Verenigde Staten

Hitte, helden, helikopter & helling

Na maandenlang inlezen, filmpjes kijken en mentale voorbereiding, is het dan eindelijk zo ver: we gaan de Pacific Crest Trail op! Zoals gezegd loopt deze officieel vanaf de Mexicaanse grens tot de Canadese grens, dwars door de staten California, Oregon en Washington. De meeste mensen (die het halen) doen er zo’n 5-6 maanden over om in Canada te komen (of in Mexico, als je van noord naar zuid loopt). Met ons toeristenvisum worden wij na 90 dagen alweer uit de VS gekickt, dus het was nooit ons plan om het hele eind te lopen. Zeker het begin klinkt echt verschrikkelijk: 1100 km door de woestijn met soms dagenlang geen betrouwbare waterbron (en dus een heel zware tas met extra water om te koken en te overleven). Jona gaat al in vlammen op tijdens de Nederlandse zomer en mijn tas is zwaar zat, dus de beslissing om dat deel van de PCT over te slaan, is eenvoudig gemaakt. Het is echter niet zo gemakkelijk om ergens lukraak te beginnen. Na de woestijn kom je in de Sierras terecht: het hooggebergte in California dat loopt door de mooiste natuur en/of nationale parken zoals Sequioa, Kingman, Yosemite en Tahoe. Hier ligt in april echter nog best veel sneeuw, wat de hoge bergpasses die je over moet, gevaarlijk kan maken. Maar als je te laat gaat en alle sneeuw is gesmolten, kan dit resulteren in rivieren met hoog water die je over moet steken. Lastig en elk jaar weer anders! Dit jaar is het droger dan gemiddeld, waardoor veel van de bergpasses al eerder sneeuwvrij zijn. Dat betekent wel dat beekjes en stroompjes die normaal gesproken een waterbron vormen, dit jaar droog liggen. Nou ja, we gaan het maar gewoon meemaken!

Afgezet bij Walker Pass lopen we eerst een heel stuk omhoog. Wie dacht dat de woestijn alleen maar vlak is, raad ik aan even hierheen te komen en het te ervaren. MANMANMAN. Onze tassen zijn goed zwaar, want we hebben al gezien dat er voorlopig geen betrouwbare waterbron te vinden is, dus dragen we onze maximale capaciteit bij ons: 3,5 liter per persoon. Ook hebben we dus de bear canister al, die officieel pas over 80 km verplicht wordt gesteld (geen beer die hier wil zijn in deze hitte), maar die we toch maar al met ons meedragen. Binnen een mum van tijd zijn we doorweekt van het zweet en hebben onze benen een hardnekkig laagje stof verzameld. Na een kilometer of 14 omhoog en omlaag door de droogte, vind ik het mooi geweest voor vandaag en we zetten onze tent op naast een ouder stel uit Belize. Zij zijn aan het “cowboy campen”, wat zo veel betekent als zonder tent kamperen. Alleen op een matje dus. Ik denk dan aan kou, schorpioenen en slangen, maar zij doen niet anders sinds ze begonnen zijn in Mexico. Waarom ze nog een tent meesjouwen, is mij een raadsel.

Hoewel het heerlijk is afgekoeld ‘s avonds, plakken onze benen als vliegenstrippen aan elkaar die nacht in de slaapzakken. Al het zweet en zout en stof zorgt voor een vreselijk mengsel op de huid, resulterend in slecht slapen. Maar de volgende dag moeten we toch weer verder, want zo werkt dat hier. Ontbijtje, tent inpakken en weer gaan lopen. Ik vind het toch een partij heftig. En dan vooral de tas. In Zuid-Amerika hebben we best veel afgelopen, maar ik mis nu de ezels die we toen tot onze beschikking hadden. Aan de zware tas moet ik nog zo wennen en ik vervloek alle mogelijk nutteloze dingen die ik meesjouw en niet in het pakketje met Mom Cut heb meegegeven. Jona probeert me zo goed en kwaad als het kan te helpen, maar ik wil hem ook weer niet al mijn water laten dragen. Die jongen is tenslotte ook geen kameel. Vlak voor we bij onze lunchspot komen, struikel ik over een steen en val genadeloos op m’n knieën, zoals je als kind op het schoolplein valt. De tas zorgde ervoor dat ik me niet zo snel kon opvangen, dus daar lig ik dan. Toevallig loopt het stel uit Belize ook net langs, wat het niet per se beter maakt. Altijd fijn als onbekenden je zien in een staat van weemoed. We lopen die dag in totaal 19,6 km en ik heb wel een traantje gelaten tegen het einde ervan. Hoewel ik natuurlijk niet graag huil, denk ik dat op zich iedereen dat doet die net aan de PCT begint.

Na een goede plaknacht slapen, ga ik op dag 3 sterk van start. We hebben een nieuwe tactiek: vroeg beginnen en een granolareep o.i.d. eten en dan een uur of anderhalf later echt ontbijten (second breakfast). We lopen heerlijk in de schaduw én naar beneden in de ochtend en zo hebben we ineens al 16 km gelopen voor de lunch. Misschien ga ik hier toch nog goed in worden. Echter, na de lunch slaat de vermoeidheid toe en houd ik het weer niet droog vandaag. Maar ik ben niet gevallen, dus beter dan gisteren. Verder ben ik echt niet normaal goor. Een paar keer heb ik al dan niet bewust m’n zweethanden aan m’n shirt afgeveegd, niet beseffend dat zweet + stof = modder. Ook heeft mijn shirt hele zoutstrepen op de plek waar m’n tas zit en heb ik met mijn korte broekje ergens in wat boomhars gezeten. Het stof op m’n benen is inmiddels iets permanents en ik zie het nu maar gewoon als een goedkope zonnebrand. Verder heb ik een paar indrukwekkende blaren gekweekt op m’n voeten, die ik nu elke avond lekprik, anders passen m’n schoenen niet. Weet je, niemand zei dat het een elegant bestaan zou zijn hier op de trail. Wel hebben we vandaag maar liefst 26 km afgelegd en als beloning ontmoeten we een superleuke groep mensen op onze kampeerplaats. Ik wist dat ik de trail-community leuk zou vinden! De groep is een zootje bij elkaar geraapt, dat begonnen is in Mexico en gedurende de trail erachter is gekomen dat ze ongeveer hetzelfde tempo lopen. En dat creëert een band. Nu zorgen ze ervoor dat ze ongeveer op dezelfde plekken ontbijten en lunchen, maar in ieder geval samen kamperen. De één doet er iets langer over dan de ander, maar al met al hebben ze elkaar goed gevonden. Wij schuiven aarzelend aan in de eetkring, maar worden al gauw meegenomen in het gesprek. Er wordt bewonderend naar ons gekeken terwijl we sperziebonen doppen. Verse groenten? Op de trail? Ongekend! Sowieso mooi om te zien wat anderen eten: pasta, couscous, noedels, rijst; iets dat snel kookt. Of een zakje pikante tonijn met croutons erin gegooid. Een paar energierepen kan ook prima door als avondeten. Of een zak kant-en-klaar gevriesdroogd eten: het weegt niks, smaakt goed, maar is ook erg duur. En dan de toetjes: gekruimelde chips gepropt in een hersluitbaar zakje, m&m’s, snoep, snickers, noem maar op. Deze mensen verbranden al maanden zoveel calorieën per dag, dat ze het vaak niet meer bij kunnen eten en de meesten hebben dan ook absoluut geen gezond dieet meer. Dat is toch al moeilijk, want fruit is zwaar, groenten bederven en niet alle dorpjes waar je je boodschappen moet doen, hebben een groot aanbod. Soms moet je het doen met een benzinestation in een stoffig, naamloos dorpje. Bovendien moet je alles wat je de wildernis in meeneemt, ook weer mee terug nemen. Blik is dus ook geen goede optie. Maar goed, ik vind het errug leuk om te zien wat mensen bedenken om toch de juiste voedingsstoffen binnen te krijgen. Erg creatief.

Pauze

Oh man, wat heb ik uitgekeken naar vandaag: de dag dat we Kennedy Meadows bereiken. Kennedy Meadows staat bekend als officieus einde van de woestijn, en dat wordt door iedereen gevierd. Traditioneel gezien wordt er bij aankomst voor je geklapt door de mensen die al op het zonovergoten terras met een biertje zitten: een helden ontvangst. Nu weten zij natuurlijk niet dat wij pas 4 dagen in de woestijn lopen en niet 40+, zoals de meesten, maar ik accepteer het applaus toch. Want pfoe, wat was het zwaar! En wat hebben wij die burger en dat biertje verdiend!

In Kennedy Meadows verblijven we op een camping naast de bar die Grumpy Bear’s Retreat heet. Zoals verwacht is het erg druk en wordt er veel gedronken. Ook is er een groep die continu aan het blowen is, want ja, het is tenslotte legaal hier. Ik heb werkelijk geen idee hoe zij het zo ver hebben geschopt of hoe ze überhaupt de bergen op gaan komen, want dat lijkt me toch extra ingewikkeld als je zo stoned als een garnaal bent? Maar goed, moeten zij weten. Wij vermaken ons in ieder geval prima met boodschappen doen voor het volgende gedeelte van de trail, eten en drinken in de bar, met mensen kletsen en, in mijn geval, m’n voeten niet in schoenen hoeven stoppen. Heerlijk. Ook moeten we nog een permit regelen voor de Sierras. De Government Recreation website is één grote chaos en hangt aan elkaar met waarschuwingen, restricties en regels. Er valt geen peil op te trekken of we überhaupt een permit gaan krijgen en of we verder mogen of stranden in Kennedy. Gelukkig is daar de Triple Crown Outfitters, een outdoorwinkel die letterlijk bestaat uit 3 scheepscontainers vol met “hiker gear” en “hiker food”. En Yogi! Het geschenk aan de trail. Yogi is de trailnaam van de eigenaresse en zij weet ALLES. Als ervaren thru hiker heeft ze zelf alles al meegemaakt en de laatste jaren doet ze alles voor de hikers die hier in Kennedy langskomen met een probleem. Zonder blikken of blozen geeft ze ons dan ook een uitgeprint stappenplan om ons permit te krijgen. Geen gedoe, geen gehannes en ze wil het ook nog voor ons uitprinten, dus we kunnen morgen gewoon de Sierras in! HOEZO moet een overheidswebsite het zo ingewikkeld en irritant maken, als zij ons probleem zo kan wegnemen! HOERA VOOR YOGI!

En dus beginnen we vol goede moed aan onze eerste dag uit de woestijn. BLOEDHEET en waarom zie ik nog steeds cactussen? Pas na 10 km begint het landschap langzaam te veranderen: meer bomen, meer groen, meer heuvels. Na 19 km heb ik best last van m’n heup waar m’n tas op steunt en zetten ons kamp op op een prachtige plek tussen hoge bomen. Dit is onze eerste nacht in officieel ‘bear territory’ dus voor we de tent dichtritsen, kan ik het niet helpen wat spastische geluidjes te maken. De bear canisters (ik heb ook een kleintje nu) staan braaf 50 meter verderop en we hopen maar weer dat ze daar morgen nog staan. Met recht worden ze vervloekt door alle hikers, want ze zijn log en zwaar en geven absoluut niet mee. Al je eten moet hierin zitten als je niet op armafstand ervan bent. In principe moet alles dat een geurtje heeft erin, dus ook toiletspullen, zonnebrand etc, maar omdat de meesten al moeite hebben met alleen het eten, wordt dit voorop gesteld. Door de autoriteiten wordt het uitgelegd als ‘bescherming van de beer’. Als de beer de mens namelijk met eten gaat associeren en ze dus gaat opzoeken, wordt hij afgeschoten, dus door het eten in de canister te bewaren en bij de tent weg te houden, proberen ze dat te voorkomen. Mooi verhaal, maar het is een verdraaid zwaar ding. Wel hebben we in Kennedy Meadows het een en ander uit onze tas gehaald en vooruit gestuurd, dus er is ruimte, maar na 15+ km is het gewoon een lomp aanhangsel.

De volgende dag heeft oma weer een nieuw kwaaltje: kontkramp. Jazeker, kramp in m’n rechterbil. De dag erna zijn het weer blaren. JA, BLIJVEN WE AAN DE GANG?! Het valt ook allemaal niet mee, hiken in deze prachtige omgeving. Het is een hoop op en neer, maar de uitzichten worden wel steeds mooier en mooier. In de ochtend kan ik er heel goed van genieten, maar in de middag gaat mijn lichaam in protest tegen het aantal kilometers. Zeer vervelend, want het is schitterend! De groep die we eerder hadden ontmoet, zien we af en toe en het lijkt ons erg leuk bij ze te blijven. De valkuil is echter dat zij al 2 maanden bezig zijn en dus gewend aan de afstanden. De bear canister en de hoogte zijn misschien nieuw voor ze, maar ze kunnen toch al gauw door pushen tot 30 km per dag als het moet. Ook hebben wij nog een extra stop ingelast: na 4 dagen duiken wij Lone Pine in, een klein hikers dorpje met wat cafés, restaurants, hotels en, bovenal, een supermarkt. In eerste instantie wilden we hier een nachtje slapen (EN DOUCHEN WANT IK IS VIES), maar mijn rechterbil wilde die dag niet verder lopen, waardoor we toch nog een nachtje op de trail sliepen en de dag erna pas Lone Pine in kunnen liften. Dus daar staan we dan, 6 km in de benen, op zondagochtend om 8.30 uur te hopen dat iemand in deze uithoek (20 mijl vanaf Lone Pine) moet zijn en ook nog direct weer naar beneden moet! Het ziet er sombertjes uit voor ons, tot er een man voor ons stopt die we net naar boven hadden zien komen. Hoera! Blijkt dat hij net drie andere hikers vanuit Lone Pine hierheen heeft gebracht, dus wij kunnen zo instappen! Wat fijn! Een halfuur later zet hij ons op 8 km van Lone Pine af, want hij moet ergens anders heen, maar de eerste auto die we zien, laat ons ook direct instappen en brengt ons waar we moeten zijn. Soepeltjes zeg! Boodschappen, lunchen, bloggen, en ja, dan toch weer terug naar de trail… Geen bed, geen douche. Ik gooi wat water in m’n gezicht in de wc van de bistro waar we zitten, en dat is het wel weer voor nu. Over 5 dagen weer een kans!

Een halfuur lang staan we langs de kant van de weg met een kartonnetje met “PCT HORSESHOE MEADOW” erop en dan stopt er een… racewagen voor ons? Het stel dat erin zit, komt net van een echte race en wil ons wel naar boven brengen! Het aanbod mee te betalen aan benzine (want het is tenslotte allemaal omhoog), wuiven ze weg. Ze houden gewoon van autorijden en genieten van de haarspeldbochten in de bergen. Ik word zelfs een beetje misselijk ervan, maar hey, we zijn weer terug! De groep met wie we waren, vinden we niet, want het wordt al donker en koud (want we zitten erg hoog!) dus we kamperen met een andere groep bij een supermooi bergmeer. Wauw! Niet normaal hoe mooi!

We hebben een lange dag voor de boeg en ik sta op met een ochtendhumeur dat overgaat in een middaghumeur. M’n buik is opgeblazen en doet pijn, wat thuis gewoon betekent dat ik op de bank een film ga kijken. Hier moet ik er 26,5 km mee wandelen. Eigenlijk kan ik niet humeurig zijn met al deze pracht om ons heen, maar het gaat ook allemaal niet vanzelf. We hebben echter een doel: naar het base camp van Mount Whitney, de hoogste berg in contiguous USA. Ik heb bedacht dat ik die niet per se op hoef en neem een ‘zero’ (een dag waarop je nul km loopt) op het prachtige veld van het base camp. Jona gaat uiteraard wel en omdat het een heen en weertje is, hoeft hij geen tas mee te nemen. Dat is ineens wel even lekker speedy! Het was een erg koude nacht en als Jona om half 7 vertrekt voor zijn tocht, zit er nog ijs op onze tent. Ik zoek een plekje op in het zonnetje en geniet van alle vogeltjes, chipmunks (kleine eekhoorns zonder pluisstaart) en marmotten die het lege veld overracen. Zo leuk! Wel ben ik erop geattendeerd dat een jongen die verderop aan het comboy campen is, ziek is. Of ik hem een beetje in de gaten wil houden. Oké. Ik loop alvast maar even naar hem toe om te vragen of ik iets kan doen. Hij ligt te rillen in z’n slaapzak en er ligt een dubieuze, oranje substantie naast hem. Yikes. Natuurlijk kan ik hier niet zo veel voor hem betekenen op dit afgelegen veld, maar hij vraagt me wel even naar het ranger station te lopen. Dat zou hier vlakbij moeten zijn. Enigszins strompelend ga ik op pad. Niet helemaal mijn idee van een ‘zero’, maar ik ben de beroerdste niet. Het ranger station zit potdicht, dus zonder gedane zaken loop ik weer terug en deel het hem mede. Ik nestel mezelf weer in mijn happy place tussen de chipmunks en ga mijn blog typen (ja, deze). Even later komt de jongen met het bleekste gezicht ooit naast me liggen. Ik weet niet precies waarom, want 1. ik kan niks voor hem doen, 2. hij lijkt me niet per se aardig te vinden en 3. als hij ineens omhoog komt om weer te kotsen, wil hij ook niet dat ik iets van wc papier voor hem ga halen. Wel vraagt hij daarna of ik nog een keer de ranger station wil checken en of ik zijn spullen die hij mee had genomen naar mijn plekje in de schaduw wil leggen. Hallo, ik ben toch zeker Moeder Theresa niet? Ik begrijp heus dat hij zich niet lekker voelt, maar hij vindt het wel net iets te handig dat ik er ben om dingen voor hem te doen. Maar hey, we zijn alleen op dit verlaten veld, dus ik doe maar wat hij vraagt. Ik loop opnieuw naar het ranger station (nog steeds dicht), leg zijn spullen in de schaduw en kruip zelf maar mijn tent in. Doei. Ik sluit mezelf hier wel even op.

Langzaam maar zeker druppelen er weer mensen binnen die op allerlei tijden (variërend van middennacht tot 8 uur ‘s ochtends) zijn vertrokken naar Mount Whitney. Niemand is verbaasd als Jona binnen recordtempo weer terug is, met een glimlach van oor tot oor zoals hij die alleen kan hebben na een summit te hebben gehaald. Ik bepaal dat we vandaag lekker hier blijven chillen en pas morgen weer verderop gaan, dus genieten we heerlijk van het zonnetje. Onderweg naar de troon (een heuse wc pot in het bos, afgeschermd door een te laag muurtje) kom ik het zieke schaap weer tegen. Hij heeft zijn spullen ingepakt en kondigt aan dat hij met zijn satelliet telefoon een SOS heeft uitgestuurd en dat hij vanmiddag wordt opgehaald per helikopter. Heftig! De rest van de middag maken we ons dus klaar voor deze aanstaande helikopter, wat toch stiekem wel bijzonder is. Ik heb er in ieder geval nog nooit één van zo dichtbij gezien. De meeste mensen halen hun tentjes van het veld en zetten ze opnieuw op in het naastgelegen bos. Onze tent staat al iets dichterbij het bos en is over het algemeen een stuk steviger dan de gemiddelde 500 gram hiker-tent. Bovendien is het een vier-seizoenen tent en hebben we deze in eerste instantie gekocht zodat hij de wind in Patagonia zou weerstaan. Dus wij denken dat hij dit wel aan kan. Spoiler: NEE! Na een paar rondjes te hebben gecirkeld boven het veld, komt de helikopter met dramatisch veel wind en stof tot stilstand. Onze tent is volledig omver gewaaid. Eén dappere haring heeft ervoor gezorgd dat ‘ie niet helemaal de lucht in ging, maar daar is wel alles mee gezegd. Wat een ellende! Toch de mensen van Hilleberg maar eens aanspreken… Ook kwam de helikopter precies aan terwijl we allemaal aan het koken waren, dus het deksel van onze pan ligt ergens in het bos en er zit grond in onze rijst met broccoli. MANMANMAN! Gelukkig heeft onze tent het wel overleefd en kunnen we ‘m later weer opzetten. Omdat er een gerucht de ronde doet dat er nog een jongen mogelijk geëvacueerd moet worden, zetten we ‘m maar wat naar achteren, meer in het bos. En jawel, een uur later komt de helikopter weer aangevlogen. Dit keer zijn we goed voorbereid: alle haringen zitten in de grond, stenen erop en wijzelf in de tent. Echt, alsof er een tornado overraast, terwijl je binnen zit en niks ziet, maar we hebben het overleefd! Wat een dag!

De troon
Ohhh ons arme tentje!
De rust is

Jona en ik hebben afgesproken dat we wat meer op mijn tempo gaan lopen, dus de dag erna leggen we ‘slechts’ 17 km af. De volgende grote horde is Forester Pass, een bergpas op 4000 meter hoogte met naar het schijnt nog een berg sneeuw aan de noordkant. Brrr, ik vind het bijzonder spannend. We kamperen op 4 km voor de pas op een soort drassig plekje tussen de rotsen, de marmotten en met uitzicht op een sneeuwveld. Prachtig weer! De volgende ochtend gaan we vroeg op pad, zodat de sneeuw nog hard is en het makkelijker is erop te lopen. Omhoog is geen probleem; er ligt nauwelijks sneeuw aan de zuidkant, dus het is gewoon ouderwets in haarspeldbochten omhoog lopen. Gelukkig heb ik helemaal geen last van de hoogte, dus we lopen lekker door tot we de pas bereiken en het zicht op de andere kant hebben. Zoals verwacht is het één grote sneeuwbende. Een spoor dat naar beneden leidt geeft aan dat hier zowel op de billen gegleden wordt, als met grote passen gestapt wordt. Het is echter best verraderlijk want de sneeuw is glad en onvoorspelbaar; je weet nooit of je er op blijft staan of een meter wegzakt. Ik val een paar keer en glij dan wat meters naar beneden, wat pijn doet én koud is. Paniekerig probeer ik weer op te krabbelen, maar het moge duidelijk zijn: ik vind dit helemaal niks. Jona is natuurlijk zo gewend aan sneeuwige omstandigheden, dat hij als Legolas naar beneden dartelt. Na de afdaling volgt een lang pad naar het dal, soms bedolven onder de sneeuw, soms een stuk rots tussendoor. Ik besluit toch maar mijn microspikes onder m’n schoenen te binden, zodat ik meer grip heb. Dat werkt wel aardig, maar mijn hoefijzerbek blijft. Wat is dit eng. En stom. Is het al voorbij? Zodra de steilte van de helling afneemt en ik denk dat we het ergste hebben gehad, komt er nog iets irritants: sneeuwvelden waarvan je niet weet of je wegzakt of blijft staan. Ik weet dat velen dit een leuk spel vinden en er plezier in hebben, maar ik vind het maar vermoeiend. Ook moeten we een sneeuwbed oversteken dat over een rivier is gespannen. Als je daar doorheen zakt, sta je dus gewoon met je been in het ijswater. Gelukkig weet ik de jonge hinde in me aan te spreken (denk ‘licht’) en ik loop achter Jona aan over de sneeuw naar de overkant.

De eerste sneeuw is nog leuk
Klaar mee
Legolas

Langzaam verdwijnt de sneeuw verder uit ons blikveld en zien we weer meer en meer bomen opdoemen. We hebben het gehaald! Fjuuuw, wat een opluchting. Ik weet niet precies wat ik er zó spannend aan vond, maar de paniek nam het over en ik besluit hier en nu dat ik dit niet meer wil. De rest van de dag is wel weer bizar mooi, waarbij we door schitterende dalen met rotsen, natuur en beekjes lopen. De dag van Forester Pass is tevens de dag dat we de eerste serieuze stromen over moeten steken. Legolas balanceert zich moeiteloos over een boomstam die over het water gedrapeerd is, maar ik doe toch maar m’n schoenen uit en ga er doorheen. Balans is niet mijn sterke kant, dus dan maar natte voeten.

Eén van de vele beekjes waar ik wél droge voeten hield

We kamperen die avond op een supermooie plek naast een beekje. We genieten van het zonnetje met onze voeten in het water en zo is het ondanks de spannende ochtend toch een heerlijke dag. Morgen gaan we weer van de trail af en naar het stadje toe. En dat is maar goed ook, want we zijn toegekomen aan ons laatste eten: aardappelpuree met stukjes bacon, olijfolie en één zakje mosterd. Als toetje delen we 12 m&m’s en een handje chips. Wat een treurig bestaan. Dat is natuurlijk allemaal niet genoeg na het verbranden van zo veel calorieën, maar het is even niet anders! Ik voorzie een grote schranspartij in de stad…

Een gedachte over “Hitte, helden, helikopter & helling

  1. Lieve mensen, toppers. Afzien hoort er blijkbaar bij in ruil voor prachtige uitzichten maar … petje af voor jullie! Weer genoten van het blog as usual! Keep making memories, keep writing and stay safe! Kusss van ons 😉 X

    Like

Geef een reactie op Tantie Reactie annuleren