Nepal

Rook, Renjo, Ri & Ring

Vandaag lopen we op ons gemak in drie uur in het zonnetje van Thame naar Lunghden. Op sommige dagen kunnen we simpelweg niet langer lopen, vanwege de hoogte (je mag maar 400-500 meter per dag stijgen, anders is het kotsen geblazen). Na mijn stervende-zwaan-incident in Ecuador, wil ik nooit meer hoogteziekte meemaken, dus we zijn er extra op gebrand het rustig aan te doen. In Lunghden aangekomen, zoeken we de lodge op die de familie in Thame ons had aangeraden. Deze is van haar broer, dus we blijven in de familie, in de hoop dat er nog wat korting uit te halen valt. En het zijn aardige mensen. Het is nog vroeg, maar op 4300 meter staat er een verdraaid koud windje. Mijn shirt stinkt en m’n sokken staan na dagen wandelen stokstijf (sokstijf?), dus in het ijskoude water was ik ze tot mijn handen gevoelloos zijn.

Slaapkamer in Thame: zonnetje in de ochtend op de ruit is erg belangrijk!
Laatste ontbijt in Thame

Omdat we zo vroeg zijn, zijn we lange tijd de enigen in de hut en de eigenaar laat weten verder niemand te verwachten. Dat is toch onhandige business, dat aanwaaisysteem? Je hebt geen idee hoeveel bedden er bezet zijn en hoeveel zakken rijst je naar boven moet laten sjouwen. Want ja hoor, later die middag druppelen de mensen binnen. Mensen die al over de bergpas Renjo La zijn gekomen, maar ook mensen die bijzonder lang hebben gedaan over het stuk dat wij net hebben afgelegd. Er zit ook een paar oude mannen tussen waarvan ik me werkelijk afvraag of ze op de luchthaven in het verkeerde vliegtuig zijn gestapt. En of ze zich ook maar een beetje hebben verdiept in waar Nepal bekend om staat. Deze mannen zijn dik, hebben een paarsige alcoholneus, hijgen zich helemaal kapot en zitten rond de kachel als een gepensioneerde kerstman. Eén man heeft een knalrood hoofd en ik zie hem later met een thermometer in de weer. Aii. Wat ik wel met ze gemeen heb is dat ik ook beschik over dezelfde hoest, inclusief slijm- en snotaanvallen. Ze noemen het hier de Khumbu Cough. Dit is het Khumbu gebergte en hoe hoger je komt, hoe meer mensen ongecontroleerd zitten te blaffen en te snotteren. Of het de kou is, de hoogte, de slechte weerstand of de kachel met yakpoeprook, ik heb geen idee. Maar vooral het laatste vind ik echt verschrikkelijk. Het is fijn dat het ijspaleis rond een uur of vijf wordt opgewarmd en als we onze thermosflessen op de kachel zetten, worden het heerlijk warme kruiken voor in bed, maar man, die rook is echt niet te doen. De zuurstof waar we nog over beschikken op deze hoogte wordt nog verder beperkt door de kachel en ik vind het benauwd worden in de kamer. Ik besluit dan ook zodra ik m’n eten op heb naar bed te gaan. De rook, de hitte en de hoestende mensen: dit kan je je in een post-Covid wereld eigenlijk niet indenken. Wat zijn mensen goor.

De dag die we wisten dat zou komen: we gaan Renjo La over! Ik zie hier erg tegenop, want we moeten maar liefst 1000 meter stijgen vandaag en hoewel we niet lang op die hoogte zullen blijven, vind ik ook de week die we tot nu toe hebben gewandeld nog niet toereikend genoeg om te zeggen dat we dit aankunnen. En met ‘we’ bedoel ik natuurlijk ik. We gaan voor het eerst voor 8.00 uur de deur uit en beginnen gelijk aan een steile klim, waarbij we in de eerste paar honderd meter het pad al even kwijt zijn en Jona bijna wordt aangevallen door een grazende yak. Het gaat bar langzaam. In de verte zien we een groep met gids lopen, dus die kunnen we de rest van de tocht mooi in de gaten houden; ook zij gaan niet zo snel. We lopen wel door een prachtige, nieuwe vallei, ruiger dan degene die we net achter ons hebben gelaten. Het gras wordt dorrer, de bergen rotsachtiger en de besneeuwde pieken komen steeds dichterbij. We lopen drie uur lang en beginnen dan aan de laatste klim, waarvoor ik absoluut geen energie meer heb. We gaan minder dan één kilometer per uur en ik voel me net een slak (met huis, want ik heb een tas op m’n rug). M’n hoofd begint enigszins te bonken en ik probeer rustig adem te blijven halen, maar het voelt niet lekker. Zijn we er al? We kunnen letterlijk al anderhalf uur de vrolijke, Nepalese vlaggetjes zien die de bergpas markeren, maar het is net alsof iemand ze steeds ietsje verder plaatst.

Klaar mee.

Met horten en stoten bereiken we eindelijk de bergpas: 5360 meter, het hoogst dat ik ooit ben geweest! Op de pas zit de groep die we al die tijd voor ons hebben zien uitlopen en we maken gezamenlijk foto’s van het bizarste vergezicht dat ik ooit heb gezien: een prachtig, helderblauw gletsjermeer, het dorpje Gokyo aan de overkant ervan in de verte, klein, maar kleurrijk, en dit alles omringd door de hoogste bergen ter wereld. Sneeuwwit, torenhoog en ontzettend indrukwekkend. Zodra Jona naar een bijzonder groot exemplaar wijst en zegt dat het Everest is, word ik ineens emotioneel. Nou ja, niet ineens, want ik heb al vier uur gepuft en gehijgd en mijn lichaam tot, letterlijk, nieuwe hoogtes gewerkt, maar het besef dat ik dan toch ineens oog in oog met Mount Everest sta, komt opeens binnen. Hoe kan het dat wij ons op ruim 5000 meter hoogte begeven en dat er dan bergen zijn die daar NOG drie kilometer (!) bovenuit torenen?! Het is ook een bijzonder mooie dag, waarop geen enkel wolkje de lucht vervuild, terwijl rond het middaguur normaal gesproken de eerste wolken het bergluchtruim komen binnendrijven. De gidsen die mee zijn met de groep zijn ook in hun nopjes ermee en herinneren iedereen eraan hoeveel geluk we hebben.

Daar zitten we dan een tijdje, kijkend naar het uitzicht, ons verwonderend. En Turks Fruit en Baklava, dat we hebben meegenomen uit Istanbul, etend. Wat een plan. Na een uur beginnen we aan de tocht naar beneden, die altijd, irritant genoeg, langer duurt dan je denkt. Gokyo komt maar heel traag dichterbij en mijn lichaam had op Renjo La al bedacht dat het er klaar mee was, dus ik ben inmiddels niet meer te genieten. Ein-de-lijk komen we aan bij de lodge die ons door de meneer in Lungdhen was aangeraden en we melden ons onder het mom van: wij kennen iemand die jij kent, geef ons korting. Alsjeblieft??? De woonkamer van de lodge heeft aan drie kanten ramen en kijkt uit over het mooie meer. De zon schijnt heerlijk naar binnen, dus het is voor de verandering eens behagelijk warm, zonder kachel! De slaapvertrekken daarentegen zijn ongewoon klein en gehorig. Het is ook erg druk waardoor deze plek veel meer van een hostel wegheeft dan alle andere lodges of hutten die we onderweg hebben gezien. Niet ideaal, maar de prijs en de woonkamer (en onze luiheid) doen ons toch besluiten hier te blijven.

De volgende dag verklaar ik als chilldag en een rusteloze Jona gaat een dagje hiken. Alsof we dat nog niet hebben gedaan. Ik schrijf m’n blog, lees een boek en geniet in het zonnetje. De wifi kost hier 1000 Roepies (8 euro) voor een dag en dat vinden we wel een beetje gortig. Plus, we hebben waarschijnlijk niet genoeg cash bij ons voor ons hele programma als we dit soort uitgaven ook in beschouwing moesten nemen. Lekker karig, zitten we daar in de kou, te discussiëren of we vier euro kunnen uitgeven voor een pot thee (vijf kopjes). Ondertussen zien we grootlijvige Amerikanen die rustig drie cola en ook nog eens een soep vooraf bestellen. En een pot heet water tegen betaling, terwijl wij voor gratis onze thermosflessen opwarmen op de kachel. Je snapt dat ik gewoon af en toe stikjaloers ben. Maar hey, het is wel verstandig reizen. Of zo. En ook… die mensen hebben naar alle waarschijnlijkheid hun tour + gids + porter online geboekt voor duizenden euro’s, terwijl wij straks met 500 euro totaal rond zijn.

Het slapen hier is matig, deels vanwege de hoogte en deels vanwege de gehorigheid. Met de dunste, schamelste muren tussen de vertrekken in, lig ik dichterbij mijn buurman in de andere kamer, dan bij Jona. De buurman in kwestie hoor ik dan ook bij elke draai, zucht en snurk, alsof het volume op honderd staat. Met hem heb ik dan nog meer medelijden, want ik snuit ongeveer vier keer per nacht mijn neus en als ik wakker ben, kan ik een hoestaanval niet altijd onderdrukken. We hebben het hier niet over als we elkaar in de woonkamer zien, maar ik weet dat hij het hoort.

Vandaag is onze laatste dag in Gokyo en we gaan als vanzelfsprekend Gokyo Ri beklimmen, Jona’s favoriete uitzichtpunt in Nepal, en dus in de wereld. ‘La’ is het Nepalese woord voor pas en ‘Ri’ betekent heuvel. Met 5357 meter zou ik Gokyo Ri geen heuvel willen noemen, maar goed. Omdat het een heen-en-weertje is, ligt onze tas nog in de hut en de hike gaat verrassend soepel, honderd keer beter dan twee dagen geleden Renjo La op. Wederom is het schitterend weer en hoe hoger we komen, hoe meer meren we zien verschijnen. Bovenop zoeken we een rots uit om op te zitten en we begroeten opnieuw de Grote Jongens, zoals Everest en Lothse. Terwijl ik zit weg te dromen en geniet van de schittering op de drie zichtbare meren, wordt mijn blik ineens getrokken door een andere schittering. In Jona’s handen houdt hij een rood fluwelen doosje met daarin een RING omhoog! ‘Hey Wendy… denk je dat je met mij wilt trouwen?’ OOOOOOOOOHHHHHHHH MYYYYYY GOODDDDDD! NATUUURLIJK WIL IK DAT! Jeeeeeetje… Meteen huilen. JAAA! Natuurlijk heb ik er wel stiekem even aan gedacht, omdat dit zijn favoriete plek is en zo, maar de laatste maanden heeft hij zo vaak geroepen dat hij trouwen toch wel erg duur vond, dat ik ook niet meer echt geloofde dat hij het nog zou vragen. DUS MEGA VERRAST! En superblij! Zitten we dan, twee smoezelige figuren (ik heb inmiddels al vier dagen niet gedoucht) op een rots ver in de hoogte, beide met tranen in de ogen en blije bakkesen. Als hij me op deze manier al begeerlijk vindt, dan maar voor altijd hè? En slim, heel slim gespeeld… op deze hoogte was m’n adem al zo benomen en het zuurstof in m’n brein al zo beperkt, dat ik vast geen energie meer had om nee’ te zeggen 😉

Nietsvermoedend…

Als kersverse VERLOOFDEN maken we zo goed en kwaad als het kan foto’s van ons samen met de ring om mijn vinger en de extase op de gezichten. Ik voel me bijzonder onaantrekkelijk en smerig, maar ook heel erg gelukkig. De Britse mensen die we vragen een foto van ons te maken, zijn de eersten die het heugelijke nieuws horen en ze reageren precies goed: plaatsvervangende blijdschap en luide euforie, waardoor niet veel later de hele Ri weet dat we verloofd zijn. De ring wordt uitvoerig bekeken en besproken en we krijgen chocola en koekjes aangeboden. De ‘congratulations’ vliegen ons om de oren en hoewel we natuurlijk liever onze families en eigen vrienden erbij hadden gehad, is dit precies wat ons moment nog leuker maakt. Honderd foto’s later, huppelen we op een soort roze wolk de Ri af. Als we mensen tegenkomen die nog geen deelgenoot waren geweest van het wereldnieuws op de top, dan roep ik het wel naar ze: ‘WE JUST GOT ENGAGED’. Ik kan dit toch niet voor me houden? Niemand die niet blij wordt van dit nieuws, toch? Ik bedoel, ik verwacht geen bezwaren tegen ons huwelijk en anders: dikke vette pech, want WIJ GAAN TROUWEN!

Terug in de lodge lunchen we en pakken daarna onze spullen om naar Dragnag te lopen. Deze twee uur durende wandeling leidt ons over een moraine: een oude gletsjer die nu bedekt is met gruis en rotsblokken. Het pad is elk jaar weer anders omdat er veel verschuivingen plaatsvinden, dus het is fijn dat we weer een tourgroep kunnen volgen. Mijn AANSTAANDE en ik bewegen ons, vermoedelijk door het roze-wolk-effect, soepeler dan gedacht door de stoffige PUDs en komen aan de andere kant weer boven, precies wanneer wolken de vallei dichttrekken. Onze kamer in Dragnag is bijzonder lekker warm en we besluiten allebei koud te douchen. Ik ga hier nooit een fan van worden, maar in deze hut is het douchehokje, ofwel de plek waar ze een slang hebben opgehangen, waarschijnlijk het beste dat we gaan krijgen de komende tijd. Dat gecombineerd met de warme slaapkamer, moet je dan soms maar als toppunt van comfort beschouwen, als het op hygiëne in de bergen aankomt. Mij maakt het allemaal niet meer uit; mijn dag kan toch niet meer stuk!

In de moraine

P.s. Voor Jona’s perspectief verwijs ik je door naar zijn Polarsteps: https://www.polarsteps.com/JonathandenBoer/4522317-wejo-op-weg/50639402-khumbupasanglahmu

6 gedachten over “Rook, Renjo, Ri & Ring

  1. Ahhhhhhhhhhhhhhh wat een fantastisch nieuws en een betere plek voor een aanzoek had Jona toch ook niet kunnen bedenken na zo’n zware hike en vóór de Mount Everest! Alleen maar 😍 voor jullie! Liefs van ons X

    Like

  2. Ook van ons nogmaals gefeliciteerd,en wat een plek!!!! Hopelijk gaan jullie daar niet trouwen hahahhahahaha. Doe het rustig aan en voorzichtig.xxxxxx

    Like

  3. Hoi Wendy en Jonathan. Nogmaals gefeliciteerd!!!! Wat een geweldig mooie plek om gevraagd te worden en om de ‘grote’ vraag te stellen. En geweldig dat er zo spontaan door de mensen om jullie heen gereageerd werd. Feitelijk een familie ver van huid, maar wel zielsverwanten. Hoe mooi id dat! Geweldige verhalen en schitterende foto’s om deze op te leuken. Geniet er telkens weer van, dus dank je wel! Fijne tijd daar nog en blijf mooie, en / of memorabele, herinneringen maken. Knuffels!!

    Like

Geef een reactie op Tantie Reactie annuleren