Thailand

Maatpak, Massage, Markt, Muay & Miauw

Oh oh, wat gaan we Nepal missen! Het lekkere eten, de liefste mensen, de prachtige natuur… maar met Jona in mijn leven heb ik het idee dat het voor mij ook niet bij één bezoekje zal blijven. En dan is de tijd toch echt gekomen om het laatste land van onze reis aan te doen: Thailand! Ik ben hier natuurlijk een paar jaar geleden ook geweest, maar ik heb zo het idee dat we het dit keer iets anders gaan aanvliegen. Iets minder buckets met cocktails, iets meer natuur en duiken! Oké, hier en daar misschien nog een klein drankje, om het af te leren.

Pas op het moment dat we landen in Bangkok, herinner ik me weer hoe HEET het hier is. Een deken van muffige hitte slaat zich direct om onze lijven heen en laat ons pas in de geairconditioneerde hotelkamer weer los. Het fijne van Thailand is dat je, in tegenstelling tot Nepal, niet met verontwaardiging wordt nagekeken als je hier je schouders of knieën onthult. Dijbenen, middenrif en decolleté maken deel uit van het straatbeeld en bh’s lijken slechts optioneel dus dat biedt weer wat perspectief in de beschikbare garderobe.

Om in de kledingsferen te blijven, worden Jona en ik al op dag één van de straat geplukt en meegenomen naar een winkel die maatpakken maakt. Voor de mensen die het even vergeten zijn: WIJ GAAN TROUWEN! En daar hoort natuurlijk een pak bij. Een uur later is Jona van top tot teen opgemeten en heeft hij een driedelig pak met stropdas, strik en vier overhemden op de bestellijst staan. Ze sturen het zelfs kosteloos op naar onze laatste bestemming in Thailand, zodat we het niet de hele tijd mee hoeven te zeulen. Wat een service!

Bangkok is groot en veel georganiseerder dan ik me herinner. De wegen zijn gewoon van asfalt en het verkeer toetert nauwelijks, auto’s stoppen soms zelfs als we willen oversteken! Wat is deze magie?! Wel is het dus honderd graden en de enige manier om deze warmte te ontsnappen, is naar een massagesalon te gaan. Nu hebben we in Zuid-Amerika en in Nepal best wel wat massages ondergaan – ja, ondergaan, want zo fijn was het vaak niet; de scepsis bij ons beiden is groot. Het is hier echter zo goedkoop en met de belofte van airconditioning, laten we ons toch verleiden het nationaal product uit te proberen. En het is me toch heer-lijk! Wat een wereld van verschil! De Thaise vrouwtjes zijn zoveel capabeler en zoveel professioneler, met als resultaat dat we ons bijna elke dag van onze eerste week in Thailand op een tafel of in een luie stoel bevinden. Zelfs de voetmassage vind ik fijn! Meestal als er iemand aan mijn voeten zit, om wat voor reden dan ook, kunnen ze op z’n minst een rotschop van me verwachten, want DAAR kan ik dus niet tegen. Maar hier is het gewoon echt gevaarlijk genieten! En als dan blijkt dat een uur gemasseerd worden soms goedkoper is dan een cocktail of een glas wijn, dan is de keuze meestal snel gemaakt. Voor Jona dan.

Na twee nachten in Bangkok pakken we onze eerste nachtbus sinds Panama naar Chiang Mai in het noorden. Dertien uur in een bus waarvan we wél weten dat de stoelen maar minimaal naar achteren kunnen en waarvan we níet weten of de temperatuur op standje vrieskist of standje crematie zal staan. Het blijkt mee te vallen! Standje vrieskist bereikt de bus pas aan het eind van de nacht en daarvoor heb ik gelukkig mijn donsjas bij me, in tegenstelling tot de toeristen die niet net uit de besneeuwde bergen komen en zich in hun olifantenbroek en strandlaken proberen warm te houden. Ook zijn de wegen hier niet hobbelig of kronkelig en word je niet wakkergeschud door een scherpe bocht of diepe kuil in het wegdek. Een best oké nacht dus, op de eetstop om 1.00 uur ‘s nachts na. Serieus ja? Hup, licht aan en allemaal die vreetschuur in, lekker in de rij voor rijst met niet te identificeren, maar ongetwijfeld pittige smurrie. Blugh, nee bedankt. Laat me slapen, mafkezen.

Chiang Mai is een kleine stad, omringd door natuur en het voelt hier zowaar iets koeler aan. Beter! Het oude centrum is een perfect vierkant, met daar omheen grachten en daar weer omheen meer leuke straatjes en buurten. Zoveel vrolijke winkeltjes, cafeetjes, kraampjes met lekkernijen en snuisterijen: ik vind het allemaal wel leuk en besluit op een free walking tour te gaan. Een nog altijd oververhitte Jona kiest voor een massage en daarna een plons in het zwembad van ons hotel. Snap ik!

De tour is heel leuk en goed georganiseerd! Bijna vier uur lang worden we met een fijne groep door Chiang Mai getroond en we bezoeken verschillende tempels en pagode’s. Ik besef dat ik de vorige keer in Thailand absoluut geen culturele activiteiten heb ondernomen, dus het is super interessant alsmede de hoogste tijd om hier nu wat meer over te leren.

Met mijn nieuwe (wassenbeelden) vrienden.

De volgende dag gaan we samen weer op tour: naar Doi Inthanon Nationaal Park. Toch maar eens een beetje natuur opzoeken, want Jona wordt onrustig in de stad. We wilden eigenlijk heel graag een scooter huren en zelf rond gaan crossen, maar deze twee dodo’s hebben hun internationale rijbewijzen thuis gelaten. Die hebben we tijdens ons eerste halfjaar reizen helemaal niet gebruikt of hoeven laten zien en nu blijkt dat je hier dus wél echt gecontroleerd en beboet wordt als je ze niet hebt. Ik denk niet dat de politie er een boodschap aan heeft als ik zeg dat ze thuis op mijn bureau stof liggen te vergaren. DUS DAN GAAN WE MAAR OP TOUR.

Onze gids, Mo, is een superleuk Thais meisje die ons in heel goed Engels en met grappige handgebaren uitleg geeft over verschillende aspecten van de Thaise en (de oorspronkelijke) Lanna cultuur. Haar woorden hebben hun klemTONEN op heerlijk willekeurige plaatsen en ze herhaalt haar zinnen zo regelmatig dat alles extra goed blijft hangen. In tegenstelling tot mijn gids gisteren in Chiang Mai, bij wie ik denk ik zo’n 40% van wat ze vertelde écht heb verstaan. Na een bezoek aan een overbevolkte waterval rijden we door naar het hoogste punt van Thailand, op zo’n 2500 meter. Eitje voor ons natuurlijk. Daarna bezoeken we, zoals Mo zegt, de pagoDAAS van de koning en koningin. Niet van de huidige koning, want die mogen we niet. Hij woont namelijk in Duitsland en geeft daar belastinggeld uit aan zijn verblijf in een 5-sterrenhotel. De vorige koning, koning nummer 9, en zijn vrouw waren daarentegen erg geliefd en verdienden blijkbaar een pagode, en wel in het prachtige park van Doi Inthanon.

#9

Na de lunch hiken we naar een tweede waterval, waarbij Mo terloops laat vallen dat we moeten oppassen voor de giftige slangen die op de loer liggen in de berm. Ook zijn er onlangs in het park afdrukken gevonden van een tijger, dus ineens bevinden we ons toch weer in mijn nachtmerrie. Manmanman.

Niets gezien natuurlijk. Fjuuw. We eindigen de tour bij een koffiehuis waar we verschillende soorten koffie en thee proeven en daarna ons nog even wat souvenirs laten aanpraten. We gingen ooit met alleen handbagage en onze wandelstokken op pad, maar inmiddels hebben we behoorlijk wat extra bagage verzameld in de vorm van ‘dingen voor in ons huis’. Dat we nog niet hebben.

Terug in de stad is de Sunday Market in volle gang. De grootste straat in het centrum van Chiang Mai is één grote gekkigheid met kleurrijke kraampjes aan beide kanten en hordes krioelende mensen, op zoek naar de beste deals en de lekkerste verse sapjes. In sommige binnenplaatsen bij tempels zijn food courts gemaakt en we eten de lekkerste gyoza, mango sticky rice, sushi en pad thai. We zijn ons overigens sowieso te buiten aan het gaan aan de Thaise cuisine, want oh, dat is toch zo lekker! Ik durf niet alles aan, want als je mij kent, of deze blog leest, dan weet je dat mijn maag en darmen de echte baas zijn bij mij thuis. Gewoon één land op deze reis zonder problemen? Alsjeblieft?

Honderden mensen worden tegelijkertijd gemasseerd op straat.

We hebben nog twee dagen in Chiang Mai voor we naar het zuiden vliegen en wat je dan eigenlijk niet kunt overslaan, is een avondje boxen. Muay Thai is de Thaise variant van boxen en elke avond kun je voor 500 Bhat (13 euro) op een plastic stoeltje aanschouwen hoe mannen en vrouwen in korte, glimmende broekjes elkaar de hersens inslaan. Gezellig! Vooraf krijgen we een A4tje met hierop de namen en gewichtsklasse van onze entertainers. We beginnen met twee gespierde spijkers van 58 kg die in opperste concentratie de ring binnentreden. Wat volgt is een ceremonieel rondje langs alle vier de hoeken, waarna één van de twee jongens elke zijde van de ring aandoet en een vreemd, kort dansje opvoert voor het publiek aan die kant. Zo random! Ik vind het veel grappiger dan goed voor me is. De jongens lijken tijdens het gevecht niet al te veel schade bij elkaar aan te richten en ze worden veelal uit elkaar gehaald als er weer een on-boxwaardige houdgreep ontstaat. Ze maken de vijf rondes vol en ik heb geen idee wie er heeft gewonnen, tot de jongen in het rode broekje aan zijn arm omhoog wordt getrokken. Later die avond leren we dat het uitspelen van de rondes naast winnen de meest gunstige uitkomst is, want vier van de zes wedstrijden eindigen met iemand die vroegtijdig, zijn hand op zijn ribben gedrukt, de ring uitstrompelt. Yikes.

Op de laatste dag zoekt Jona een sportschool op en ik ga deze blog schrijven… in een kattencafé! Spoiler: deze blog is daar zeker niet geschreven. Het is mijn eerste bezoek aan een dergelijk etablissement en ik weet niet in hoeverre Cat Brothers representatief is voor andere, soortgelijke initiatieven, maar hier kun je niet even lekker gaan zitten met een kop koffie en een gezellige pluizenbal op schoot. Het is één grote mayham van haar en na een paar vriendelijke vrienden te hebben geaaid, word ik ineens in m’n hand gehapt. ‘Oh ja, degenen met rode strik bijten’, zegt het meisje dat er werkt, zonder blikken of blozen. OH ECHT? Op zich had je dat wel even kunnen vermelden toen ik binnen kwam, vriendin. De kat in kwestie kijkt me brutaal aan, uitdagend, alsof hij wil zeggen: haha, sukkelmens! Ondertussen heeft een andere kat met rode strik geplast op mijn tas, die ik in de hoek van het café had neergelegd. Hetzelfde meisje komt als vanzelfsprekend aangelopen met een wcrol en desinfectiespray en begint mijn, gelukkig waterafstotende, tas schoon te maken. Routinewerk. Jakkes. Het is maar goed dat Jona er niet bij is, want dit is zelfs voor een kattenliefhebber zoals ik wel gewoon goor. Desalniettemin vermaak ik me verder prima en ik spendeer een groot deel van het uur aan het aaien van een extreem fluffig exemplaar. Dat is wel weer voldoende voor de komende weken. Daarna mag ik thuis de kat van m’n ouders weer overdonderen met al mijn liefde.

4 gedachten over “Maatpak, Massage, Markt, Muay & Miauw

  1. Wat een heerlijk land bezoeken jullie nu en het eten is al net zo hé 😉 Jullie moeten wel helemaal zennnnnnn terug komen straks. Genieten nog ff de laatste paar reisweken en tot (nu wel) héél snel 😉 Ben wel benieuwd naar de maatpakker van Jona 😉 met het leuke vooruitzicht op jullie huwelijk. XxX Liefs van ons!

    Like

  2. Hahaha die Jona, een maatpak en 4 overhemden! Hij heeft hoge verwachtingen van de bruiloft 😆.
    Kun je niet een cursus masseren doen zodat jullie thuis elkaar nog kunnen masseren? 😉😄
    Leuk dat kattencafé. Ben ooit bij eentje in Amsterdam geweest maar Leiden heeft er ook één! Moet er nog steeds een keer heen; samen keertje gaan? 😸

    Like

  3. Lieve luitjes, het lijkt toch een beetje op een normaal land hahahhahahaha,op de tijger en de slangen na dan. Ben toch ook zeer benieuwd naar dat maatpak van Jona. Heb jij soms ook een jurk gescoord?Hou het nog even veilig en tot heel snel.xxxx

    Like

  4. Dat is een warm (tijdelijk) eind aan deze buitengewoon boeiende- om te lezen tenminste- reis. Geniet nog volop, voor dat de tocht terug naar ‘die Heimat’ weer in zicht komt. Mocht er nog een geen blog komen vóór de jaar wisseling willen wij jullie fijne dagen en jaarwisseling wensen. XX

    Like

Plaats een reactie