Nepal

Hurken, Himalaya, Hoff, Hoesten & Hoger

M’n eerste reistabletje in Nepal is een feit. Jona had me al gewaarschuwd voor het hobbelgehalte van deze jeeprit en wederom, he was not wrong. Het is bijzonder vroeg en nog donker in Kathmandu als we op een zeldzaam rustig moment door de stad crossen. Met zes anderen delen we de jeep, waardoor we niet helemaal opgepropt zitten. Een luxe voor ons, armoe voor de chauffeur, die daardoor minder inkomsten heeft. Betekent natuurlijk niet dat het een comfortabele tocht wordt. Je kunt precies niet lekker tegen de leuning aanhangen, waardoor ik normaal gesproken niet in slaap zou kunnen vallen. Echter, door het reistabletje zakt mijn lichaam toch weer in een staat van ongekende slaperigheid en meer dan eens word ik wakker doordat m’n hoofd hard tegen het raamt stoot. Niet ideaal. Het meisje naast me heeft geen moeite in slaap te vallen en samen met de vrouw naast haar, gebruikt ze mij als kussen, waardoor ik tussen de deur en de onbekenden geplet zit. De slapende vrouw is deel van een echtpaar en manlief zit voor mij op de bijrijdersstoel. Hij spuugt eens in de zoveel tijd uit het raam en ik ben elke keer bang dat zijn tuf niet ver genoeg vliegt en op de achterbank beland, als in, op mij. Als onze reisgenoten niet slapen, praten en lachen ze uitbundig. Veel vaker dan ons lief is, wordt deze 11(!) uur durende rit onderbroken door een stop bij de lokale markt. Soms struint het echtpaar verschillende kraampjes af voor de perfecte bananen (Deze? Nee, toch deze? Misschien toch even aan m’n neef vragen of hij deze bananen niet goed vindt?), dan stoppen we bij een winkeltje dat pannen verkoopt en tien minuten later komt mevrouw terug met een pan. In de tussentijd worden wij geacht gewoon maar te wachten, of eventueel zelf ook een pan aan te schaffen. Dit zijn niet de stops waarbij we iets kunnen eten of kunnen plassen, die zijn er ook nog. De eerste keer dat ik een hurkwc aantref bij het opentrekken van de golfplaatdeur, ben ik niet verbaasd, maar ik word er ook niet vrolijk van. Het ruikt vaak enorm sterk naar urine, er is geen houvast voor de ongebalanceerde individu zoals ik en daarna weinig mogelijkheid tot het wassen van je handen. Yikes. Dus terwijl ik de zeikaroma’s probeer te weren door m’n adem in te houden, moet ik zorgen dat ik niet uitglijd tijdens het hurken. Het valt allemaal niet mee, reizen.

Als we volgens de kaart bijna op onze bestemming zijn aangekomen, stoppen we voor de zoveelste keer. Dit keer staan we stil bij een soort kweekvijver, waaruit het echtpaar een aantal vissen kiest, die voor onze neus worden geslacht. Zij hebben straks gewoon hun hele maaltijd bij elkaar gescharreld, terwijl ze ook nog eens het land zijn doorkruist. Slim. Irritant, maar wel slim. ‘You go to Kharikola?’ We knikken bevestigend naar de chauffeur. Hij wijst naar een andere jeep die halt heeft gehouden en gebiedt dat we kunnen overstappen. We proberen nog een beetje te onderhandelen over de prijs voor dit laatste stuk, maar we hebben natuurlijk geen poot om op te staan: in de middle of nowhere bij een viskraam, met deze jeep waarschijnlijk als enige mogelijkheid in Kharikola te komen. Nou ja, nog een klein stukje. Toch…? Over dat kleine stukje van 26 km doen we maar liefst zes uur! Het is een nieuw stuk ‘wegdek’ en is ver van perfect. Waar de eerste 11 uur al hobbelend verliepen, hebben we hier een nieuw niveau bereikt. Deze jeep zit bomvol, met drie personen voorin, vier achterin en vier nog daarachter. Als je denkt dat je daardoor minder schudruimte hebt, dan heb je daar gelijk in. Het betekent wel ook dat je volledig opgepropt zit en met elke hobbel kom je een stukje verder in de verdrukking. Jona wordt continu tegen het raam aan gesmeten en ik heb mijn linkerarm om hem heen geslagen, omdat ik daar geen ruimte meer voor heb binnen mijn aura. Dat geeft de Nepalese man rechts van me vrijspel mijn ribbenkast met zijn knokige schouder ruw te masseren. Ik weet niet hoe, maar hij slaapt de hele rit, waardoor hij als een doodgewicht tegen me aan blijft hangen. Ik geef hem af en toe een flinke por met mijn elleboog, maar de man wordt maar niet wakker. Ik zou het een talent noemen, als het niet zo vreselijk irritant is. Het is inmiddels donker geworden en misschien is dat maar goed ook, want dan zien we de afgronden niet van deze off-off-road. Om 22.15 uur komen we eindelijk aan in Kharikola, wat onze totale reistijd op een magische 17,5 uur brengt. Manmanman. Helemaal gebroken worden we afgezet bij onze eerste hut. In de gemeenschappelijke ruimte krijgen we dal bhat geserveerd: rijst met curry en groenten + gratis tweede ronde. Onze kamer bestaat uit twee losse bedden met een nachtkastje ertussen. Zo zullen alle hutten er om en nabij uit gaan zien vanaf dit punt. De wc is buiten en is weer van het hurk-exemplaar. Op dit moment maakt het me allemaal niet meer uit, ik ben allang blij dat we niet meer in de jeep hoeven en morgen gewoon kunnen gaan lopen. Want oh ja, dat is wat we hier komen doen: hiken in de Himalayas!

Mijn eerste hutnacht bevalt prima! Het bed is zacht genoeg en we hebben een lekker dekbed gekregen. Ons ontbijt moesten we gisteravond al bestellen en we kiezen allebei voor havermout. Ik met een koffie erbij. Dit werkt wel voor mij. Om half tien zwaaien we af en beginnen we, relatief laat (sommigen gekkies beginnen al om vijf uur met lopen) aan het eerste deel van de hike. Het is gelijk al heet, want we bevinden ons nog in de lagere regionen van de Himalayas. Het is erg mooi, maar mijn lijf moet wel weer wennen aan het lopen, en dan met name aan de PUDs: Pointless Up and Downs. En daar zijn er een hoop van. Tegen iedereen die we zien zeggen we Namasté, wat zoveel betekent als ‘hallo, hoe gaat het, met mij goed, bedankt’. We zien veel mensen op het pad met een gigantische hoeveelheid spullen op hun rug. Een band om hun voorhoofd houdt deze spullen, variërend van zakken rijst en kratten met inhoud tot een rieten mand met kippen, op hun plaats. Pfoe. En dan lopen ze ook nog eens negen van de tien keer op slippers. Op één deel van het pad is niet al te lang geleden een landslide geweest, waardoor het pad zanderig en smal is. Ik vind het al doodeng en ga er zeer spastisch, Jona’s hand vasthoudend overheen, maar dan zien we vervolgens iemand op slippers met een aantal grote planken, vermoedelijke deuren, op zijn rug dat enge, steile pad bewandelen. Brrr. Ook horen we vrij vaak bellen klinken, die om de nek van ezels of yaks blijken te hangen. Een hele stoet dieren komt dan langs over het pad en ze hebben duidelijk geen besef van wat ze precies op hun rug gebonden hebben: je moet als wandelaar uitkijken dat je niet met een gasvat tegen de berg wordt geramd. Lekker lomp. Maar niet zo lomp als de persoon die de stoet begeleidt. Dit moet wel de meest agressieve en macho jongen uit de klas zijn geweest, want hij loopt alleen maar te schreeuwen tegen die beesten, terwijl hij wild op de grond spuugt en soms de laatste in de rij een flinke klap op de billen verkoopt met een tak.

Lunchen!

Na 17 km lopen vind ik het wel mooi geweest voor onze eerste dag. We zijn aangekomen in een dorpje dat Surke heet en hebben ingecheckt bij een lodge. Ik besluit eens gek te doen en koud te gaan douchen. Niet dat er een warme douche is, maar de optie om niet te douchen bestaat natuurlijk ook. Jona heeft in Nederland al een tijdje zijn innerlijk Wim Hoff proberen te triggeren, maar ik heb me daar altijd ver afstandelijk van gehouden. Nu is het echter nog warm en wie weet wanneer we nog de kans hebben om op te warmen in de middagzon. De douche bevindt zich in een golfplaten hokje in de tuin van de lodge en heeft geen licht. Ik kan je zeggen dat koud douchen in het donker weer een extra dimensie aan het leven geeft.

We zijn vandaag de enigen in deze hut en gaan al rond 19.00 uur naar bed, een bekend fenomeen in de bergen. Voor we liggen ontdekt Jona een grote spin en we zien in de hurkwc een duizendpoot. De spin heb ik niet gezien gelukkig, maar de duizendpoot lijkt wel een miljoen levens te hebben: hoe vaak we ‘m ook wegspoelen, elke keer komt hij weer uit het putje gekropen. Brrr, en dan moet ik daar dus ook nog boven gaan hangen? Ik heb de hele nacht de kriebels en ben blij als we de volgende dag weer op weg gaan. Weer een hoop PUDs en ezels vandaag, maar we komen ook langs de splitsing waar de mensen die vanuit Lukla komen zich aansluiten. Zij zijn naar Lukla gevlogen, waarmee ze dus een helse jeeprit en een paar dagen hiken besparen. Ik denk dat we ook maar terugvliegen. Het is gelijk een stuk drukker op de trail. Bij deze groep hikers zijn namelijk ook vaak gidsen en porters gevoegd. De meeste mensen gaan met gids de bergen in én ook hebben velen een porter: iemand die hun spullen draagt. Ik vind het al sneu om een ezel met volle bepakking omhoog te zien gaan, maar het ziet er werkelijk in en in treurig uit om een persoon met twee gigantische tassen op z’n rug te zien lopen. Wie weet wat voor onnodige spullen daar allemaal inzitten? Maar goed, ze verdienen wel geld zo. Om half drie komen we bij een klein dorpje en vragen om een kamer bij de lodge. Hoera! Er is een NORMALE wc binnen! Het ziet er allemaal netjes uit dus ik had niet verwacht dat ik zo bar zou slapen. Het kussen dat ik kreeg blijkt harder dan heel veel dingen in deze wereld, maar wel zachter dan beton. Middenin de nacht fabriceer ik noodgedwongen een kussen van mijn donsjas, maar toch is het een brakke nacht.

Niks dat een pannenkoek en koffie in de ochtend niet kan oplossen! Vandaag lopen we door naar Namche Bazaar, het ijkpunt en begin van veel treks in dit gebergte. In drie uur tijd lopen we 900 meter omhoog naar de 3440 meter die Namche hoog ligt. Hier wordt iedere hiker geacht even pas op de plaats te nemen en te acclimatiseren. Het is echter een vreemd aangezicht, zo’n stad in de bergen. De prijzen zijn er ook ineens naar en de wc van onze lodge is buiten en heeft geen bril. Ik merk dat ik vooral mijn oordeel over een lodge baseer op de hoedanigheid van de wc, maar dat is blijkbaar nu eenmaal hoe ik gedij hier. Wel hebben we een heerlijk terras waarop we een dag spenderen in de zon. Ik heb het op dag drie van onze trek al voor elkaar gekregen een verkoudheid op te lopen, dus ik snotter en hoest lekker een eind weg. Als we in de ochtend ook nog eens onze kamer uit worden gerookt door een soort geesten-verdrijf-rookmachine-ding, besluiten we te gaan. Hoewel de meeste mensen hier een extra dag blijven, besluiten wij door te lopen naar Thame, dat een paar honderd meter hoger gelegen is.

Wat een prachtige dag! We lopen over een goed onderhouden pad en er is bijna niemand anders dan wij. De meeste mensen die in Namche zijn, gaan toch voor de Everest Base Camp trek, een trek die daardoor dus druk bezocht is. Wij gaan de Three Passes trek doen, en wel met de klok mee. Ook bij deze trek is het gebruikelijker tegen de klok in te lopen, maar aangezien Jona al beide richtingen heeft gedaan, ga ik af op zijn advies: minder mensen, meer beter. En meer goedkoop. Het is werkelijk een prachtige dag en we genieten van de uitzichten en rust. In Thamo lunchen we bij een supermooie lodge en raken in gesprek met de eigenaar. Zijn zus heeft blijkbaar een lodge in Thame en daar verwijst hij ons naar door.

Thame ziet er bijna magisch uit als we onder de traditionele poort door het dorp inlopen. Overal zien we prachtige bomen, gebedsmuren en het water van de rivier kabbelt gemoedelijk. We melden ons bij Yak Lodge en geven aan hoe we hier zijn gekomen. De eigenaresse, en de zus van de meneer in Thamo, is een stoïcijnse vrouw met een grote zakdoek op haar hoofd geknoopt. Ze verwelkomt ons als de enige gasten in haar lodge die nacht en we krijgen ‘de beste’ kamer. Ennn… WENDY GAAT WARM DOUCHEN! Wat een genot! Kost wel 500 Roepie (4 euro), maar dan heb je ook wat. We lezen wat in de gemeenschappelijke ruimte en zodra we eten bestellen, druppelen steeds meer locals binnen. We praten met de man van de eigenaresse, die ruim twintig jaar sherpa blijkt te zijn geweest en maar liefst tien keer Everest heeft beklommen! Hij vertelt over zijn belevenissen, over de andere 8000m+ bergen die hij heeft beklommen en ook over de vrienden en cliënten die hij bij die avonturen is verloren. Dat heeft hem uiteindelijk doen besluiten te stoppen met klimmen: ‘hike is better’.

‘s Avonds verzamelt iedereen zich rond de kachel die wordt aangemaakt met gedroogde yak-poep. De locals zijn vermoedelijk vrienden en/of familie en onder hen is ook een bhoeddistische monnik met Salomon sneakers aan. Eén van de mannetjes heeft duidelijk al een aantal mokken Chaang, een alcoholische rijstdrank, op, want hij zit hinnikend te lachen en doet nog een beetje extra chili op z’n chowmein. We zien zijn gezicht steeds roder worden en het zweet breekt hem uit. Op een gegeven moment rollen de tranen over z’n wangen. Wel een manier om het warm te krijgen, ja! Ik zit niet zo lekker meer en besluit m’n bed op te warmen en daar te gaan bloggen. Een kwartier later komt Jona binnen en zegt met een grijns dat ik echt weer terug moet komen naar de woonkamer. Er is hilariteit alom en Jona heeft een bord met gemarineerde buffalo, ‘buff chili’ gekregen. Ook zijn ze hem Chaang gaan schenken: ‘sherpa oxygen’. Ik heb al m’n tanden gepoetst, maar voor zo’n gelegenheid kom ik wel weer even terug naar de kachel. Het vlees is pittig, maar echt heel lekker en de Chaang is gelukkig niet zo alcoholisch als ik had gedacht (want dat is niet handig op 3750 meter hoogte). Wat een gezelligheid! Dit heb je denk ik alleen maar in de kleinere dorpjes en als je de enige gasten bent. Onwijs leuk!

Het geloei van de yaks maakt ons vroeg in de ochtend wakker. De ruit is bevroren en we kunnen wolkjes blazen in de kamer. Dat helpt niet bij de snotsituatie waarin ik me toch al bevind, maar een ontbijtje in de zon doet wonderen. De familie van de lodge zit ook al lekker boontjes te doppen en we maken een klein praatje. We hebben besloten vandaag ook nog hier te blijven en een acclimatisatiehike te doen naar een paar mooie meren in de buurt hier. Die meren hebben we uiteindelijk niet gezien door een gemist paadje naar links, maar we zijn wel op 4650 meter gekomen. Pfoe! Zoals vaker in de bergen betrekt het weer in de middag wat en tijdens onze lunch halverwege in Thengbo begint het zelfs te sneeuwen! Snel naar beneden! In Yak Lodge is inmiddels een Canadees gezin getrokken en we kletsen de hele avond over van alles en nog wat, resulterend in een wederzijdse uitnodiging eens bij elkaar langs te komen. Erg gezellig en deze lodge was zeker een fijne plek om een extra nachtje door te brengen. Morgen gaan we weer verder omhoog…

Lunch in Thengbo

2 gedachten over “Hurken, Himalaya, Hoff, Hoesten & Hoger

  1. Hoi lieverds,wat een avontuur hahhahahaha. Op sommige momenten benijd ik jullie echt niet,maar het uitzicht is waanzinnig.Tot de volgende blog en hou het veilig xxxxxxx

    Like

Geef een reactie op Marjanne Reactie annuleren