Thailand

Zeeziek, Zeikweer, Zenuwen, Zuurstof & Zweefteef

Om vanuit Chiang Mai op de zuidelijke eilanden van Thailand te komen, zijn er verschillende opties waaruit je kunt kiezen. De één duurder dan de ander. De ander comfortabeler dan de één. Als gulden middenweg vliegen wij met een directe vlucht naar Hua Hin, een paar uur zuidelijker dan Bangkok, waardoor we niet die gedoodverfde stad weer in hoeven voor onze overstap op de bus. Dat was het, dat was de voornaamste reden naar Hua Hin te gaan, want vanaf daar zijn we nog altijd zo’n zeven uur verwijderd van onze eindbestemming, Koh Tao. Maar hey, we zijn wel al een heel eind!

Hua Hin ligt aan het strand en is onverwachts vooral bedoeld voor de elite, de crème de la crème die zich laat verwennen in het Hilton. Ter contrast zijn wij die middag en avond dakloos en we zeulen met onze spullen door de bloedhete straten van Hua Hin. We zijn al om drie uur ‘s middags geland, maar onze bus naar Chumphon vertrekt pas om middennacht. Het leek ons een goed idee om vandaag gewoon even bij een beachclub of in een café de tijd te doden, ware het niet dat deze etablissementen nogal aan te prijs blijken. Als ik ergens zes euro voor een koffie wil betalen, doe ik dat wel in Nederland op het terras. Dus we hangen maar wat rond in de lokale restaurantjes, waar de wifi op z’n best ‘oké’ te noemen is en de ventilators de warme lucht tevergeefs proberen af te koelen. De rest van de tijd brengen we door in de… je raadt het al, massagesalon. Hier is het heerlijk vertoeven en omdat we om de beurt een voetmassage krijgen in plaats van tegelijkertijd, zijn we twee volle uren onder de geairconditioneerde pannen. Prima voor elkaar!

Om half twaalf die avond verzamelen we ons met een groepje toeristen op het busstation van Hua Hin, waar we te horen krijgen dat de bus in kwestie een uur vertraging heeft. Geeft niet joh, we zijn er toch. Uiteindelijk stappen we om kwart voor één een luxe bus in die me zowaar aan Peru doet denken! Ik zou ontzettend lekker hebben geslapen als we niet om half zes al op onze bestemming aan waren gekomen. Dat was wel weer een kort nachtje zo.

In Chumphon wachten we geduldig en slaperig op de boot naar Koh Tao, die om zeven uur zal vertrekken. We hebben niets anders te doen dan mensen kijken, wat hier zeker niet teleurstelt. Van de wat oudere, grijze stellen in korte kaki broeken die fit ogend rondwandelen, tot de volledig in Thaise markt-kleding gehulde backpacker met chagrijnig hoofd, tot de kwieke witte 50+’er die met zijn Thaise vriendin of vrouw de spreekwoordelijke bloemetjes buiten aan het zetten is. Er zijn ook grote groepen jonge mensen die op dit moment gehuld in joggingspak en met zombiehoofd nog weinig garantie bieden voor de volledig opgetutte versie van zichzelf van vanavond. Want jaja, mensen. Vanavond is het zover! De Full Moon Party! Woohoo! Helemaal los!

Spoiler: opa en oma liggen om negen uur op bed. Niet dat we veel hebben gemist, waarschijnlijk, want tijdens onze bootrit begint het flink te regenen. De vorige keer dat ik op deze zee vaarde, was hij kalm en mooi, maar vandaag is het grijs, grauw en stormachtig. De ferry deint gevaarlijk op het neer en overal om me heen zie ik mensen bleker worden en in zakjes overgeven. Uiteraard houdt ook mijn maag zich niet sterk en ik balanceer een uur lang op het randje: to kots or not to kots? Zelfs Jona wordt niet helemaal goed en zoekt de frisse buitenlucht op in een poging om zijn maaginhoud in toom te houden. Blugh. Niet oké dit.

Not to kots, uiteindelijk! De overwinning op mezelf verdwijnt echter snel na aankomst al naar de achtergrond. Het hoost van de regen en we haasten ons met onze tassen onder het afdak op de pier van paradijslijk Koh Tao. Een bordje met de naam van ons hotel erop leidt ons naar een mannetje die ons vervolgens in een open truck laat instappen. Het hotel is drie kilometer verderop gelegen, dus we zijn blij met deze onverwachte transfer. Maar man, wat een zeikweer! Ken je dat? Dat je je verheugt op je vakantie en dat je dan bij je prachtige bungalowpark met zwembad aankomt en alles is grijs en nat? Nou, dat dus. De hoteleigenaar glimlacht, houdt zijn hoofd een beetje schuin en trapt met een vriendelijk gezicht de volgende open deur in: ‘many rain in monsoon time’. Oh, echt?

Maar, vinden we, dat mag de pret niet drukken. Het is tenslotte niet ons eerste tropische eiland van het jaar, dus laten we gewoon doen waarvoor we hier kwamen: duiken! Jazeker, ook ik ga me eens wagen aan de onderwaterwereld. Tijdens eerdere reizen heb ik het door angst en bij gebrek aan groepsdruk steeds weten te vermijden, maar met divemaster Jona als vriend (VERLOOFDE) is het toch echt tijd mijn zenuwen de baas te worden. Ook krijgen we flinke korting op het hotel als ik hier ga leren duiken, dus eigenlijk heb ik geen keuze. Die middag heb ik gelijk mijn introductiepraatje en mag ik het bijkomende papierwerk doornemen. Mijn instructeur heet Robert, een Koreaan die als kind naar de Verenigde Staten is verhuisd en nu als 57-jarige ‘ladiesman’ (niet te verwarren met ‘lady boy’) op Koh Tao vertoeft. Zo lijkt hij zichzelf in ieder geval te omschrijven. Ik ben zijn enige cursist de komende dagen, dus ik heb zowaar privéles! Wel krijg ik direct een bak huiswerk mee. HUISWERK? Niemand had me dat verteld…

De volgende dag ga ik voor het eerst kopje onder, in het zwembad weliswaar. Ik vind het MEGAspannend, want er zijn zoveel dingen waar je over na moet denken tijdens het duiken. En er is natuurlijk een reden waarom ik dit niet eerder heb gedaan: ANGST. We oefenen alles uitvoerig: van het ademen onder water, tot het klaren van je oren, tot het langzame opstijgen op je ‘laatste’ zuurstof. Alle focus ligt op mij, want ik ben alleen. Aan de ene kant een fijn gegeven, aan de andere kant is er niemand achter wie ik mij soms even kan verschuilen. Robert is in principe een aardige gast, die vanaf het eerste moment kenbaar maakt hoeveel vertrouwen hij heeft in mijn duikvaardigheid. Zijn methodes zijn echter nogal van het schreeuwerige kaliber; laten we zeggen dat je met dit gedrag op de Nederlandse werkvloer niet meer wegkomt tegenwoordig. Als ik iets verkeerd doe, benadrukt hij dat door er langdurig kritiek op te leveren en het zo onopbouwend mogelijk te brengen: ‘waarom doe je dit nou fout? Ik zei dat je het zo moest doen! Waarom doe je het dan zo? Dat is toch niet goed?!’ Als ik het even later wel goed doe, roept hij heel zelfgenoegzaam: ‘Ik zei toch dat je het kon? Je geloofde me niet hè?’ Ugh. Houd gewoon je waffel. Ik op mijn beurt vind dit hele gebeuren al eng en kan dus zeker niks met zijn manier van communiceren. Begrijp me niet verkeerd: hij neemt het serieus, zorgt dat ik steeds weer veilig boven water kom en ik vertrouw hem erin dat ik bij hem mijn PADI Open Water zal halen. Maar oh, wat zou ik hem de helft van de tijd graag achter het behang plakken. Wat een vervelende vent.

Op dag drie van de cursus gaan we voor het eerst de zee op. Er is een Indische jongen bij ons aangesloten die gisteren tijdens zijn eerste duiken zijn oren niet wist te klaren en dus vandaag met ons mee moet voor een tweede poging. Dit werkt in mijn voordeel in de zin dat de focus van Robert vandaag op hem ligt; ik ben ineens zijn beste engelachtige cursist die niks verkeerd kan doen. De Indische jongen maakt het zichzelf ook niet gemakkelijk, want hij komt ten eerste al te laat aan, zit op de boot steeds op zijn telefoon, luistert niet goed en krijgt het opnieuw in de zee niet voor elkaar op de juiste manier te handelen. Robert komt af en toe, tussen het schreeuwen tegen de jongen door, zijn ongenoegen over hem bij mij uiten, alsof ik daar iets mee zou kunnen. Wel heb ik ondertussen mijn eerste twee duiken volbracht! Niet helemaal zonder moeite en ik heb in alle technische hectiek nog niet kunnen genieten van de onderwaterwereld, maar toch!

Voor mijn derde en vierde duik, en daarmee het laatste onderdeel van mijn cursus, vertrekken we de volgende dag om half zeven met de boot. De Indische jongen is afgetaaid, dus Robert en ik zijn weer samen. Tijdens de eerste duik van de dag zien we geen hand voor ogen. De zichtbaarheid onder water is heel slecht en blijkbaar staat er ook behoorlijk wat stroming. Ik, als leek, heb niet zo in de gaten hoe naar deze duik is en zwem maar gewoon achter Robert aan. Als we na ruim twintig minuten weer boven komen, prijst hij me om de rust die ik heb bewaard. Nou ja, als je niet weet dat dit niet normaal is, of dat dit een ‘moeilijke’ duik zou zijn, zie ik geen reden om in paniek te raken. Onwillekeurig een puntje verdiend dus! Maar tijdens mijn vierde en laatste duik zie ik het verschil: het water is helder, we zien suuuperveel vissen en vrijwel moeiteloos laat ik me zakken naar 17.4 meter diepte. Toch wel heel cool dit!

Hoera! Ik heb mijn brevet PADI Open Water binnen! Maar niet geheel onbelangrijk: ik hoef niet meer met Robert te duiken! Jona heeft zich in de tussentijd een ander principe van duiken eigen gemaakt: freediven. Waar ik amper 18 meter met zuurstof heb weten te bereiken, is hij op zijn eigen ademteug naar 20 meter diep gedoken. Met ademhalingsoefeningen en mentale voorbereidingen worden de freedivers klaargestoomd in een bijna meditatieve staat via een gespannen lijn naar de diepte te duiken. Niet alleen moet je daarbij je oren blijven klaren, maar ook houd je je adem dus minutenlang in. Zo knap! Nadat ik hem uitgebreid over mijn ervaringen heb ingelicht, waaronder een klaagzang gewijd aan Robert, vertelt hij met veel enthousiasme over zijn dagen. Hij is zo geprikkeld door deze nieuwe gewaarwording, dat hij besluit de dag erna te beginnen aan de gevorderdencursus, die vooral in het teken staat van static-apneu: in totale rust je adem inhouden in het zwembad. Hij is uiteraard een natuurtalent en bereikt de bizarre tijd van 5:27 minuten! 5:27 minuten je adem inhouden! NIET NORMAAL! Wow! Zelfs de freedive instructeurs vinden dit bijzonder en ze verwelkomen hem bij de 5-minutes club. Voor zijn step-by-step uiteenzetting verwijs ik je graag door naar www.polarsteps.com/jonathandenboer. 😉

Het weer op Koh Tao is gelukkig wat opgeklaard en we genieten nog een paar dagen bij het zwembad. Ook eten we ons weer tonnetje rond aan allerlei lekkers en we volgen een workshop ‘sound healing’. Hiervoor word je wel geacht je innerlijke zweefteef aan te spreken, want bij binnenkomst is alles al helemaal zen: de wierook brandt, de muziek is sereen, de reeds aanwezigen zitten al in kleermakerszit met hun ogen dicht, zich voorbereidend op de energieën die zij zullen gaan loslaten het komende anderhalf uur. Wij zijn wat aan de late kant en zoeken snel een plekje op de tweede rang. Een paar minuten later beginnen we met een ‘ohm’ en een korte ademhalingsoefening, voordat ons wordt verteld te gaan liggen met onze hoofden richting het midden van de zaal. Daar staan de klankschalen die het geluid via de hoofden door onze lichamen zullen bewegen. Anderhalf uur later ontwaken we uit een soort trance die zich tussen wakker en slapen in begaf. Heel interessant. Heel intens ook. Je maakt nogal iets mee zo hier op dit eiland!

Met onze duik- en freedive brevetten op zak verlaten we na bijna een week Koh Tao. De boottocht is opnieuw niet leuk en ik ben blij om te merken dat mijn reistabletje zijn werk doet. Bij het vaste land van Surat Thani stappen we in de bus naar Ao Nang aan de westkust, waar ik drie jaar geleden heel veel drankjes heb gedronken en waar ik dat nu vermoedelijk niet zal doen. Het is een bijna kathargische ervaring zo, om al mijn stappen van toen na te lopen. Heel anders en wel veel leuker zo met z’n tweeën!

2 gedachten over “Zeeziek, Zeikweer, Zenuwen, Zuurstof & Zweefteef

  1. Wow, wow, wow wat een prestatie van jullie zeg en Jona is The champ hoor met zijn ademhaling 👌😉 prachtige foto’s weer!! Geniet!!! Tot heel snel en liefs van ons! ❤️

    Like

Geef een reactie op C. Reactie annuleren