De weg van Chitwan naar Pokhara is weer van het ruige kaliber en dankzij mijn reistabletje hoef ik nét niet te spugen. Om me heen openen locals keer op keer hun aangegeven plastic zakje om hun maaginhoud te deponeren, dus ik prijs mezelf gelukkig. Zo goor.
Het is warm in Pokhara: precies wat we wilden voor we weer de bergen opzoeken. Een deel van de stad heet Lakeside en ligt, zoals je wel vermoedt, aan het meer. Dit is het toeristische gedeelte en het wandelpad langs het water biedt ruimte aan tal van leuke restaurantjes en cafeetjes. We vinden al gauw een favoriete momo-plek, waar we in twee dagen zo’n vijf keer komen voor de overheerlijke buff-momo’s, en verder eten we een serieus lekkere pizza! Erg controversieel, gezien het feit dat Nepal absoluut niet bekend staat om z’n pizza kwaliteiten.


Onze volgende bergtocht wordt het Annapurna Circuit, een tocht van 10-14 dagen die Jona vijf jaar geleden al eens heeft gelopen. In tegenstelling tot de Everest regio, is het Annapurna Circuit heel bereikbaar: jeepwegen leiden helemaal tot Manang en soms nog iets verder. Eigenlijk hoef je maar een paar dagen “in de bergen” te lopen voor je weer op een weg uitkomt. Dit is niet iets dat wij erg aantrekkelijk vinden, maar omdat het circuit bekendstaat om zijn schoonheid en andersoortige valleien en bergen dan de Everest regio, willen we het toch graag met eigen ogen zien. Ik in ieder geval voor het eerst, en Jona is alles van vijf jaar geleden toch weer vergeten.
Voor dit gebergte hebben we een permit nodig die we scoren bij het Tourist Office in Pokhara, een soort gemeentehuis met serieus kijkende mensen, een hoop formulieren en pennen aan touwtjes. Er worden maar liefst vier pasfoto’s per persoon gevraagd en natuurlijk hebben we die niet. We mogen plaatsnemen op een stoel en met drie man sterk worden er gratis foto’s van ons gemaakt en uitgeprint. Prima service! En goed dat we geen pasfoto’s tegen betaling hebben laten maken bij de talloze tentjes die we onderweg hier naartoe tegenkwamen.
Verder nemen we nog een massage in Pokhara, die zo ongemakkelijk blijkt, dat we er juist meer gespannen vandaan komen. De twee meisjes die ons masseren zien er superjong uit en giechelen onophoudelijk, vanaf het moment dat we binnenkomen, tot het moment dat we weer vertrekken. Op de tafels liggen twee gazen onderbroekjes, waarvan ik eerst denk dat het haarnetjes zijn. Jona’s gezicht bij het zien van het broekje, zal ik nooit vergeten. Terwijl we proberen te ontspannen, tussen het gegiechel en geklets van de meisjes door, kijk ik opzij en ik zie ‘Jona’s meisje’ op zijn tafel staan om hem een ‘deep tissue’ massage te geven. Het lijkt er niet op dat zij ook maar enige impact kan hebben met haar kleine handjes; het ziet er bijzonder lachwekkend en tegelijkertijd vreselijk ongemakkelijk uit. Als we na een heel langdurend uur naar buiten glibberen, zijn we allebei opgelucht dat het voorbij is en gaan we er voor het gemak maar vanuit dat de meisjes meerderjarig waren. Yikes.

Daar gaan we weer! We laten onze overtallige spullen achter in het hotel en nemen HEEL vroeg de taxi naar het busstation. Daar wachten we bijzonder lang met de rest van de reizigers tot onze bus eindelijk komt opdagen. In tegenstelling tot de bussen waarin we hiervoor hebben plaatsgenomen, is dit een bus die doorgaans door locals gebruikt wordt. Je herkent ze op de weg aan de opdruk “DELUXE” op het achterraam. Daaronder zijn diverse stickers geplakt die suggereren dat je naast airco en wifi ook comfortabele stoelen kunt verwachten in deze bussen. Je snapt dat dit alledrie ver te zoeken is. De stoelen zijn zelfs nog krapper dan degenen die we hiervoor als normaal beschouwen en gedurende de zes uur die volgen, zitten we op elkaar gepropt. Naast de buschauffeur is een heel gedeelte banken ingericht waarop locals plaatsnemen. Drie, vier, vijf, twaalf locals passen daar, schuinzittend en met kinderen en kippen op schoot. Hun grens van ongemak ligt duidelijk ergens anders dan die van ons verwend, Westers volk. Aangekomen in Besisahar worden we omringd door jeepchauffeurs die ons allen een plekje in hun jeep proberen aan te praten. Zoals gezegd gaan deze zover als Manang (normaal bijna een week lopen), maar wij besluiten in te stappen bij iemand die ons drie à vier uur verderop in Jagat wil afzetten. Vanaf daar zullen we onze hike beginnen en we hopen dat de jeepwegen meevallen. Eerst mogen we even lunchen, maar dan gaan we vertrekken, zegt de chauffeur. Na de lunch stappen we in bij de jeep die doodleuk de hoek omrijdt om daar stil te staan terwijl er nog wat goederen op het dak worden gestouwd. Hetzelfde proces volgt even later als we weer de straat inrijden waar vandaan we vertrokken. Een halfuur lang staan we daar, letterlijk tegenover ons lunchtentje, terwijl de jeep topzwaar wordt gemaakt en we dus nog geen meter zijn opgeschoten richting Jagat. We kunnen op dit punt alleen nog maar geduldig wachten, want dit zijn Nepali times.

Onze chauffeur is duidelijk niet zo geliefd, want terwijl we wegrijden uit Besisahar, hoor ik iemand naar hem schreeuwen dat hij nog geld van hem krijgt, waarop hij antwoordt: ‘I have no money, tomorrow!’ De man naar wie hij het roept, kijkt bijzonder boos voor een Nepalees, die doorgaans erg vriendelijk oogt. Hij zou volgens mij het liefst door het autoraam naar binnen kruipen om onze chauf een pomper te verkopen. Ook onderweg lijkt niemand echt blij te zijn bij het aanzicht van onze man, zelfs terwijl hij kennelijk spullen voor hen vervoert naar Manang. Interessant. Ben benieuwd wat hij heeft gedaan. Zo ver gaat ons gesprek natuurlijk niet en we hobbelen in stilte over een lange, stoffige, onaffe weg naar Jagat. We zijn erg blij dat we niet verder in de jeep hoeven, want zo veel sneller dan lopen gaat dit ook weer niet.
Die eerste dagen lopen we af en aan over een jeepweg. Het wandelpad aan de andere kant van de vallei is soms bruikbaar en we genieten van de hete paar uur die we door de echte natuur kunnen lopen. We zien zelfs apen! Als we het dorpje Tal inlopen, worden we echter weer teruggestuurd door een lodge eigenaar. ‘There no bridge,’ roept hij, wijzend in de richting van de trail. Schoorvoetend draaien we weer om en vervolgen ons pad op de jeepweg, waar we af en toe onze adem in moeten houden als een jeep of motor langsraast en ons achterlaat in een stofwolk. Vanaf deze weg zien we wel dat de man gelijk had; het wandelpad aan de overkant gaat ineens over in een niet gerepareerde landslide. Vermoedelijk is het pad ooit door de moesson helemaal weggespoeld en omdat er toch een weg loopt, vond de lokale bevolking het niet nodig deze trail in ere te herstellen. Gelukkig is de weg door het dal nog steeds erg mooi en de weinige PUDs (Pointless Up en Downs, voor degenen die even niet meer wisten wat dit betekende) geven ons de gelegenheid even flink wat kilometers te maken.





Ook de dagen erna lopen we veelal op jeepwegen, maar de natuur om ons heen begint te floreren en ik geniet erg van de vergezichten die de vallei biedt. Dit keer heeft Jona een verkoudheid opgelopen en hij snottert een eind naast me weg. Op een dag geeft hij zelfs aan dat hij het OKÉ vindt om VOORTIJDIG te stoppen! WHUT. Niets tegen Jona, maar ik wil wel even aandacht vestigen op het feit dat IK nog wel door kon! Als dat geen progressie is…











Na een paar dagen lopen, komen we aan in Bhraka waar ik verklaar dat we wel gewoon een dagje kunnen chillen. Ik barst ineens van de inspiratie voor het schrijven van een fictieverhaal, dus ik wil daar graag even induiken (hopelijk lezen jullie dit ooit in de toekomst ook 🙂 ). Bhraka is klein, maar de lodge die we vinden is gezellig, warm en heeft zowel een hete douche als goede wifi: het voordeel van een doorgaande weg als trail, waarop het vervoeren van gastanken niet per porter hoeft en de elektriciteitsmast erlangs is gespannen. We kletsen met een oudere, Sloveense man die maar niet uitgepraat raakt. Onderweg naar de slaapvertrekken moet je je soms echt losweken van hem, of gewoon weglopen, anders blijf je net zo lang praten tot je weer koud bent geworden. Wel heel gezellig.
De dag erna verblijven we ook in Bhraka en maken we een uitstapje naar Ice Lake, een acclimatisatiehike naar 4600 meter. Het is tenslotte alweer even geleden dat we op hoogte zijn geweest, dus ik ben benieuwd hoe het gaat. Tot mijn verbazing vliegen we omhoog en halen we iedereen in die we onderweg tegenkomen, en die dus een flinke tijd voor ons is vertrokken. In plaats van de vier uur die ervoor staat, doen we er tweeënhalf uur over om het meer te bereiken. De laatste paar honderd meter lopen we tussen bizarre sneeuwkristallen die door de wind overeind geblazen zijn. De helderblauwe lucht en de schittering van de sneeuw maakt dit voor mij een prachtig plaatje. Als eersten van de dag genieten we een tijdje van het uitzicht en een welverdiende Kitkat. Nog voor de volgende mensen het meer bereiken, gaan wij alweer terug naar beneden. Halverwege de trail worden we nog getrakteerd op de aanwezigheid van de lokale fauna: de befaamde Blue Sheep, schapen die helemaal niet blauw zijn en een nest met gieren die met grote spanwijdte af en aan vliegen. Wat een waanzinnige dag!




We laten Bhraka vroeg in de ochtend achter ons voor het volgende deel van onze tocht: Tilicho Lake op 5000 meter. Het bereiken van dit meer is een tweedaagse onderneming, die niet officieel bij het Annapurna Circuit hoort, en we lopen over prachtige bergpaden via Shree Kharka naar het basecamp van Tilicho. In Shree Kharka lunchen we in de woonkamer van een lodge die heerlijk in de zon is gepositioneerd. Het is erg koud inmiddels hierboven, dus met elke minuut die we niet bewegen én in de schaduw doorbrengen, trekt de kou verder onze botten in. Deze lunch is dus erg welkom en eigenlijk wil ik niet weg hier. Echter, het zou wel een erg korte dag zijn als we nu al het bijltje erbij neergooien voor vandaag én het zou morgen een onnodig lange dag maken, die toch al zwaar belooft te worden.



Dus we lopen door naar het basecamp. Een tocht van zes kilometer die in principe helemaal niet zo heftig zou hoeven te zijn, ware het niet we zo’n vier kilometer over een ‘landslide area’ moeten lopen. Van een afstandje zien de paadjes er schrikbarend smal en gevaarlijk uit en ik vind het heel erg spannend. In de praktijk blijken ze breder dan gedacht, maar het neemt niet weg dat ik een soort vertigo krijg als ik de afgrond bekijk en mezelf in mijn doemgedachtes direct naar beneden zie storten. Blughhhh! Wat steil! Dan maar focussen op Jona’s kuiten voor vier kilometer. Zodra we het bordje zien dat het einde markeert voor de landslide area, haal ik weer opgelucht adem. Niet veel later komen er ineens twee paarden met berijders omhoog denderen over datzelfde paadje dat ik net met zoveel zorg heb beschuifeld. Zul je net zien.




In de lodge die we kiezen bij basecamp is het druk en iedereen verzamelt zich zoals gewoonlijk rond de kachel. We ontmoeten een leuke groep mensen en wisselen verhalen uit over Nepal. Wij zijn de enigen die al een trek op onze naam hebben staan en krijgen opnieuw het nadeel van de twijfel van de lodge eigenaar als we onze ontbijttijd weer op 7.00 uur zetten. ‘Is too late, you won’t make the lake’. Jammer, vriend. We gaan toch echt niet eerder opstaan.
Rond 4.30 uur horen we die nacht al gerommel van mensen die op pad gaan en ik draai me zorgeloos nog een keer om. Het lijkt me ook maar niks om in het donker te lopen, zeker niet na gisteren met al die landslides… Brrr! Ze bekijken het maar. Het verbaast me toch enigszins als we de enigen zijn die om 7.00 uur voor ons ontbijt komen opdraven. Gaat iedereen echt zo vroeg? Naast de afkeurende blik van de eigenaar, krijg ik ook nog wat ongevraagd advies van een andere Nepalees, die vindt dat hij me moet vertellen dat mijn schoenen te klein zijn als ik KT tape moet plakken op m’n hielen. Laat me met rust joh. Niemand heeft jou iets gevraagd. Mijn chagrijn houdt nog even aan als ik mijn tandenborstel niet meer kan vinden (die die avond uit mijn slaapzakhoes komt zetten) en ik ga bozig van start met de wandeling. Ik besluit mijn slechte humeur om te zetten in productiviteit en we halen links en rechts mensen in. Mensen die dus veeel eerder zijn vertrokken. Dat doet me goed en ik maak er een sport van. Wat heerlijk om zo geacclimatiseerd te zijn! Het zou natuurlijk van arrogantie spreken als ik zou bijhouden hoeveel mensen we precies passeren. Oké, het waren er 33. 33! HA!


Het laatste halfuur lopen we in de sneeuw, wat ik normaal een stuk erger vind dan nu. Het is supermooi en opnieuw een prachtige dag. Ik ben inmiddels weer de vrolijkheid zelve en zelfs de sneeuw kan me niet deren. Zodra ik vriendelijk lach naar een man die langs de kant zijn microspikes bevestigt onder zijn schoenen, ga ik onderuit. Laten wij ze dan ook maar aandoen. De spikes zorgen voor heerlijk veel grip en op het vlakke laatste stuk, rennen we bijna over de sneeuw. Het meer is schitterend blauw en erg indrukwekkend. Hoewel het ver onder nul moet zijn hierboven, voelt het door de zon lekker warm. We maken een tijdje foto’s, genieten van een nieuwe snack (Bounty dit keer, mmm) en beginnen weer aan onze tocht naar het basecamp. Nog altijd komen we hikers tegen die nog niet halverwege zijn, dus m’n hoela dat we zo vroeg hadden moeten beginnen.





In het basecamp lunchen we en daarna lopen we door naar Shree Kharka, weer over de gevreesde landslide. Brrr. Nogmaals: doodeng, maar dit keer is het in ieder geval wel voor het laatst dat we dit stuk moeten lopen. In Shree Kharka krijgen we zo waar een kamer mét eigen badkamer (gat in de grond) aangewezen. Wat een luxe! Het feit dat je niet buiten in de kou je tanden hoeft te poetsen, maakt echt al een groot verschil. We hebben een gezellige avond in de lodge met de rest van de groep en maken ons dan op voor de laatste paar dagen op het Annapurna Circuit, waaronder… de Thorong La bergpas op 5400 meter!

Wow wat een prachtige natuur laten jullie weer zien op de foto’s! Wat een mooie natuur! Jullie gaan als een speer lees ik, echt top! Een mooie hike op die 5400! We kijken alweer uit naar het volgende verslag! Liefs van ons XxX
LikeLike
Hoe is je Bingo kaart? Heb je er ondertussen al een uitbreiding voor? hhahahahahaha. Lieve groetjes xxxx
LikeLike
Weer geweldig, en wat is het daar ontzettend mooi! Groeten en veel plezier met de volgende trail.
LikeLike
Prachtige foto van Jona op dat balkon!!
Enne… zie ik daar nou Jona naast een kat?? 😉
LikeLike
Haha bizar hè?! De katten zoeken Jona altijd op en ik moet zoals gewoonlijk smeken om hun aandacht… 😉
LikeLike