is. We lopen langs een vijver met eenden over de stoffige camping waar eekhoorns en chipmunks holletjes in de grond hebben gegraven en over en weer rennen. Ik wil hier natuurlijk heel graag kamperen, dat begrijp je. Omdat we geen Amerikaanse simkaart hebben, kunnen we niet bellen naar de eigenaren, dus vragen we aan wat campinggasten of ze denken dat we hier kunnen slapen. Een groep middelbare mensen staat zeer Amerikaans worstjes te grillen op de barbecue en gezellig biertjes weg te tikken. Ze vinden het hi-la-risch dat we uit Nederland komen en nu hier in Hesperia (blijkbaar) zijn gestrand. Nou, mevrouw, ik lach me ook dood! Ze zijn wel heel erg aardig en geven ons de code van het hek zodat we met de auto binnen kunnen rijden en de tent op kunnen zetten. Dan kunnen we morgen wel betalen. Oh, als we maar niet zeggen dat zij de code hebben gegeven. Helemaal goed! Wij zijn al lang blij dat we ergens terecht kunnen en niet in de auto hoeven te slapen langs de kant van de weg. En er zijn dus eekhoorns en eenden! Gezellig!

De volgende dag zeggen we met een stalen gezicht dat het hek open had gestaan en dat we hoopten dat het oké was dat we zo na sluitingstijd binnen waren gekomen. De mevrouw achter de balie kijkt geschrokken en bedankt ons dan dat we niet zonder betalen weg zijn gegaan. Het hek in kwestie zal waarschijnlijk een controle en mogelijk een niet noodzakelijke reparatie ondergaan, maar dan zijn wij gelukkig al weg. Oeps. Sorry, maar er was genoeg plek en we moesten toch iets! We nemen ons voor dat we het vanavond beter gaan regelen.

Na een flinke rit zijn we inmiddels Vegas gepasseerd, hebben even de plaatselijke outdoorwinkel leeg gekocht en zijn nu onderweg naar Zion National Park. Opnieuw is het aan de late kant als we op zoek gaan naar een slaapplek. Dit keer gebruiken we de app iOverlander, waarop campings staan aangegeven, maar ook plekken waar je in het wild kunt kamperen. Gratis klinkt ons goed in de oren, dus besluiten we dit eens te proberen. Zodoende komen we terecht op een stuk woestijngrond bij Littlefield in de buurt. Nee, daar hoef je niet van gehoord te hebben, want er is precies niks. Als je vanaf de grote weg een off road zijweggetje neemt en een tijdje doorhobbelt, kom je bij de iOverlander plek aan. Een aantal flinke campers staan hier geparkeerd en wij gaan lekker ons tentje opzetten. Het is wel één grote stenenbende, dus het valt niet helemaal mee, maar potdikke, wat staan we mooi! De zon is ondertussen aan z’n daling begonnen en de lucht om ons heen kleurt prachtig roodroze. Een man, die duidelijk om een praatje verlegen zit, komt naar ons toe. Hij heeft een hond bij zich in een service vestje. ‘Eigenlijk is het geen service hond,’ legt hij uit. ‘Maar z’n moeder is aan de meth en met z’n vader mocht hij niet mee in het senior centrum. Daar mogen alleen service dogs naar binnen, dus nu ben ik hem aan het trainen als service dog’. Bedankt voor dit, vreemdeling, aan wie wij niks hebben gevraagd. Sowieso vind ik het moeilijk als mensen zichzelf vader noemen van een huisdier, maar dat is natuurlijk niet het verontrustende gedeelte van zijn verhaal. Maar het was wel een leuke hond.

Inpakken en op naar Zion! Ineens, middenin de woestijn, duiken daar enorme rotswanden op en zijn er ineens weer groene bomen! Het is heel erg druk in Zion, maar alles is supergoed geregeld en met een shuttlebusje worden we door de hele canyon gebracht. Je mag uitstappen waar je wilt en op elk punten zijn er verschillende hikes te doen. De eerste dag lopen we de Kayenta trail en aansluitend gaan we naar de Emerald pools. Daarna doen we nog de Watchmen trail, in de ineens bloedhete zon. Niet de moeilijkste trails, maar wel erg mooi! Echt fijn om weer even in de natuur te zijn, ook al is het met honderden Amerikanen. We besluiten morgen nog een dag hier terug te komen, maar omdat alle campings volgeboekt zijn, zoeken we weer een iOverlander op, ietsje buiten het park. WAUW! Wat een prachtige plek! Overal om ons kampeerplekje heen zien we rotswanden en delen van andere canyons. Zelfs nadat onze buur-overlander ons ervan verwittigd dat er slangen zitten, raken we maar niet uitgekeken op ons plekje.

Dat blije gevoel houdt aan tot 22.00 uur. De wind is ineens flink aangewakkerd en komt letterlijk met vlagen. Keiharde vlagen, en om 22.00 uur stort onze tent in en moeten we onze haringen opnieuw in de grond steken. De rest van de nacht worden we van elk vlaagje wakker en houden onze adem in dat we niet met tent en al de lucht in gaan. Het gekke is dat je de windvlagen in de woestijn hoort aankomen, de impact afwachtend en daarna is het weer windstil. Heel bizar.

Enigszins brak komen we die ochtend Zion weer binnen. Vandaag gaan we voor een langere tocht over de West Rim trail. Op dat soort lange trails weet je in ieder geval dat je alle bierbuiken en kleine kinderen achter je laat en de rust in trekt. Kolossale muren vormen zich om ons heen en voor we het weten, lopen we in de machtige Great Outdoors. Supermooi! Daarna besluiten we nog even de shuttle door de canyon te nemen tot The Narrows, een rivier die de klif inloopt. Bij terugkomst op het parkeerterrein staat ons echter een minder leuke verrassing te wachten: de auto start niet meer! HALLO! Dat was niet de afspraak. Gelukkig heeft ongeveer iedereen om ons heen een dikke bak en/of 4×4, dus de eerste persoon die we het vragen, komt ons redden met een jumpstart-kabel.

Uit angst dat we ergens in de woestijn staan met een auto die weer niet start, rijden we die middag gelijk door naar het volgende national park: Bryce Canyon. Daar kamperen we maar in het park zelf op de camping. Dan is er in ieder geval altijd iemand die ons kan helpen, mocht het nodig zijn. Op het eerste gezicht lijkt het alsof we ons in een bos bevinden. Een soort Veluwe, vind ik. Nog niet per se de titel ‘national park’ waardig, in Amerikaanse termen dan. Zodra we de volgende dag een trail gaan opzoeken, vallen onze monden dan ook open. WOOOW! Bryce is zooo mooi! Een bizar vergezicht vult zich met zogenoemde hoodoo’s, stenen pilaren die gevormd zijn door de elementen en de tijd. Na al het moois en bijzonders dat we al in Zuid-Amerika hebben gezien, is het fijn om te merken dat we nog steeds verbluft kunnen worden door nieuwe landschappen. Want, wow. Wat gaaf!

Later die dag regelen we een permit voor ‘backcountry camping’. Dit houdt in dat we de Bryce Wilderness in gaan, daar kamperen en morgen weer teruglopen. Tent mee, backpack op de rug… en een bear canister (een soort onbreekbare ton)! Want blijkbaar zijn er zwarte beren te vinden in de backcountry. Dat maakt alles toch even 10 keer spannender. Tijdens onze hike zitten we elkaar al lekker bang te maken en in de tent klinkt alles meteen als voetstappen, ook al zit al ons eten dus netjes in de ton 100 meter verderop. Ook ‘s nachts heb ik ‘als je van beren leren kan’ in m’n hoofd, wat niet helpt. We hebben natuurlijk geen beer gezien op onze hele tocht, dat snap je.

Nee hè! De auto start weer niet! Op weg naar de trailhead van ons kampeeruitje ging alles nog goed, maar vanochtend is het weer een hoop gepruttel, maar weinig actie. Opnieuw worden we uit de brand geholpen door een vriendelijke Amerikaan met startkabels, maar we moeten er nu toch aan geloven en melding gaan maken bij het verhuurbedrijf. 5 telefoontjes, 7 verschillende mensen, 11 uur en 85 euro aan belkosten verder, komt daar eindelijk Ronnie aanrijden, met sleepwagen en daarop onze nieuwe bak. Manmanman, wat een gedoe! Maar goed, we hebben een nieuwe auto! We gaan vandaag nog één hike doen in Bryce en dan de proef op de som stellen voor onze nieuwe Toyota Sienna.

Spoiler: gelukkig gaat het dit keer allemaal goed! De rest van ons roadtrip avontuur lees je in m’n volgende blog!

Een gedachte over “Kindje, Kwibus, Kamperen, Kolossaal & Kapot

  1. Wow Wow Wow wat een blog! En jullie zijn nog niet eens op de helft! Met heel veel interesse weer in één adem gelezen. Keep making memories and stay safe! x van ons 😉

    Like

Geef een reactie op Tantie Reactie annuleren